Hij voorspelde dat bondskanselier Angela Merkel de grenzenloze opvang van vluchtelingen niet ging ‘schaffen’. Twee chaotische jaren later gaat het FD opnieuw op bezoek bij hoogleraar en publicist Paul Scheffer. ‘Wat in 2015 nog immoreel heette, is nu vanzelfsprekend.’

Door Boudewijn Geels

(gepubliceerd in Het Financiële Dagblad, 30 december 2017)

Lees meer

‘Extreemrechts’, ‘fascistisch’: steeds vaker ziet journalist Wierd Duk (57) zich in een dubieuze hoek geplaatst. De man die nimmer hapert als de camera’s draaien over borderline-gedrag, zijn Russische underground vrienden en naïeve collega’s. ‘Politiek correct denken is laf en makkelijk.’ 

The Visitor is jeugdsentiment voor 40-plussers. Ook als je, zoals de auteur van dit stuk, Wierd Duks band in de eighties nooit hebt gehoord. 40-minners, zó klonk de combinatie van recessie en Koude Oorlog. Vrolijk? Nou nee, maar die sombere new wave had zijn eigen romantiek.

Hoewel The Visitor tot de interessantere alternatieve rockacts van Nederland behoorde, is Syp Wynia (64) nooit komen kijken. De toenmalige chef kunst van het Nieuwsblad van het Noorden was, zegt hij, ‘van een iets oudere generatie’ dan basgitarist en beginnend popjournalist Duk. Wisten ze van elkaar dat ze qua politieke opvattingen allebei Elsevier-materiaal waren? Wynia: ‘Welnee. Wierd en ik hadden een werkrelatie. We praatten niet over politiek. Wel herinner ik me dat destijds Wierds fascinatie voor Rusland ontstond. Zijn band mocht optreden in Leningrad.’

Ook achter het IJzeren Gordijn, in 1986, was Duk de kundige bassist die zich onthield van aanstellerige rockposes, blikt frontman Ernst Langhout terug. Volgens de zanger, die ook de teksten schreef, was The Visitor behoorlijk links. ‘En dan vooral ik. Wierd had dat wat minder. Hij was toen al erg analytisch.’

Het is Langhout en Wynia niet ontgaan dat AD-journalist Duk – sinds 2014 is hij ook bekend van radio en tv – door velen als erg rechts en door sommigen zelfs als ‘fascist’ wordt weggezet. ‘Zelfs bij dat “rechts” plaats ik vraagtekens,’ zegt Wynia. Langhout: ‘Ja, Wierd durft dingen te zeggen die niet politiek trendy zijn. Maar hij kletst er nooit zomaar wat op los. Ik ben altijd trots als ik hem zie of lees.’

Erik van Bruggen, oud-kandidaat-voorzitter van de PvdA, wil de muziek van The Visitor opnieuw uitbrengen, vertelde Langhout.
‘Dat klopt. Erik is fan van het eerste uur en heeft bij platenlabel Excelsior geregeld dat er een cd-box komt. Erik denkt dat er wel belangstelling voor zal zijn.’

Van Bruggen is je kennelijk gunstig gezind. Dat geldt niet voor een man die in 2005 wél PvdA-voorzitter werd: Michiel van Hulten. Hij noemde je laatst op Twitter een ‘extreemrechtse complotdenker’.
‘Van Hulten praat de gekochte journalist Joshua Livestro na. Die twee waren de woordvoerders van de ja-campagne bij het Oekraïne-referendum. Livestro kreeg daar geld voor van miljardair George Soros. Ik droeg destijds argumenten aan om nee te stemmen. Tot woede van Van Hulten en Livestro won nee.’

Van Hulten schreef ook: ‘Ik heb je een jaar lang genegeerd, maar fascisme bestrijd je niet door het te negeren.’
Duk zucht diep. ‘Borderline-gedrag is het. Wat moet ik? Aangifte doen? Dan kan ik wel aan de gang blijven.’

Je schrijft voor het AD erg sombere artikelen over de multiculturele samenleving. In praatprogramma’s en op Twitter laat je je evenmin onbetuigd. Dan krijg je al snel een rechts imago.
‘Als ik al iets ben, dan is het een sociaaldemocraat. Maar de sociaaldemocratie heeft de eigen achterban vreselijk in de steek gelaten. Veel mensen die nu rondhangen bij de PVV horen thuis bij de PvdA.’

Je hebt zo vaak PVV-stemmers aan het woord gelaten dat je van AD-hoofdredacteur Hans Nijenhuis niet meer mag schrijven dat zulke mensen nergens aan het woord komen, zei Nijenhuis begin mei in de Volkskrant.
‘Dat schrijf ik ook niet meer. Trouwens, volgens Hans hebben we misschien wel voorkomen dat Geert Wilders de verkiezingen heeft gewonnen. Want nu kon iedereen zien dat er tussen die PVV-stemmers ook behoorlijke mafkezen zitten.’

Nijenhuis zei ook: ‘Met Wierds stukken zijn we blij, op Twitter is hij veel minder genuanceerd. Ik heb hem al eens gezegd dat hij daarmee moet stoppen, of zijn toon moet matigen.’
‘Ik probeer daar wel rekening mee te houden. Bijvoorbeeld door niet meer zo in te gaan op mensen die van alles over me roepen. Als je in een ruzie verzeild raakt, is dat niet fraai.’

Dat gaf Wynia, tussen 2008 en 2013 jouw collega bij Elsevier, ook als advies: laat gáán.
‘Hij heeft gelijk. Machteld Zee, die ik interviewde over haar alarmerende onderzoek naar sharia-rechtbanken, kreeg ook veel shit over zich heen. Ze reageerde nergens op en toen luwde de storm ook wel weer. Maar ja, ik denk dat mannen gewoon eerder terugslaan.’

Jouw missie lijkt te zijn: Nederland redden van linkse wegkijkers.
‘Ik ben verbaasd over de bubbel waarin veel mensen, inclusief journalisten, leven. In bijna alle Nederlandse media is het discours over Syrië, Donald Trump, Rusland, de islam en de multiculturele samenleving hetzelfde. Dat kan toch niet kloppen? Zelfs bij de commerciële omroepen gaat het zo. Richt dan een soort Fox News Nederland op, denk ik dan.’

