Lang leek hij als reportageschrijver een ‘one trick pony’. Nu weet Marcel van Roosmalen, columnist voor NRC, Radio 1 en theatermaker, zelfs van een rampzalige screentest een overwinning te maken. Op bezoek bij een man met een gouden pen en een gouden grafstem. ‘Ik had altijd de houding: dat kan ik beter.’

(Gepubliceerd in Villamedia, maart 2020, illustratie: Trik illustrik.nl)

 

Halverwege het interview constateert Marcel van Roosmalen (52) dat het tot dusver maar een saai gesprek is. Daar gaat hij iets aan doen.

Hij plukt een tijdschrift uit een ander­halve meter hoge stapel die losjes tegen een boekenkast leunt. Het is een HP/De Tijd uit 1997. Op de cover een verhaal over minister Els Borst. ‘Totáál niet interessant’, oordeelt Van Roosmalen, destijds werkzaam voor het vrijzinnig liberale opinieweekblad. ‘En hier: een column van socioloog J.A.A. van Doorn, tja. Een stukje over Patrick Kluivert, tja. Jezus, een interview met Gerda Havertong! Echt, wie lás dit?!’

Hij schudt het hoofd. ‘Je hoort vaak dat de journalistiek niet meer is wat ze geweest is. Maar ik denk dat de journalistiek beter is geworden, en dat er nu juist beter wordt geschreven. Alles wat in je herinnering vroeger heel goed was, valt altijd tegen als je het terugleest.’

Dat geldt nochtans niet voor zijn eigen stukken, leert een steekproef. Van Roosmalen maakte vanaf de tweede helft van de jaren 90 furore met een stijl die hem weliswaar een contract bij de Volkskrant kostte (‘Er waren tijdens mijn stage wat boze brieven binnengekomen, en o ja, ik had ook een olifant in Artis geciteerd’), maar die hem vervolgens bij HP/De Tijd beroemd maakte.

Droogkomische reportages waren het. Veel korte zinnetjes. Niet per se super inhoudelijk. Hield iemand een gloedvol betoog, dan beschreef Van Roosmalen alleen hoe de spreker ondertussen met zijn aansteker zat te hannesen. Een nachtmerrie, kortom, voor onderwerpen die zichzelf erg serieus namen. Niet zelden waren dat collega-journalisten. Zo bracht hij Arnold Karskens tot razernij door vrij plastisch te noteren hoe de bekende oorlogsverslaggever borrelnootjes at.

Forse schulden had kroegtijger Van Roosmalen destijds ook. Gokken. Pokeren. Een beleggingsproduct dat te mooi leek om waar te zijn – en dat dus ook was.
Een kwart eeuw na zijn moeizame stage bij de Volkskrant (‘Mijn chef haatte mij’) is hij een populaire Bekende Nederlander die een min of meer geordend leven leidt. Een die met zijn gouden pen en zijn inmiddels vermaarde grafstem een groot vrijstaand huis in Wormer bij elkaar heeft geschreven en gepraat, samen met zijn partner Eva Hoeke, ook freelancer en Volkskrant-columnist, met wie hij twee dochters heeft.

Het bestaat dus nog: freelance journalisten in blakende welstand. Mooi pand.
‘Eh, ja. Het staat alleen op de verkeerde plek. We willen terug naar Amsterdam, maar dat wordt wel erg duur. Desnoods gaan we via Zaandam terug. Want ik kan niet zeggen dat we in Wormer veel vrienden hebben gemaakt. Al heb ik daar ook niet erg mijn best voor gedaan.’

Hoe maak je hier vrienden?
‘Je moet trompet gaan spelen in de fanfare, is me aangeraden. Of op het land gaan werken, dat doen ze hier ook voor de lol. Je had bij SBS de serie ‘Lekzand’, met Daniel Boissevain. Dat leek wel over mij te gaan. Het ging over een columnist die ging verhuizen naar een dorp. Hij maakte van alles mee: een verhuiswagen die te water raakte, een dijk die brak, een giertank die opensprong. Maar het probleem is juist dat je helemaal níks meemaakt in zo’n dorp.’

Had je er een romantisch beeld van?
‘Ja. Nou ja, we zagen dit huis. Heel mooi. En we zaten met z’n vieren op 60 vierkante meter in Betondorp, dus dan word je ook gek. En we betaalden 1600 euro per maand huur. Maar nu zitten we dus hier. Gelukkig heb ik een kantoortje in Amsterdam.’

Drie maal per week een column voor NRC Handelsblad, elke dinsdag een column op Radio 1, elke zondag een column in Studio Voetbal, een tweewekelijkse podcast over tijdschriften voor Radio 1, boeken, voorleessessies in het land, onlangs een theatershow: een jaloersmakend professioneel bestaan.
‘Dat klopt wel. Ik heb in die zin weinig meer te wensen.’

Profijtelijk vast ook.
Met een uitgestreken gezicht: ‘Dat weet ik niet. Ik weet niet precies wat ik verdien.’

Natuurlijk wel.
‘Oké, ik zal het je straks off the record precies vertellen, maar het gaat wel met pieken en dalen. Zo’n NRC-column geeft een zekere stabiliteit. Die heb je ook wel nodig, want de tijden voor freelancers zijn slechter geworden. Ik werd benaderd voor een rubriek in het blad Quest Historie, van uitgeverij Hearst. Moest ik een hele papierwinkel ondertekenen. Alsof ik heel blij mag zijn dat ik stukjes voor ze mág schrijven. En zij mogen ermee doen wat ze willen, maar jij mag ze nog niet eens bundelen in een boek.’