Je treedt regelmatig aan bij WNL.
‘WNL is meer het klassieke VVD-liberalisme geworden.’

Zíjn de Nederlandse media wel zo eenvormig? De Volkskrant heeft Martin Sommer, Elma Drayer en Derk Jan Eppink. Die kun je onmogelijk politiek correct noemen. Theodor Holman en Sylvain Ephimenco staan prominent op pagina 2 van respectievelijk Het Parool en Trouw.
‘Ja, maar dat zijn columnisten. Het gaat mij om de invalshoek bij de reguliere artikelen en commentaren. Trump heeft toch gewoon gelijk als hij stelt dat Europese landen te weinig betalen aan de NAVO?’

Dat schrijven de kranten toch ook?
‘Ja, na eerst een hoop gesneer. Het begint er telkens mee dat Trump de Europese leiders heeft “geschoffeerd”. En Vladimir Poetin is “de belangrijkste bedreiging voor het Westen”. Ik ben oud-Rusland-correspondent. Bijna niemand zegt dat Rusland ook wel erg is geprovoceerd met de onzalige uitbreidingsplannen van de EU en de NAVO. En dan wel, zoals de Volkskrant laatst, proberen Thierry Baudet te ontmaskeren als extreemrechts. Wat uiteindelijk dan niet lukt.’

Zo’n krant mag Baudet toch kritisch tegen het licht houden? En de conclusie was dus dat het Forum voor Democratie niet extreemrechts kan worden genoemd.
‘Klopt, maar zo was het stuk duidelijk niet opgezet. Je ziet aan alles dat de auteurs de suggestie dat het Forum wél extreemrechts is nog openlaten. Wat overigens niet zal helpen. Met Wilders wil niemand regeren, dus het kan goed zijn dat veel PVV-kiezers de volgende keer op Baudet stemmen.’

Je hebt geen hoge pet op van de gemiddelde Nederlandse journalist hè?
‘Ik vind dat wijd verbreide politiek correcte denken laf, moraliserend en makkelijk. Ik kom net uit een interview met een Turkse en een Afghaanse die geprobeerd hebben zelf hun partner te kiezen. Als je hoort wat zich in die gemeenschappen afspeelt: dat vasthouden aan tribale cultuurpatronen, het geweld. Maar Shirin Musa van Femmes for Freedom die actie voert om zulke vrouwen te helpen wordt verdacht gemaakt omdat ze samenwerkt met Leefbaar Rotterdam.’

Jij hebt significant meer kennis van dit soort zaken dan anderen?
‘Niet per se, maar doordat ik jaren in het buitenland heb gewerkt, waaronder in Tsjetsjenië, en privé kennis heb van andere culturen (Duk was getrouwd met een Russische, zijn tweede vrouw Fidan Ekiz heeft Turkse roots, BG) ben ik denk ik veel minder naïef dan anderen.’

Je reageerde behoorlijk geëmotioneerd op de aanslag met een truck in Berlijn.
‘Mijn oudste dochter woont in Kreuzberg. Zij had ook over die Kerstmarkt kunnen lopen. Peter R. de Vries kan voor veel geld op tv roepen dat de kans om slachtoffer te worden van terreur statistisch gezien erg klein is, maar een vriendin van mijn dochter, Amal, is half verlamd geraakt bij de aanslag in Nice, en twee van Amals klasgenootjes zijn nu dood. Nog zoiets: een Turkse klasgenote vertelde over een familieberaad. Gingen ze overleggen welke oom of neef eerwraak zou moeten plegen in Turkije. Dat vertelt zo’n meisje dus gewoon op school! Dat is wat anders dan te denken dat de multiculturele samenleving bestaat uit shoarmatenten en couscous.’

Collega’s eten na een avondje doorzakken een broodje shoarma en hangen vervolgens de antropoloog uit?
‘Ga maar eens na hoeveel journalisten Marokkaanse of Turkse vrienden hebben. Nederland is volkomen gesegregeerd. Ook op scholen klitten de etnische groepen bij elkaar, blijkt uit onderzoek. En er zijn nauwelijks allochtonen die in de journalistiek willen werken, want het is geen prestigieus beroep zoals dokter of advocaat. Dus huurt het AD treitervlogger Ismail Ilgün in omdat hij wél die moeilijke wijken binnenkomt.’

Jij bent nog steeds geen voorstander?
‘Ik dacht in eerste instantie aan het Zaanse raadslid ­Juliëtte Rot, die veel last heeft gehad van de intimidaties van Ilgün en zijn vriendjes. Maar goed, Ilgüns recente vlogs zijn wel interessant. En misschien kan hij uiteindelijk vrede sluiten met Rot en dan is Nederland weer het consensusland als altijd.’

Ik zie je ironisch kijken. Heb je wel eens contact met de gehoofddoekte AD-columniste Hanina Ajarai?
‘Nee, maar ik lees haar stukken wel. Ach, in het AD zijn alle meningen vertegenwoordigd.’

Ook die van Chris Klomp, waarschijnlijk jouw grootste tegenstander.
‘Dat weet ik niet, want ik krijg niet onder ogen wat hij over mij zegt. Hij heeft me pas net ontblockt op Twitter.’

Dat gaat best ver, als collega’s elkaar blocken.
‘Klomp en ik zouden een soort “Crossfire” moeten maken, inclusief vuurspuwen naar elkaar. Hoge bomen vangen veel wind, maar het wordt echt vervelend als mensen obsessief-agressief met je bezig zijn, zoals Peter Breedveld van de website Frontaalnaakt, je bedreigen of je ontslag eisen, zoals oud-CDA-Kamerlid Ad Lansink en een regionale GroenLinks-politicus doen. Maar wat kun je eraan doen behalve negeren?’