‘En dan de tarieven! Ik heb het nog getroffen met die column, maar als gewone freelancer kun je toch helemaal niet meer van je werk leven? Je krijgt hoogstens 40 cent per woord. Nou, dat kreeg ik twintig jaar geleden ook. En dan de permanente onzekerheid – al valt dat bij mij wel mee. Laatst gingen de freelancers van de NRC een dag staken. Allemaal in overleg met de krant, terwijl het idee van staken is dat de boel wordt ontregeld. Eigenlijk was het dus een snipperdag. Zo ver zijn we dus al.’

Heb je als succesvolle freelancer een tip?
‘Goed schrijven. En van jezelf een merk maken. Het werkt enorm als je ook op tv of de radio komt. Je moet meteen overal een mening over hebben, want met alleen leuk geschreven verhaaltjes red je het niet.’

Jij hebt in je carrière altijd uitsluitend gedaan wat je leuk vond, heel compromisloos. Ook in het begin. Bij HP/De Tijd was je officieel economieredacteur. Ik kan me nul stukken over economie herinneren.
‘Nee. Ik dacht toen meteen: hoe doen we zo weinig mogelijk aan economie?’

Daar spreekt zelfvertrouwen uit: ik ga niet doen wat in de functieomschrijving staat.
‘Inderdaad, want ik kon ergens anders ook wel een baan krijgen. Ik wilde gewoon reportages maken.’

Is dat jouw advies aan jonge collega’s: doe uitsluitend wat je leuk vindt?
‘Ja. Je moet je eigen verhalen maken zonder je iets aan te trekken van of anderen dat goed of slecht vinden. Het gaat uiteindelijk om jezelf en om een paar lezers die zich daarin herkennen.’

Je moet wel langs wat chefs die daar het hunne van denken.
‘Ik wist dat mijn verhalen goed genoeg waren. Er stonden wel slechtere stukken in HP die niet van mij waren. Ik had altijd de houding: dat kan ik beter. Dat heb ik altijd wel gedacht.’

Wat was het geheim van jouw reportages?
‘Ik werkte altijd tegen de deadline aan, dus ik had geen tijd om de bandjes uit te werken. Alleen het meest basale schreef ik op. Waar heb ik om gelachen? Dat was de voornaamste vraag. Wat vond ik absurd? En dat was vrij veel. Kun jij genieten van een goed inhoudelijk interview?’

Absoluut.
‘O. Nou, mij ging het altijd om de schrijfstijl. De inhoudelijke ballast schreef ik er soms op verzoek in: waarom gingen we hierheen? Maar nooit meer dan een paar alinea’s.’

Persvoorlichters kunnen slecht omgaan met journalisten die niet geïnteresseerd zijn

‘Mijn voorbeeld was Cherry Duyns. Hij schreef zichzelf altijd naar voren in zijn reportages voor de Haagse Post. Dat ging ik ook doen, en ik merkte: je komt best veel te weten over karakters als je de verstoorder bent. Persvoorlichters bijvoorbeeld kunnen slecht omgaan met journalisten die niet geïnteresseerd zijn. Dat vond ik een verrassende invalshoek. Ivo Niehe heeft me toen wel geïmponeerd. Hij zette voor het interview óók een cassette­recorder op tafel. Nou, dacht ik, daar zitten we dan.’

Je NRC-columns zijn knap geschreven miniatuurtjes. Toch denk ik af en toe: dit doet hij met twee vingers in de neus. Als je het kunstje eenmaal beheerst… Een dialoogje, iets persoonlijks…
‘Dat is niet zo. Soms kost het me best veel moeite. Maar je hebt wel goede en slechte fases. En het is wel drie keer per week, dus met dat persoonlijke ben je ook wel een keertje klaar. Af en toe denk ik echt: Jezus Christus, wat heb ik allemaal opgeschreven?!’

Helaas schrijf je nauwelijks reportages meer.
‘Dat kan ik toch zo weer oppakken? Het is ook niet helemaal waar. Met fotograaf Jan Dirk van der Burg ging ik afgelopen jaar eens per twee weken naar kansloze vergaderingen. Dat deden we voor onder meer De Correspondent. Dat is wel een behoorlijke niche hoor, dat je bij een deelraadsvergadering in Lemmer zit. Maar je moet natuurlijk wel een beetje een normaal leven leiden. Je kunt niet drie keer per week op reportage, dan word je gek.’

‘Bovendien is het een uitstervend genre, want nu doen internet en tv wat ik vroeger deed: belachelijke vragen stellen, overal heen gaan. PowNews stuurde als eerste een gek naar Den Haag. Nu heeft ieder programma zijn eigen debiel. Maar ik heb er weinig mee, iemand met een camera die staat te schreeuwen tegen een Kamerlid. Ik vind de observatie krachtiger.’

Je leek destijds een one trick pony. Dat heb je later gelogenstraft. Zou jij zelf graag met de Marcel van toen op pad gaan?
‘Nee. Afgelopen jaar, rond mijn theatertour (met fotograaf Van der Burg en Radio 1-presentator Roelof de Vries becommentarieerde hij op zijn Van Roosmalens de gemeente waar het theater zich bevond, red.), ging er een paar keer een journalist mee in de auto. En dan kom ik toch in de rol die ik dan schijnbaar speel als ik me op mijn gemak voel, dat gekanker. Ik dacht: wat een kutverhaal wordt dit als ik niet oppas. Ik ben er genadig vanaf gekomen, maar ik zie mezelf dan wel in perspectief: mopperend op iedere rotonde. Tja, kun je dan vragen, waarom doe je het dan? Dat is eigenlijk de beste vraag.’

Tekst loopt verder onder de illustratie.

Maarten van Rossem doet het al jaren met veel succes.
‘Ja, maar dat is zijn verdienmodel.’

Dus jij hebt ook een verdienmodel gevonden?
‘Nou…’ Secondenlange stilte.

Partner Eva, die op de bank tv kijkt, breekt in: ‘Willen jullie nog wat drinken?’

Van Roosmalen komt er even later zelf op terug. ‘Wat ik nog zeggen wil is dat dat gemopper een beetje is ontstaan omdat ik ook radiocolumns ging doen. Toen moest ik opeens een mening hebben. En ik vind het behoorlijk aanmatigend om een mening te hebben.’

Dat hoor ik nou echt aan niets. Je gaat er altijd vol in met die cynische grafstem van je.
‘Ja, maar heel veel mensen denken dat je dat dan ook écht vindt. Je kunt een half uur later toch weer iets anders vinden? Zo frustrerend dat je in deze tijd meteen een kamp in wordt getrokken. Met een beetje een overdreven grafstem een beetje een overdreven mening hebben zie ik als amusement.’

De amusantste televisie van 2019 was je optreden in De Wereld Draait Door op 9 november. Droogkomische tone of voice, onnozele mimiek, verkeerde bril: alles klopte. Je vertelde over je mislukte screentest voor de nieuwe talkshow Op1.
‘Ik wist bij die pilot al na drie minuten: het is beter als deze opnamen worden vernietigd. Maar toen ik ze terugzag, moest ik keihard lachen. En als ík dat al moet… Dus heb ik ze doorgestuurd naar DWDD. Ik dacht: nu krijg ik de kans om van een drol een gebakje te maken. Want dat kan ik wel. Ik heb van de nederlaag een soort overwinning gemaakt.’

Wat ging er mis tijdens de screentest?
‘Het ging helemaal niet zoals ik dacht dat zoiets gaat. Je staat echt ten dienste van het onderwerp. Het is zo geformatteerd dat er weinig persoonlijkheid van al die persoonlijkheden overblijft. En wat ik heel onplezierig vind: je hebt de neiging om jezelf te manifesteren. Terwijl je beter onderuit kunt zakken en uitstralen: stel jij de vragen maar. Maar ik zag mezelf op die schermen, die ogen…’

Doodsangst.
‘Nee, geen angst. Maar wel een vorm van onzekerheid. En ik dacht: kut, ik moet nog veertig minuten!’

In DWDD zei je dat je bij de directie van BNNVARA ook over iets anders hebt gepraat. Wat was dat?
‘Ik zou een pilot voor een serie over het koningshuis gaan maken. Mijn werkidee was: de Oranjes moeten weg, het liefst zo snel mogelijk. Zeg maar een anti-Blauw Bloed, liefst met dezelfde beelden, op hetzelfde tijdstip. Leek me hartstikke leuk. Maar uiteindelijk was het idee volgens mij toch iets te radicaal.’

Hoe ging dat dan?
‘Ik zat daar met directeur Gert Jan Hox. Een heel aardige man met een goed gevoel voor humor, dus die was wel voor. Maar zo werkt dat dus niet. Het is rul gehakt, dat door een soort molen gaat. Vijftien koks strooien er wat kruiden op. Ze gaan ermee naar een zenderbaas, die draait er iets van. En dan komen ze terug en vragen ze: “kunnen we niet beter een slavink maken Marcel, vind je dat niet veel lekkerder?” Maar ik heb helemaal geen slavink besteld. Dan gaat het nog een keer terug en wordt die slavink een vegetarische schnitzel, en op het laatst zit je iets te eten wat je helemaal niet wilt.’

Op1 is dus niet jouw setting. Maar misschien één op één met iemand, met een goed glas whisky, en we zien wel of we het uitzenden?
Enthousiast: ‘Ja, dat zou ik graag maken. Maar dan meer vanwege het ongemak. Ik ben heel erg voor meer ongemak op tv. Meer menselijk tekort, dát is interessant. In dat opzicht heeft de journalistiek veel moois te bieden. IJdelheid, scoringsdrang: al die menselijke zwakheden komen geweldig tot uitdrukking in de journalistiek. Vooral bij sportjournalisten.’

Is er iemand die jij als voorbeeld ziet in dat creëren van ongemak?
‘Wim T. Schippers. Hij trok het in zijn hele leven door. Ik heb hem zelf een keer geïnterviewd. Sprak hij bewust in een lawaaiig café af, zodat je niks hoorde op je cassette­recorder. En de jongens van Rembo en Rembo, die in 2015 Mathijs van Nieuwkerk totaal ontregelden met hun antwoorden. Vond ik heel grappig. Mathijs iets minder.’

Jij spreekt columns in voor Studio Voetbal. Soms bespot je medewerkers van NOS Sport. Een tijdje geleden oud-schaatser Erben Wennemars. Kwam daar gedoe van?
‘Toen wel. Wennemars is behalve schaatscommentator ook performance coach bij PEC Zwolle. Alle spelers van die club worden knettergek van hem. Dus daar ging mijn column over.’