Merk je wel eens spanning op de AD-redactie?
‘Nee. Het AD is geen krant waar grote ego’s elkaar in de weg zitten. Ik heb bovendien een vrije rol. Ben vaak onderweg. Eens per week zit ik op de onlineredactie in Den Haag. Daar zit Klomp dan soms naast me.’

Hoe gezellig is dat dan?
‘We mijden elkaar een beetje in het gesprek.’

Focus jij niet te veel op wat er mis gaat in de multi­culturele samenleving? Volgens Wynia schreef je bij Elsevier ook positieve stukken.
‘Dat vond ik toen nodig, maar er is de laatste jaren wel iets veranderd. Veel moslims worden niet vrijer maar juist strenger in de leer. Dat vind ik nu een belangrijker verhaal dan dat Marokkaanse meisjes het zo goed doen in het hoger onderwijs, want dat weten we nu wel.’

Toch kun je zo je imago een beetje stutten. Op 18 mei twitterde Volkskrant-journalist Tom Kreling vilein: ‘Knap hoe Wierd Duk altijd zomaar tegen mensen aanloopt die zijn eigen wereldbeeld bevestigen.’ Hij deed er een plaatje bij van tweets van jou. Krelings tweet is honderden keren geretweet.
‘Ja. Ook door collega’s van wie ik dat niet had verwacht. Dat viel me tegen. Die Kreling heeft al die oude tweets van mij onder elkaar geplakt. Daar ben je zo een kwartier mee bezig. Dat is toch raar?’

Hij probeerde iets aan te tonen. Jij trekt zelf ook een grote broek aan. En zie: een week later stond jouw criticaster Dirk-Jan van Baar prominent in je AD-rubriek ‘Wierd Duk peilt de stemming’.
‘Er is geen verband. Ik was al langer van plan om een stuk te schrijven over mensen die zoals Van Baar niet meegaan in EU-bashing. Ook typerend: Kreling heeft in juni de echtheid van een van mijn anonieme bronnen, een bedreigde Tsjetsjeense, gecontroleerd. Ze is zich rot geschrokken.’

De krant wilde kennelijk checken of je bronnen deugen.
‘En waarom? Omdat een deel van mijn stukken Kreling c.s. niet bevalt. Ze willen me “ontmaskeren”. Sneu. Pure intimidatiejournalistiek is het.’

Behalve als Poetin-versteher sta je ook te boek als Trump-versteher. Ben je te positief over hem geweest?
‘Ik was helemaal niet zo positief, ik stoorde me alleen aan de enorme partijdigheid voor Clinton. En ik zei: Trump kan winnen. Eelco Bosch van Rosenthal van Nieuwsuur twitterde steeds dat Trump kansloos was. Ook RTL-correspondent Erik Mouthaan is de hele dag Trump aan het bashen op social media. Hij komt daarmee weg, terwijl je wordt verketterd als je Poetin niet alleen maar neerzet als een kinderverkrachter – wat hij overigens niet is.’

Goed dan, welke maatregel van Trump moeten wij journalisten aanprijzen als zijnde een puik idee?
Zeven seconden stilte. ‘Ehh, nou… Je zou… Ehh, dat weet ik eigenlijk niet. Ik hoopte dat Trump en Poetin samen één front tegen IS zouden vormen. Dat is niet gebeurd. Dat Trump in Saudi-Arabië zo duidelijk partij heeft gekozen voor de soennieten vind ik ook slecht.’

Dat gebeurt zelden, dat je even geen tekst hebt, weten we sinds je tv-doorbraak bij Pauw & Witteman in 2014.
‘Als ik veel weet over een onderwerp hoef ik inderdaad maar op een knop te drukken en dan komt er wel een coherent verhaal uit, maar nu… Maar wacht even, dat Trump de VS heeft teruggetrokken uit het klimaat­akkoord van Parijs vind ik wél goed.’

Heb je daar dan óók verstand van?
‘Nee, maar ik heb experts gesproken. Er is sprake van klimaathysterie.’

Er zijn deskundigen die zich wél zorgen maken. Vrij veel zelfs. Of is hier sprake van een links complot?
‘Die onderzoekers zijn vaak afhankelijk van fondsen van overheden en dan loop je al snel mee in de pas. “Parijs” kost krankzinnig veel geld en levert bijna niets op.’

Denk je zelf ook wel eens: wat weet ik het allemaal toch goed?
‘Nee, ik interesseer me gewoon voor veel onderwerpen.’

 Je klinkt nog steeds meer als een opiniebladjournalist dan als een krantenjournalist. Je bent in 2013 niet vrijwillig vertrokken bij Elsevier hè?
‘Contractueel is afgesproken dat ik daar niets over zeg.’

Naar verluidt had het iets van doen met een kritisch artikel van jouw hand over toenmalig PvdA-burgemeester van Groningen Peter Rehwinkel, die een vriend is van hoofdredacteur Arendo Joustra.
‘Geen commentaar.’

Is het voor Elsevier niet jammer dat je weg bent? Je zou met al jouw exposure een geweldig uithangbord zijn.
‘Sheila Sitalsing, Marike Stellinga, ik, Anna Dijkman, Frederique Dormaar, Mehtap Gungormez en nog anderen: we hadden allemaal mede een gezicht kunnen geven aan dat blad, en we werken er allemaal niet meer. Er zitten bij Elsevier bepalende mensen al heel lang op dezelfde plek. Medewerkers hebben daardoor niet de indruk dat ze kunnen doorstromen. Daar gaat het mis.’

Ziet Erik van Bruggen die cd-box van The Visitor ook wel zitten omdat de bassist tegenwoordig zo vaak op radio en tv verschijnt?
‘Welnee, Erik wil dit al heel lang en wij ook. Ik denk ook niet dat mijn naam enige invloed zal hebben op de verkoopcijfers.’

Spreek je je Russische undergroundvrienden uit 1986 nog wel eens?
‘Jazeker. Vorig jaar hebben we nog een reünietour gedaan. Veel jongens zijn dood door drugs, maar anderen spelen nu voor 30.000 man in Moskou. En ze zijn opnieuw in protest. Toen tegen het communisme, nu tegen Poetin.’