Je zei: ‘Sinds Wennemars het schaatsen verslaat, hoop ik dat de Nederlanders geen gouden medailles winnen.’ Kreeg je een reprimande van NOS Sport?
‘Niet zo dwingend van: het mag niet meer, maar ik kreeg wel een gesprekje. Nou ja, ik onthoud het. Ik kreeg Wennemars zelf ook aan de lijn. Anderhalf uur pure humor aan de telefoon. “Wat is het plan?”, vroeg hij. Er is geen plan, antwoordde ik, het was eenmalig, wees niet bang. Maar ja, stel dat hij straks bij Feyenoord aan de slag gaat…’

Inmiddels ben je zo hoog gestegen dat je weinig bijzonders meer hoeft te doen om grappig te worden gevonden. Een tijd geleden vertelde je bij Voetbal Inside over een Europacupwedstrijd van Vitesse. Een neutraal, bijna steriel verslagje van een avond waarop niks was gebeurd. Toch lag René van der Gijp onder tafel van het lachen. Het fragment is op YouTube 788.000 keer bekeken.
‘O ja? Ik ben er niet per se op uit, hoor. Ja, wel bij DWDD laatst. Ik weet wel wanneer iets grappig is. Vandaar ook die bril toen. Dan zag het er nog iets potsierlijker uit.’

Je kunt aan mij veilig je nieuws kwijt, want je weet zeker dat het niet de volgende dag in de krant staat

Maar hoe zie je jezelf nu precies? Als journalist? Schrijver? Komiek?
‘Ik ben een mengvorm van journalist, columnist en performer. Meer columnist dan journalist trouwens. Je kunt aan mij veilig je nieuws kwijt, want je weet zeker dat het niet de volgende dag in de krant staat.’

Als het publiek het al razend grappig vindt als je niets bijzonders zegt of doet, haalt je volgende boek ook wel weer de eerste plek in de bestseller-top-60, net als vorig jaar dat over de winderige oud-voetballer Theo Janssen.
‘Dat is niet waar, maar het lijkt me wel leuk om een keer een echt goede roman te schrijven.’

Ben je al bezig?
‘Ja, maar het schiet niet op vanwege alle andere werkzaamheden. Ik zou wel willen dat ik zo was: na een column nog even lekker een paar uur aan mijn roman schrijven.’

Vriendin Eva meldt zich weer: ze gaat slapen. Zij wil ook dolgraag weg uit Wormer, vertelt ze. ‘Dus gaan we veel, nee héél veel geld binnen harken. Daarom hebben we nu een agent. Want wij waren echt van die gekken die voor een paar honderd euro een stukje gingen voorlezen in Nunspeet.’

Van Roosmalen knikt. ‘Ik deed echt alles. Was alleen nog maar onderweg.’

Hoeke: ‘En we hebben wel een gezin. Nu ben ik eigenlijk wéér een avond alleen. Het is ook niet normaal wat hij allemaal doet, hè. Het is rammen rammen rammen. Dinsdagochtend om acht uur opent hij zijn ogen en roept: “Ik moet aan het werk, ik moet aan het werk!” ’s Avonds om tien uur komt hij dan thuis. Als je dan óók nog voor een fooi naar Nunspeet gaat…’

Van Roosmalen: ‘Met die theatertour was het helemaal erg. Stond ik voor 300 euro in Valkenswaard een verhaal voor te lezen over hoe belachelijk mensen uit Valkenswaard zijn. Hartstikke gezellig, maar ik hoor dan mensen roepen: “Ga dan terug naar de Randstad als je het zo goed weet!” Inderdaad, dacht ik, waar sláát het op dat ik dit doe?’

Hoeke: ‘En dan weer ’s nachts thuiskomen.’

Van Roosmalen: ‘Moest ik op de bank slapen, onder een dekentje.’

Hoeke: ‘Ja, want hij schopt ’s nachts alles bij elkaar van de stress.’

 

Hij is na veertig jaar zijn eigen merk. Peter R. de Vries (62) over de spijt van Astrid Holleeder, aangeboren onverschrokkenheid en de kwestie-Bas van Hout, die informant was van de AIVD. ‘De collega’s die heel verontwaardigd deden, zitten zelf met justitie en de recherche aan tafel.’

Door Boudewijn Geels, illustratie TRIK (illustrik.nl)

(gepubliceerd in Villamedia, juli 2019)

Lees meer

Cor van Zadelhoff was Nederlands bekendste makelaar in commercieel vastgoed, met een schier onontwarbare kluwen aan belangen. ‘Voor mijn tachtigste verjaardag maak ik schoon schip’, nam hij zich tien jaar geleden voor. Nu is het zover. Interview met een nog immer borrelende vulkaan. ‘Als een belastinginspecteur misbruik maakt van zijn positie, dan pák ik hem!’

Door Boudewijn Geels en Eva Rooijers, foto’s Peter Boer

(gepubliceerd in Het Financieele Dagblad, 27 april 2018)

Lees meer

Hij is de ultieme uitdaging voor zéér vergevorderden. PowNeds Rutger Castricum over goede, slechte en hopeloze voorlichters. ‘Je neemt toch ook geen penalty als je denkt: die ga ik missen?’ Gedetailleerde analyse van een pr-nachtmerrie in Osdorp.

door Boudewijn Geels

Gepubliceerd in: vakblad Communicatie, mei 2016

Lees meer

Telegraaf-journalist John van den Heuvel sprak in januari in Villamedia harde woorden over Nico Meijering. De advocaat was woedend. Talkshows kregen het duo niet samen aan tafel, Villamedia wel. ‘Krokodillentranen zijn het. Onoprecht en hypocriet!’

Door Boudewijn Geels,  foto’s Truus van Gog

(gepubliceerd in Villamedia, februari 2018)

Lees meer

Hij voorspelde dat bondskanselier Angela Merkel de grenzenloze opvang van vluchtelingen niet ging ‘schaffen’. Twee chaotische jaren later gaat het FD opnieuw op bezoek bij hoogleraar en publicist Paul Scheffer. ‘Wat in 2015 nog immoreel heette, is nu vanzelfsprekend.’

Door Boudewijn Geels

(gepubliceerd in Het Financiële Dagblad, 30 december 2017)

Lees meer

Je hebt het, vind je zelf, prima gedaan als vader. Leuke vakanties, altijd fijne verjaarspartijtjes. Heeft je zoon vooral de keer dat je ontbrak onthouden. Familietherapeut Else-Marie van den Eerenbeemt over goede, slechte, dwaze en afwezige vaders. ‘Iederéén is weleens in de steek gelaten.’

door Boudewijn Geels

(gepubliceerd in HP/De Tijd, juni 2013)

Lees meer

Na snoeiharde islamkritiek heeft journalist Joost Niemöller (57) zich nu ook op het verband tussen etniciteit en gedrag gestort. Zelfs zijn eigen fans trekken daar een streep. Wat bezielt Nederlands controversieelste publicist? ‘Als iets een taboe is, denk ik: dan zal het wel waar zijn.’

Door Boudewijn Geels
Foto’s Corné van der Stelt

(gepubliceerd in Nieuwe Revu, 22 februari 2014)

Lees meer

Een Hollandse twintiger bedacht een concept dat de printmedia van de ondergang kan redden. Nog bijzonderder: hij krijgt zijn idee nog uitgevoerd ook. Op de bank bij Blendle-oprichter Marten Blankesteijn. ‘Ons voordeel: wij zijn niet groot genoeg om bedreigend over te komen, zoals Google.’

Op het voorhoofd van Marten Blankesteijn verschijnt een diepe denkrimpel. ‘Maaike’, roept de Blendle-oprichter dan, ‘mij wordt gevraagd of ik vroeger ook al zakelijk inzicht had. Had ik dat?’
Vanuit de keuken klinkt gegrinnik. ‘Nee!’

Doorlezen? Even registreren of inloggen bij Blendle.

‘Extreemrechts’, ‘fascistisch’: steeds vaker ziet journalist Wierd Duk (57) zich in een dubieuze hoek geplaatst. De man die nimmer hapert als de camera’s draaien over borderline-gedrag, zijn Russische underground vrienden en naïeve collega’s. ‘Politiek correct denken is laf en makkelijk.’ 

The Visitor is jeugdsentiment voor 40-plussers. Ook als je, zoals de auteur van dit stuk, Wierd Duks band in de eighties nooit hebt gehoord. 40-minners, zó klonk de combinatie van recessie en Koude Oorlog. Vrolijk? Nou nee, maar die sombere new wave had zijn eigen romantiek.

Hoewel The Visitor tot de interessantere alternatieve rockacts van Nederland behoorde, is Syp Wynia (64) nooit komen kijken. De toenmalige chef kunst van het Nieuwsblad van het Noorden was, zegt hij, ‘van een iets oudere generatie’ dan basgitarist en beginnend popjournalist Duk. Wisten ze van elkaar dat ze qua politieke opvattingen allebei Elsevier-materiaal waren? Wynia: ‘Welnee. Wierd en ik hadden een werkrelatie. We praatten niet over politiek. Wel herinner ik me dat destijds Wierds fascinatie voor Rusland ontstond. Zijn band mocht optreden in Leningrad.’

Ook achter het IJzeren Gordijn, in 1986, was Duk de kundige bassist die zich onthield van aanstellerige rockposes, blikt frontman Ernst Langhout terug. Volgens de zanger, die ook de teksten schreef, was The Visitor behoorlijk links. ‘En dan vooral ik. Wierd had dat wat minder. Hij was toen al erg analytisch.’

Het is Langhout en Wynia niet ontgaan dat AD-journalist Duk – sinds 2014 is hij ook bekend van radio en tv – door velen als erg rechts en door sommigen zelfs als ‘fascist’ wordt weggezet. ‘Zelfs bij dat “rechts” plaats ik vraagtekens,’ zegt Wynia. Langhout: ‘Ja, Wierd durft dingen te zeggen die niet politiek trendy zijn. Maar hij kletst er nooit zomaar wat op los. Ik ben altijd trots als ik hem zie of lees.’

Erik van Bruggen, oud-kandidaat-voorzitter van de PvdA, wil de muziek van The Visitor opnieuw uitbrengen, vertelde Langhout.
‘Dat klopt. Erik is fan van het eerste uur en heeft bij platenlabel Excelsior geregeld dat er een cd-box komt. Erik denkt dat er wel belangstelling voor zal zijn.’