Begrijpen zij jouw houding tegenover Poetin?
‘Nee. Dan zeg ik: een sterke hand is misschien niet de slechtste optie, omdat je anders een burgeroorlog riskeert. Dat kúnnen ze als recalcitrante kunstenaars gewoon niet met me eens zijn. Maar dan word ik de journalist en analyticus die denkt: hoeveel democratie kan Rusland verdragen?’

1959: Geboren in Hooge Zwaluwe
1978-1985: Studie hedendaagse geschiedenis in Groningen
1985-1992: Freelance journalist voor Vinyl, Nieuwsblad van het Noorden, Vrij Nederland.
1992-2001: Correspondent in Moskou voor Elsevier, Het Parool, VNU, Radio 2
2001-2006: Correspondent in Berlijn voor de GPD
2006-2008: ­Politiek redacteur GPD
2008-2013: Redacteur binnenland Elsevier
2013-2016: Correspondent in Berlijn voor De Persdienst, TPO, Nieuwe Revu, Het Parool, AD
2016-heden: ‘Reizend politiek commentator’ AD
Twitter-volgers: 35.300 (stand juli 2017)

Ze zijn grote namen in de wereld van misdaad en strafrecht, maar kunnen elkaar al jaren niet luchten of zien. Telegraaf-journalist John van den Heuvel sprak in januari in Villamedia harde woorden over Nico Meijering. De advocaat was woedend. Talkshows kregen het duo niet samen aan tafel, Villamedia wel. Het ging er hard aan toe. ‘Krokodillentranen zijn het. Onoprecht en hypocriet!’

Door Boudewijn Geels
Foto’s Truus van Gog

Er is de korte handdruk, het minzame knikje. De blik alsof ze allebei een wortelkanaalbehandeling moeten ondergaan.

Maar het is veel erger: ze moeten met elkaar in debat.

John van den Heuvel en Nico Meijering zijn met voorsprong de minst compatibele actoren in de wereld van misdaad en strafrecht. Al sinds 2007 hebben ze ruzie. Soms gaat het een tijdje iets beter, maar nooit voor lang.

Begin 2018 interviewde de auteur van dit artikel Van den Heuvel bij hem thuis in Het Gooi. Aanleiding: de Telegraaf-journalist en crimewatcher van RTL Boulevard wordt ernstig bedreigd, uit de hoek van motorclub No Surrender. Hij staat onder bescherming van de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging (DKDB), net als zijn Parool-collega Paul Vugts. Van den Heuvel sprak harde woorden: ‘Als er iets mis gaat met journalisten, zijn advocaten als Nico Meijering en zijn kantoorgenoot Bénédicte Ficq mede schuldig. Omdat ze in mijn optiek cliënten soms ophitsen tegen journalisten. Ze schilderen hen af als handlangers van politie en justitie, als hun verlengstuk.’

Meijering (geen advocaat van No Surrender) was not amused. Er volgden boze ‘open brieven’ van de een aan de ander, en 25 januari zaten ze allebei in een talkshow om over de kwestie te praten. Alleen, ze zaten elk in een ándere talkshow: Van den Heuvel bij RTL Late Night en Meijering bij Jinek. Zo werd het een gevecht tussen twee boksers die elk in een andere zaal stonden. Bijzondere televisie.

Nu zitten we in het Villamedia-kantoor bij Amsterdam-Sloterdijk. Op de gang en buiten staan beveiligers van de DKDB. Meijering en Van den Heuvel, beiden geboren in 1962, hebben elk een microfoon voor hun neus. De advocaat heeft erop aangedrongen dat niet wordt volstaan met een gecomprimeerde weergave van het gesprek op papier; het debat gaat ook integraal online.

Kortom: wie wil horen hoe de geweien tegen elkaar klappen, beluistere de podcast.

De talkshows

Van den Heuvel: ‘Dat ik 25 januari bij Humberto Tan zat, had niets te maken met mijn RTL-contract. Late Night belde als eerste, en wie het eerst komt, die het eerst maalt. Nico zou ook aanschuiven, werd me verteld.’

Meijering: ‘Ik werd ’s ochtends gebeld door de Jinek-redactie. John zou ook komen, hoorde ik. Prima. Maar ik weet natuurlijk hoe het werkt: een uurtje daarna belde RTL en vernam ik dat John bij Late Night zou zitten. RTL zei ook: “Weet je wel zeker dat het doorgaat bij Jinek? Want zij hebben een andere gast, en die wil niet met jou aan tafel zitten.” Ik weet nog steeds niet wie dat was. John, jij wel?’

Van den Heuvel: ‘Ja, dat was Telegraaf-hoofdredacteur Paul Jansen. Hij wilde zich geen uitspraken laten ontlokken over mijn mening over jou. Logisch, want dit is iets tussen jou en mij.’

Meijering: ‘Ik had Jansen best willen vragen of een krant als De Telegraaf een halve column moet besteden aan een kwestie die naar ik vermoed 90% van de lezers niet begrijpt. Een column waarin je zelfs op mijn uiterlijk speelde.’

Van den Heuvel: ‘Dus ik mag niet reageren op jouw open brief op Crimesite?’

Meijering: ‘Crimesite is een site voor intimi in het crimewereldje. Die snappen verdomd goed waar het over gaat. Maar geldt dat ook voor tante Bep in Zwolle?’

Van den Heuvel: ‘Dat denk ik wel. En waar het op neerkomt: je probeert me kennelijk monddood te maken. Want in je open brief stond: “Is er dan helemaal niemand die deze journalist tot de orde roept?” Hoe haal je het in je hoofd?!’

Meijering: ‘Daar ging natuurlijk iets aan vooraf. Jouw beschuldiging is zodanig diffamerend, zo heftig, dat ik denk: je loopt lang genoeg mee om te weten dat je zo’n beschuldiging niet kunt uiten.’

De beschuldiging

Meijering: ‘Jij zegt dat collega Ficq en ik journalisten in levensgevaar brengen door boeven tegen hen op te hitsen. Dat kun je natuurlijk nooit waarmaken. De vrijheid van meningsuiting wordt begrensd door de wet. Jouw smadelijke beschuldigingen kunnen het effect hebben waar jij bang voor bent. Ik heb heel agressieve reacties gekregen.’