Van Bruggen is je kennelijk gunstig gezind. Dat geldt niet voor een man die in 2005 wél PvdA-voorzitter werd: Michiel van Hulten. Hij noemde je laatst op Twitter een ‘extreemrechtse complotdenker’.
‘Van Hulten praat de gekochte journalist Joshua Livestro na. Die twee waren de woordvoerders van de ja-campagne bij het Oekraïne-referendum. Livestro kreeg daar geld voor van miljardair George Soros. Ik droeg destijds argumenten aan om nee te stemmen. Tot woede van Van Hulten en Livestro won nee.’

Van Hulten schreef ook: ‘Ik heb je een jaar lang genegeerd, maar fascisme bestrijd je niet door het te negeren.’
Duk zucht diep. ‘Borderline-gedrag is het. Wat moet ik? Aangifte doen? Dan kan ik wel aan de gang blijven.’

Je schrijft voor het AD erg sombere artikelen over de multiculturele samenleving. In praatprogramma’s en op Twitter laat je je evenmin onbetuigd. Dan krijg je al snel een rechts imago.
‘Als ik al iets ben, dan is het een sociaaldemocraat. Maar de sociaaldemocratie heeft de eigen achterban vreselijk in de steek gelaten. Veel mensen die nu rondhangen bij de PVV horen thuis bij de PvdA.’

Je hebt zo vaak PVV-stemmers aan het woord gelaten dat je van AD-hoofdredacteur Hans Nijenhuis niet meer mag schrijven dat zulke mensen nergens aan het woord komen, zei Nijenhuis begin mei in de Volkskrant.
‘Dat schrijf ik ook niet meer. Trouwens, volgens Hans hebben we misschien wel voorkomen dat Geert Wilders de verkiezingen heeft gewonnen. Want nu kon iedereen zien dat er tussen die PVV-stemmers ook behoorlijke mafkezen zitten.’

Nijenhuis zei ook: ‘Met Wierds stukken zijn we blij, op Twitter is hij veel minder genuanceerd. Ik heb hem al eens gezegd dat hij daarmee moet stoppen, of zijn toon moet matigen.’
‘Ik probeer daar wel rekening mee te houden. Bijvoorbeeld door niet meer zo in te gaan op mensen die van alles over me roepen. Als je in een ruzie verzeild raakt, is dat niet fraai.’

Dat gaf Wynia, tussen 2008 en 2013 jouw collega bij Elsevier, ook als advies: laat gáán.
‘Hij heeft gelijk. Machteld Zee, die ik interviewde over haar alarmerende onderzoek naar sharia-rechtbanken, kreeg ook veel shit over zich heen. Ze reageerde nergens op en toen luwde de storm ook wel weer. Maar ja, ik denk dat mannen gewoon eerder terugslaan.’

Jouw missie lijkt te zijn: Nederland redden van linkse wegkijkers.
‘Ik ben verbaasd over de bubbel waarin veel mensen, inclusief journalisten, leven. In bijna alle Nederlandse media is het discours over Syrië, Donald Trump, Rusland, de islam en de multiculturele samenleving hetzelfde. Dat kan toch niet kloppen? Zelfs bij de commerciële omroepen gaat het zo. Richt dan een soort Fox News Nederland op, denk ik dan.’

Je treedt regelmatig aan bij WNL.
‘WNL is meer het klassieke VVD-liberalisme geworden.’

Zíjn de Nederlandse media wel zo eenvormig? De Volkskrant heeft Martin Sommer, Elma Drayer en Derk Jan Eppink. Die kun je onmogelijk politiek correct noemen. Theodor Holman en Sylvain Ephimenco staan prominent op pagina 2 van respectievelijk Het Parool en Trouw.
‘Ja, maar dat zijn columnisten. Het gaat mij om de invalshoek bij de reguliere artikelen en commentaren. Trump heeft toch gewoon gelijk als hij stelt dat Europese landen te weinig betalen aan de NAVO?’

Dat schrijven de kranten toch ook?
‘Ja, na eerst een hoop gesneer. Het begint er telkens mee dat Trump de Europese leiders heeft “geschoffeerd”. En Vladimir Poetin is “de belangrijkste bedreiging voor het Westen”. Ik ben oud-Rusland-correspondent. Bijna niemand zegt dat Rusland ook wel erg is geprovoceerd met de onzalige uitbreidingsplannen van de EU en de NAVO. En dan wel, zoals de Volkskrant laatst, proberen Thierry Baudet te ontmaskeren als extreemrechts. Wat uiteindelijk dan niet lukt.’

Zo’n krant mag Baudet toch kritisch tegen het licht houden? En de conclusie was dus dat het Forum voor Democratie niet extreemrechts kan worden genoemd.
‘Klopt, maar zo was het stuk duidelijk niet opgezet. Je ziet aan alles dat de auteurs de suggestie dat het Forum wél extreemrechts is nog openlaten. Wat overigens niet zal helpen. Met Wilders wil niemand regeren, dus het kan goed zijn dat veel PVV-kiezers de volgende keer op Baudet stemmen.’

Je hebt geen hoge pet op van de gemiddelde Nederlandse journalist hè?
‘Ik vind dat wijd verbreide politiek correcte denken laf, moraliserend en makkelijk. Ik kom net uit een interview met een Turkse en een Afghaanse die geprobeerd hebben zelf hun partner te kiezen. Als je hoort wat zich in die gemeenschappen afspeelt: dat vasthouden aan tribale cultuurpatronen, het geweld. Maar Shirin Musa van Femmes for Freedom die actie voert om zulke vrouwen te helpen wordt verdacht gemaakt omdat ze samenwerkt met Leefbaar Rotterdam.’