Van den Heuvel: ‘De manier waarop jij voortdurend inhakt op berichtgeving in met name De Telegraaf vind ik buitengewoon kwalijk. In je pleidooi in het liquidatieproces Passage (Meijering is de raadsman van Dino Soerel, red.) ging het weer urenlang over de vermeende samenwerking tussen justitie en De Telegraaf. In zo’n zaal zitten verdachten die veroordeeld zijn voor huurmoorden, opdrachtgevers en familieleden. Na de uitspraak werd ik op de parkeerplaats door allerlei types bedreigd. Kennelijk zijn er genoeg mensen die jouw onzin geloven.’

Meijering: ‘John haalt dingen door elkaar. Dat “inhakken” op Telegraaf-berichtgeving betrof die keren dat ik namens cliënten heb gevraagd om een rectificatie. Het leidde rond de tien keer tot rectificatie of een gegronde klacht bij de Raad voor de Journalistiek. En zeker in een zaak als Passage, waarin levenslang dreigt, is het heel belangrijk om te kunnen onderscheiden: hebben getuigen iets geroepen dat zij uit eigen waarneming hebben opgedaan? Of kakelen ze mogelijk de media na? Dat is gewoon mijn werk. Als John dat uitlegt als dat ik mensen tegen hem opzet, zakt mijn broek af. Mijn pleidooi in het Passage-proces duurde acht dagen. Alles staat op papier, John. Kom kijken en vertel mij dan waar ik wie dan ook tegen jou aanhits.’

Even een concreet voorbeeld dan, uit 2014, afkomstig van de website Crimesite. Meijering betichtte De Telegraaf er toen van bewust onjuiste informatie van het Openbaar Ministerie te verspreiden. Van den Heuvel noemde die aantijgingen ‘onwaar, lasterlijk, onrechtmatig en grievend’. Hij verklaarde: ‘Meijering probeert zo opnieuw partijen tegen elkaar op te zetten en een gevaarlijke situatie te creëren.’

Van den Heuvel: ‘Ik heb daar toen een persbericht over uitgegeven. Dat heb ik ook naar alle leden van Hof, het OM en alle procespartijen gestuurd.’

Meijering: ‘Kan iemand mij zeggen waar dit over ging?’

Van den Heuvel: ‘Over een tussenpleidooi van je in de Passage-zaak. Het had betrekking op waar we het nu over hebben.’

Meijering: ‘Ik kan hier even niks mee, sorry. Het is echt weggezakt bij mij.’

Van den Heuvel: ‘Ik zal je de mails allemaal doorsturen.’

Meijering: ‘Prima.’

De bedreigingen

In Het Parool van 23 december 2017 beantwoordden Ficq en Meijering vragen van die krant over de bedreiging van redacteur Paul Vugts. Meijering zei: ‘In het strafproces heb je een aantal belangrijke partijen: de verdachte, zijn advocaat, het Openbaar Ministerie, de rechters en de media. In de huidige tijd zijn onafhankelijke media misschien wel de belangrijkste partij. Als journalisten het werk onmogelijk wordt gemaakt, betekent dat ook dat een fatsoenlijke verdediging van een verdachte in hoge mate wordt belemmerd.’ Meijering zei ook: ‘Ik ken Paul al bijna zolang ik dit werk doe. Ik ken hem als een kundige, goed ingevoerde misdaadjournalist, die meer dan redelijk is.’

Van den Heuvel: ‘Ik vind het krokodillentranen. Voor de bühne. Onoprecht en hypocriet!’

Meijering: ‘Jammer. Kennelijk heeft het John gestoken dat Ficq en ik in Het Parool iets hebben gezegd over Paul Vugts. Als De Telegraaf ons had benaderd en had gevraagd: wat vind je ervan dat John van den Heuvel wordt bedreigd, dan had ik precies hetzelfde gezegd.’

Villamedia: Meneer Meijering, u kent de doelgroep. Hoe groot acht u de kans dat een crimineel een journalist echt iets aandoet?

Meijering: ‘Hoe kan ik die vraag nou ooit beantwoorden? Ik heb in elk geval nog nooit een cliënt horen zeggen: “Ik ga journalist A, B of C iets aandoen.” Wel heb ik mensen gehad die boos waren over publicaties. Maar je zou me ook kunnen vragen: hoe groot is de kans dat een advocaat iets wordt aangedaan? Of een politieambtenaar? God behoede ons dat dit gaat gebeuren.’

Van den Heuvel: ‘Telegraaf-journalist Cees Koring is in 1990 op een gruwelijke manier mishandeld, en zo zijn er nog wel wat andere voorbeelden. Maar er zijn ook advocaten die met geweld door cliënten geconfronteerd zijn. Vrij recent zelfs nog. Het geldt dus niet exclusief voor journalisten.’

De vete

Meijering: ‘Sinds 2007 weet ik: als je je hand durft op te heffen naar De Telegraaf, zal je ervan lusten. Het begon dat jaar met het liquidatieproces Passage. Toen is John dingen gaan schrijven die niet door de feiten werden gestaafd.’

Van den Heuvel: ‘Je kletst uit je nek Nico. Tussen 1990 en 2007 was De Telegraaf voor jou een heel dankbaar medium om jezelf te profileren. Vanaf 2007kwam er een omslag. Je zei: “Als een cliënt boos is over berichtgeving, adviseren we hem om rectificatie af te dwingen.”’

Meijering: ‘Mits hij een punt heeft, uiteraard.’

Van den Heuvel: ‘Al die rectificaties waar jij in interviews zo graag over rept, waren over het algemeen buitengewoon ridicuul. Een groot deel is ook afgewezen, of slechts op een onderdeel toegekend. Als je gewoon de telefoon had gepakt en had gevraagd: “Kunnen we dit op een of andere manier rechtzetten?”, dan was dat gebeurd. Gelukkig begrijpen heel veel collega’s van je dat er ook andere wegen zijn die naar Rome leiden.’

Meijering: ‘De werkelijkheid is: er zijn ongelooflijk veel advocaten die ook graag tegen je zouden willen optreden, maar dat gewoon niet aandurven. Omdat ze weten dat ze er van langs krijgen, in je column en in RTL Boulevard. Je hebt een ongelooflijke power, en die gebruik je ook.’

Van den Heuvel: ‘Alweer een kwalijke insinuatie. Ik merk daar helemaal niets van. Met het overgrote deel van de strafadvocaten kan ik prima door één deur. Dan vallen er echt wel eens harde woorden, maar we komen er altijd uit.’

Meijering: ‘Moet ik nu zeggen: hoe kan het dat ik met alle andere journalisten een probleemloze professionele werkrelatie heb en met jou niet?’

De verschillende rollen

Nieuwsjager Van den Heuvel schiet snel en hard, maar soms ook mis. Zo besliste de rechter op 14 februari dat hij uitlatingen als dat advocaat Stijn Franken ‘postbode van de penoze’ (in casu Willem Holleeder) zou zijn moet rectificeren – Van den Heuvel gaat overigens in hoger beroep.

En het Openbaar Ministerie ziet Meijering als ‘een strafpleiter die wel erg dicht tegen zijn cliënten aanschurkt en de grenzen van het juridisch toelaatbare opzoekt,’ schreef Vrij Nederland in 2013. Wat in de beeldvorming niet helpt is dat Meijering erg amicaal kan zijn met verdachten.

De vraag is: wie van u doet het meest aan waarheidsvinding, de journalist of de advocaat?

Van den Heuvel: ‘Advocaten niet per definitie.’

Meijering, cynisch: ‘Dat klopt, daar doen we niet aan. Dat moeten journalisten maar doen.’

Van den Heuvel: ‘De waarheid is over het algemeen van ondergeschikt belang, als ik jou zo hoor pleiten. Je kijkt veel meer naar de juridische kanten en de belangen van jouw cliënt dan dat de waarheid boven water moet komen.’

Meijering: ‘Nou John, lees dan inderdaad mijn pleidooi in de Passage-zaak. Dat gaat echt puur om de feiten.’

Meneer Meijering, in Vrij Nederland zei u: ‘Of ik in de onschuld van mijn cliënten geloof? Ben je besodemieterd! Het gaat me om het bewijs. Of iemand schuldig of onschuldig is interesseert me niet.’ Herinner u zich die quote?

Meijering: ‘Daar staat me wel iets van bij. Dat is ook niet primair het belang dat je nastreeft. Als het zo zou zijn dat advocaten zaken op moeten lossen, zouden we niet dit rechtssysteem hebben, maar vermoedelijk zoiets als in Noord-Korea.’

Van den Heuvel: ‘Voor de goede orde: met dit soort uitspraken heb ik totaal geen moeite. Een goede advocaat doet voor zijn cliënt wat hij noodzakelijk acht, bínnen de grenzen van de wet. Nico en ik verschillen soms van mening over wat die grenzen zijn. Je mag iedereen verdedigen, maar niet over de rug van een ander.’

Meijering: ‘John reageert altijd heel gestoken als hij ergens de suggestie ziet opkomen dat hij het verlengstuk van het OM of de politie zou zijn. Maar in hoeverre kan een journalist niet ook zodanige journalistiek bedrijven dat hij daarmee soms een bepaald misdrijf oplost? Kijk naar je collega Peter R. de Vries.’

Van den Heuvel: ‘Dat gebeurt toch heel regelmatig?’

Meijering: ‘Je zei ooit: “Journalistiek is effectiever dan de politie.” Dan kunnen boeven toch ook denken dat je samenwerkt met justitie om een feit op te lossen?’

Van den Heuvel: ‘Het is niet primair het doel van de journalistiek om misdrijven op te lossen. Maar soms kan informatie zo van belang zijn dat je met zo’n bron overlegt of die informatie niet ook bij de politie terecht moet komen. Zie jij me dan als een verlengstuk van de politie en justitie?’

Meijering: ‘Nee, maar als jij een zaak helpt oplossen, kan er toch gedacht worden dat jij als een soort verlengstuk werkt?’

Van den Heuvel: ‘Een advocaat mag die gedachte niet voeden. Omdat die advocaat – en zéker in jouw geval – gewoon weet dat het niet waar is. Hij moet in de rechtszaal ook niet de indruk wekken dat er een soort kongsi bestaat tussen de politie, het OM en bepaalde Telegraaf-verslaggevers.’

Meijering: ‘Waar het dus op neerkomt is dat ik – al dan niet namens cliënten – geen kritiek meer mag hebben op journalisten. Over monddood maken gesproken.’

De documentaire

In de herfst van 2017 zond BNNVARA een vierdelige documentaire uit over Ficq & Partners, getiteld ‘De Verdediging’. Te zien was onder meer hoe Meijering zich in Rocky-stijl voorbereidde op een belangrijke zaak: rennend over het strand. Van den Heuvel noemde de serie in Villamedia ‘verschrikkelijk’ en schreef er ook over in De Telegraaf.

Meijering: ‘John, waarom viel jij me in je column nou aan op mijn uiterlijk? Dan zakt toch ieders broek af?’

Van den Heuvel: ‘Welkom in de wereld die televisie heet. Jullie kiezen ervoor om je wekenlang door camera’s te laten volgen. En dan ga je lopen grienen over een opmerking over hoe jullie op kantoor daar champagne zitten te drinken om de vrijspraak vieren van drie veronderstelde moordenaars van Willem Endstra.’

Meijering: ‘Wat zei je ook alweer bij RTL: ze waren wegens vormfouten vrijgesproken?’

Van den Heuvel: ‘Nee, de rechtbank heeft ze tandenknarsend laten gaan. Door juridische handigheidjes.’

Meijering: ‘John, de rechtbank heeft ze vrijgesproken!’

Van den Heuvel: ‘Ja, maar tandenknarsend. Lees het vonnis nog maar eens na.’