Jij hebt significant meer kennis van dit soort zaken dan anderen?
‘Niet per se, maar doordat ik jaren in het buitenland heb gewerkt, waaronder in Tsjetsjenië, en privé kennis heb van andere culturen (Duk was getrouwd met een Russische, zijn tweede vrouw Fidan Ekiz heeft Turkse roots, BG) ben ik denk ik veel minder naïef dan anderen.’

Je reageerde behoorlijk geëmotioneerd op de aanslag met een truck in Berlijn.
‘Mijn oudste dochter woont in Kreuzberg. Zij had ook over die Kerstmarkt kunnen lopen. Peter R. de Vries kan voor veel geld op tv roepen dat de kans om slachtoffer te worden van terreur statistisch gezien erg klein is, maar een vriendin van mijn dochter, Amal, is half verlamd geraakt bij de aanslag in Nice, en twee van Amals klasgenootjes zijn nu dood. Nog zoiets: een Turkse klasgenote vertelde over een familieberaad. Gingen ze overleggen welke oom of neef eerwraak zou moeten plegen in Turkije. Dat vertelt zo’n meisje dus gewoon op school! Dat is wat anders dan te denken dat de multiculturele samenleving bestaat uit shoarmatenten en couscous.’

Collega’s eten na een avondje doorzakken een broodje shoarma en hangen vervolgens de antropoloog uit?
‘Ga maar eens na hoeveel journalisten Marokkaanse of Turkse vrienden hebben. Nederland is volkomen gesegregeerd. Ook op scholen klitten de etnische groepen bij elkaar, blijkt uit onderzoek. En er zijn nauwelijks allochtonen die in de journalistiek willen werken, want het is geen prestigieus beroep zoals dokter of advocaat. Dus huurt het AD treitervlogger Ismail Ilgün in omdat hij wél die moeilijke wijken binnenkomt.’

Jij bent nog steeds geen voorstander?
‘Ik dacht in eerste instantie aan het Zaanse raadslid ­Juliëtte Rot, die veel last heeft gehad van de intimidaties van Ilgün en zijn vriendjes. Maar goed, Ilgüns recente vlogs zijn wel interessant. En misschien kan hij uiteindelijk vrede sluiten met Rot en dan is Nederland weer het consensusland als altijd.’

Ik zie je ironisch kijken. Heb je wel eens contact met de gehoofddoekte AD-columniste Hanina Ajarai?
‘Nee, maar ik lees haar stukken wel. Ach, in het AD zijn alle meningen vertegenwoordigd.’

Ook die van Chris Klomp, waarschijnlijk jouw grootste tegenstander.
‘Dat weet ik niet, want ik krijg niet onder ogen wat hij over mij zegt. Hij heeft me pas net ontblockt op Twitter.’

Dat gaat best ver, als collega’s elkaar blocken.
‘Klomp en ik zouden een soort “Crossfire” moeten maken, inclusief vuurspuwen naar elkaar. Hoge bomen vangen veel wind, maar het wordt echt vervelend als mensen obsessief-agressief met je bezig zijn, zoals Peter Breedveld van de website Frontaalnaakt, je bedreigen of je ontslag eisen, zoals oud-CDA-Kamerlid Ad Lansink en een regionale GroenLinks-politicus doen. Maar wat kun je eraan doen behalve negeren?’

Merk je wel eens spanning op de AD-redactie?
‘Nee. Het AD is geen krant waar grote ego’s elkaar in de weg zitten. Ik heb bovendien een vrije rol. Ben vaak onderweg. Eens per week zit ik op de onlineredactie in Den Haag. Daar zit Klomp dan soms naast me.’

Hoe gezellig is dat dan?
‘We mijden elkaar een beetje in het gesprek.’

Focus jij niet te veel op wat er mis gaat in de multi­culturele samenleving? Volgens Wynia schreef je bij Elsevier ook positieve stukken.
‘Dat vond ik toen nodig, maar er is de laatste jaren wel iets veranderd. Veel moslims worden niet vrijer maar juist strenger in de leer. Dat vind ik nu een belangrijker verhaal dan dat Marokkaanse meisjes het zo goed doen in het hoger onderwijs, want dat weten we nu wel.’

Toch kun je zo je imago een beetje stutten. Op 18 mei twitterde Volkskrant-journalist Tom Kreling vilein: ‘Knap hoe Wierd Duk altijd zomaar tegen mensen aanloopt die zijn eigen wereldbeeld bevestigen.’ Hij deed er een plaatje bij van tweets van jou. Krelings tweet is honderden keren geretweet.
‘Ja. Ook door collega’s van wie ik dat niet had verwacht. Dat viel me tegen. Die Kreling heeft al die oude tweets van mij onder elkaar geplakt. Daar ben je zo een kwartier mee bezig. Dat is toch raar?’

Hij probeerde iets aan te tonen. Jij trekt zelf ook een grote broek aan. En zie: een week later stond jouw criticaster Dirk-Jan van Baar prominent in je AD-rubriek ‘Wierd Duk peilt de stemming’.
‘Er is geen verband. Ik was al langer van plan om een stuk te schrijven over mensen die zoals Van Baar niet meegaan in EU-bashing. Ook typerend: Kreling heeft in juni de echtheid van een van mijn anonieme bronnen, een bedreigde Tsjetsjeense, gecontroleerd. Ze is zich rot geschrokken.’