Meijering: ‘Zeker, de rechter heeft gezegd: het stinkt aan alle kanten.’

Van den Heuvel: ‘En van deze cliënten geloof jij ook dat ze onschuldig zijn?’

Meijering: ‘De rechters waren er niet van overtuigd dat ze schuldig zijn. Ik mag toch hopen dat jij de afgelopen 28 jaar ook wel eens een flesje hebt opengetrokken omdat je een gigantisch lange klus hebt afgerond met een mooie scoop.’

Van den Heuvel: ‘Ja, dat is doodnormaal, maar dat laat je toch niet door een camera filmen?! Kun je je misschien voorstellen dat er ook nabestaanden van zo’n Endstra zitten te kijken? Denk je überhaupt wel eens aan nabestaanden?’

Meijering: ‘Die nabestaanden zullen tevreden zijn over het feit dat er recht is gesproken.’

Van den Heuvel: ‘Ik heb daar mijn twijfels over.’

De geweldsspiraal

Meijering: ‘John, in Villamedia legde je een verband tussen het feit dat er cliënten van ons kantoor dood zijn gegaan en mijn kantoor. Weet jij hoeveel mensen er zijn doodgegaan over wie jij hebt geschreven? Maar ik kom toch niet met de belachelijke suggestie dat dat door jouw stukken komt?’

Van den Heuvel: ‘Jij geeft alles en iedereen de schuld als er iets met een cliënt gebeurt: de politie, het OM, de media, zelfs de rechterlijke macht. Als jouw cliënt Dino Soerel tot levenslang wordt veroordeeld in het Passage-proces, word je wakker in een rechtsstaat die er plotseling heel anders uitziet, zeg je in de documentaire. Dat vind ik heel erg. Zou het misschien zo kunnen zijn dat die rechters het toch goed hebben gezien?’

Meijering: ‘Dat wakker worden in een vreemde wereld sloeg op het feit dat ik het zorgwekkend vind dat de rechter zijn zegen heeft gegeven aan het gebruik van kroongetuigen en aan het in het geheim sluiten van financiële beschermingsdeals. En dan is er nog iets: jij zei in Villamedia dat ik weiger een bijdrage te leveren aan het doorbreken van de geweldsspiraal. Wat moet ik doen, John? Al mijn cliënten bijeen roepen in de RAI en ze streng toespreken: jongens, schiet elkaar nou toch niet dood?’

Van den Heuvel: ‘Nadat in 2014 jouw cliënt Gwenette Martha was geliquideerd, wees jij met de beschuldigende vinger naar de politie en het OM, die het hadden vertikt om Martha te beveiligen omdat hij niet het achterste van zijn tong had laten zien in de ogen van het OM.’

Meijering: ‘Martha moest van justitie op een vast adres verblijven en zich op een vast adres bij de politie melden. Ik zei: zo is hij een sitting duck. Dat was een misstand.’

Van den Heuvel: ‘Je refereerde net zelf al aan mijn eigen situatie. Als ik elke medewerking weiger bij het onderzoek naar waar de bedreiging jegens mijn persoon vandaan komt, moet ik toch niet raar opkijken als de beveiligers zeggen: ho even, wíj zijn straks de schietschijf, dit doen we even niet?’

Het vervolg

Van den Heuvel en Meijering hebben sinds 2007 ruzie, maar soms ook even niet. In 2013 was een soort wapenstilstand afgesproken en in de documentaire De Verdediging zien we hoe Meijering een felicitatie-sms’je van Van den Heuvel ontvangt na de vrijspraak voor zijn cliënt in het Endstra-proces. Als hij geweten had in welke setting dat berichtje was ontvangen, een kamer vol champagne drinkende advocaten, had hij dat sms’je dan ook gestuurd?

Van den Heuvel: ‘Ja. Nico had mij een sms’je gestuurd om me te feliciteren met mijn 25-jarige jubileum bij de krant. Ik kreeg ook een uitnodiging voor het jubileumfeest van jullie kantoor – die ik niet kon bijwonen. In die fase hadden we toch wel weer redelijk contact. Maar kennelijk ontvlammen dat soort veenbrandjes dan toch weer.’

Meijering: ‘Ik snapte echt niks van Johns uitspraken in Villamedia.’

Komt het ooit nog goed tussen jullie beiden?

Stilte.

Meijering: ‘Laat ik het zo zeggen: uit hoe het nu gaat komt bepaald geen positieve energie voort. Ik zou dus wel graag willen dat dit ophoudt.’

Van den Heuvel: ‘Daar ben ik het volledig mee eens. Ik had vanavond ook liever iets anders gedaan dan met Nico bekvechten. Hopelijk kunnen we er nu dus voorlopig weer even een punt achter zetten.’

Meijering: ‘Dat hoop ik ook.’

Er staat wijn en bier.

Meijering: ‘Ik ben heel ongezellig, maar ik moet direct door.’

Van den Heuvel: ‘Ik ook.’

 

Je hebt het, vind je zelf, prima gedaan als vader. Leuke vakanties, altijd fijne verjaarspartijtjes. Heeft je zoon vooral de keer dat je ontbrak onthouden. Familietherapeut Else-Marie van den Eerenbeemt over goede, slechte, dwaze en afwezige vaders. ‘Iederéén is weleens in de steek gelaten.’

door Boudewijn Geels

(gepubliceerd in HP/De Tijd, juni 2013)