De krant wilde kennelijk checken of je bronnen deugen.
‘En waarom? Omdat een deel van mijn stukken Kreling c.s. niet bevalt. Ze willen me “ontmaskeren”. Sneu. Pure intimidatiejournalistiek is het.’

Behalve als Poetin-versteher sta je ook te boek als Trump-versteher. Ben je te positief over hem geweest?
‘Ik was helemaal niet zo positief, ik stoorde me alleen aan de enorme partijdigheid voor Clinton. En ik zei: Trump kan winnen. Eelco Bosch van Rosenthal van Nieuwsuur twitterde steeds dat Trump kansloos was. Ook RTL-correspondent Erik Mouthaan is de hele dag Trump aan het bashen op social media. Hij komt daarmee weg, terwijl je wordt verketterd als je Poetin niet alleen maar neerzet als een kinderverkrachter – wat hij overigens niet is.’

Goed dan, welke maatregel van Trump moeten wij journalisten aanprijzen als zijnde een puik idee?
Zeven seconden stilte. ‘Ehh, nou… Je zou… Ehh, dat weet ik eigenlijk niet. Ik hoopte dat Trump en Poetin samen één front tegen IS zouden vormen. Dat is niet gebeurd. Dat Trump in Saudi-Arabië zo duidelijk partij heeft gekozen voor de soennieten vind ik ook slecht.’

Dat gebeurt zelden, dat je even geen tekst hebt, weten we sinds je tv-doorbraak bij Pauw & Witteman in 2014.
‘Als ik veel weet over een onderwerp hoef ik inderdaad maar op een knop te drukken en dan komt er wel een coherent verhaal uit, maar nu… Maar wacht even, dat Trump de VS heeft teruggetrokken uit het klimaat­akkoord van Parijs vind ik wél goed.’

Heb je daar dan óók verstand van?
‘Nee, maar ik heb experts gesproken. Er is sprake van klimaathysterie.’

Er zijn deskundigen die zich wél zorgen maken. Vrij veel zelfs. Of is hier sprake van een links complot?
‘Die onderzoekers zijn vaak afhankelijk van fondsen van overheden en dan loop je al snel mee in de pas. “Parijs” kost krankzinnig veel geld en levert bijna niets op.’

Denk je zelf ook wel eens: wat weet ik het allemaal toch goed?
‘Nee, ik interesseer me gewoon voor veel onderwerpen.’

 Je klinkt nog steeds meer als een opiniebladjournalist dan als een krantenjournalist. Je bent in 2013 niet vrijwillig vertrokken bij Elsevier hè?
‘Contractueel is afgesproken dat ik daar niets over zeg.’

Naar verluidt had het iets van doen met een kritisch artikel van jouw hand over toenmalig PvdA-burgemeester van Groningen Peter Rehwinkel, die een vriend is van hoofdredacteur Arendo Joustra.
‘Geen commentaar.’

Is het voor Elsevier niet jammer dat je weg bent? Je zou met al jouw exposure een geweldig uithangbord zijn.
‘Sheila Sitalsing, Marike Stellinga, ik, Anna Dijkman, Frederique Dormaar, Mehtap Gungormez en nog anderen: we hadden allemaal mede een gezicht kunnen geven aan dat blad, en we werken er allemaal niet meer. Er zitten bij Elsevier bepalende mensen al heel lang op dezelfde plek. Medewerkers hebben daardoor niet de indruk dat ze kunnen doorstromen. Daar gaat het mis.’

Ziet Erik van Bruggen die cd-box van The Visitor ook wel zitten omdat de bassist tegenwoordig zo vaak op radio en tv verschijnt?
‘Welnee, Erik wil dit al heel lang en wij ook. Ik denk ook niet dat mijn naam enige invloed zal hebben op de verkoopcijfers.’

Spreek je je Russische undergroundvrienden uit 1986 nog wel eens?
‘Jazeker. Vorig jaar hebben we nog een reünietour gedaan. Veel jongens zijn dood door drugs, maar anderen spelen nu voor 30.000 man in Moskou. En ze zijn opnieuw in protest. Toen tegen het communisme, nu tegen Poetin.’

Begrijpen zij jouw houding tegenover Poetin?
‘Nee. Dan zeg ik: een sterke hand is misschien niet de slechtste optie, omdat je anders een burgeroorlog riskeert. Dat kúnnen ze als recalcitrante kunstenaars gewoon niet met me eens zijn. Maar dan word ik de journalist en analyticus die denkt: hoeveel democratie kan Rusland verdragen?’

1959: Geboren in Hooge Zwaluwe
1978-1985: Studie hedendaagse geschiedenis in Groningen
1985-1992: Freelance journalist voor Vinyl, Nieuwsblad van het Noorden, Vrij Nederland.
1992-2001: Correspondent in Moskou voor Elsevier, Het Parool, VNU, Radio 2
2001-2006: Correspondent in Berlijn voor de GPD
2006-2008: ­Politiek redacteur GPD
2008-2013: Redacteur binnenland Elsevier
2013-2016: Correspondent in Berlijn voor De Persdienst, TPO, Nieuwe Revu, Het Parool, AD
2016-heden: ‘Reizend politiek commentator’ AD
Twitter-volgers: 35.300 (stand juli 2017)