Ze is de pensioengerechtigde leeftijd al twee jaar voorbij, maar het vak is veel te boeiend om jezelf vanwege zoiets triviaals aan de zijlijn te parkeren.
Else-Marie van den Eerenbeemt (Den Bosch, 1946) is al vele jaren ’s lands bekendste familietherapeut, publicist en onderzoeker op het gebied van ouder-kindrelaties. Ze ontvangt in de keuken van haar huis aan de Prinsengracht. Haar echtgenoot Dick Schlüter deed open en komt tijdens het interview dossiers brengen. De twee vormen al vele jaren een goed op elkaar ingespeeld duo. Samen hebben ze een onderzoeksbureau, waarvan zij het boegbeeld is.
Van den Eerenbeemt draagt een korenblauw Chanel-jasje en een parelketting. Ze is altijd al het bewijs geweest dat een therapeut geen Sociale Academie-uitstraling hoeft te hebben. Ze heeft iets moederlijks, glimlacht veel, maar is streng als blijkt dat de recorder van de verslaggever buiten haar medeweten al twee minuten loopt. “Daar hou ik niet van!”
Vaders zijn zo ongeveer haar favoriete studieobject. Met genoegen ziet de 67-jarige therapeute, zelf moeder van twee zonen en aanstaand grootmoeder, de vaders van nu op hun pappadagen met hun baby’s tegen hun borst sperziebonen afwegen in de supermarkt. Er is, constateert ze, veel veranderd sinds de tijd dat ze zelf kind was.
Is de moderne, hoogopgeleide bakfietsvader ‘uitontwikkeld’ als vader? 
“Ha, we zullen zien wat hun kinderen later over hen te zeggen hebben.”
Zelf vinden die jongensachtige mannen die lekker met hun kinderen mee ravotten in de speeltuin en de juiste balans tussen vrij laten en grenzen stellen menen te hebben gevonden van wel.
“Tja, als ouder denk je in principe altíjd dat je het juiste doet, anders zou je het wel anders doen, nietwaar? Maar iedere vader kijkt ‘achterom’ naar zijn eigen jeugd, en doet dingen die zijn eigen vader met de beste bedoelingen deed juist tegenovergesteld. Daar kunnen later dan weer verwijten
van komen.”
Tot verbazing van zo’n vader?
“Sterker: tot verbíjstering van zo’n vader. En vaak ook tot schrik. Of zelfs tot boosheid.”
Valt wat er is misgegaan vaak te herleiden tot de denkbeelden die de betreffende generatie vaders destijds had?
“Dat komt inderdaad voor, maar ieder mens is natuurlijk verschillend. Hét grote punt is dat ouders en kinderen gebeurtenissen in het familieleven heel anders beleven en, vooral, onthouden.”

Dit interview komt in onze generatiespecial. Dus meteen maar de hamvraag: welke generatie vaders heeft het ‘t beste en welke ’t slechtste gedaan?
“Dat zou je aan sociologen moeten vragen die hier langdurig onderzoek naar hebben gedaan. Ik zou het niet durven zeggen. Iedere generatie heeft zijn eigen pijn en eigen geluk, zijn eigen betrouwbare én onbetrouwbare vaders. Mijn vader was er zelden. Zo ging dat toen nu eenmaal. Toch heb ik een heerlijke vader gehad. Hij beschouwde zijn dochters als parels. Hij was er als het moest, en, heel belangrijk, ik voelde me volkomen veilig bij hem. Het zit hem dus niet per se in het aantal contacturen.”
Maar het bestaande beeld dat de vaders van de babyboomers primair voor de centen, onderdak en veiligheid zorgden, klopt dus?
“Grosso modo wel. De oorlog is altijd de cesuur, hè. En veel vaders van die generatie zijn in armoede opgegroeid. Ze zijn ook echt nog allemaal in dienst geweest. Riepen ze verwijtend tegen hun babyboom-zonen die de dans waren ontsprongen: ‘Er is nooit echt een man van je gemaakt.’ Zo’n vader was dan opgeklommen via een avondstudie, en zei: ‘Kijk eens wat ík er allemaal voor over heb gehad!’ Strenge vaders waren dat dus vaak, die hoge eisen stelden aan vooral hun zoons. Want hun dochters gingen als ze eenmaal kinderen hadden natuurlijk thuis zitten. Mijn vader viel dan ook bijna van zijn stoel toen hij mijn broer met een kinderwagen de kamer zag binnenkomen.”
Was het vooral verbazing of afkeuring?
“Gelukkig dat eerste. Hij zag iets nieuws! Als hij had meegemaakt hoe mijn man Dick en ik het vervolgens hebben gedaan – ik ben de jongste van elf kinderen, mijn moeder was 45 en mijn vader 46 toen ik kwam – was hij helemáál verbaasd geweest. Wij deden echt álles samen.”
Gevolg van die strenge opvoeding: de babyboom-ouders lieten hun eigen kinderen lekker vrij.
“Als ze terugkijken zijn ze daar nu vast enorm trots op: ‘Ik heb mijn kinderen niet onder druk gezet.’ Maar veel vaders van die generatie hebben het volledig laten afweten. Zijn in rook opgegaan. Te veel met zichzelf bezig, met zen, alcohol of erger. De onuitgesproken druk op een kind kan bovendien
nog veel groter zijn. Een babyboom-vader zei hier laatst over zijn zoon: ‘Wat moet ik nou met hem bespreken? Hij heeft geen opleiding.’”
Wat deed u toen?
“Ik ben een verbindend element gaan zoeken. Dat werd een huisje aan het strand, waar de zoon voortdurend verblijft en vader komt logeren als hij moe is of zo. En zie: voor het eerst hadden ze spanningsvrije weekenden daar aan zee. Ik zoek, kortom, net zo lang tot ik iets heb waarmee vader en
zoon allebei tot hun recht komen.”
Hebben vaders en dochters in uw beleving minder vaak problemen dan vaders en zonen?
“Ja. Een zoon is toch nog steeds vaders visitekaartje. Er worden, al dan niet dwingend zo uitgesproken, prestaties verwacht. Bij dochters zit daar veel minder druk op. Dochters die carrière maken hebben vaak een heel goede relatie met hun vader. Die heeft hen altijd op een leuke manier
gestimuleerd om te zijn wie ze zijn, en nu willen ze hun vader laten zien wat ze kunnen. Dat doen ze vaak námens hem, hoor je ze ook vaak zeggen. Zo van: ‘Mijn vader had de politiek in gewild, nu heb ik dat voor hem gedaan.’ Bij zulke dochters speelt ook vaak mee dat ze het offer van hun moeder, die veel minder carrièrekansen had, niet hebben kunnen verdragen. Moeders en dochters, dat blijft een eeuwig spanningsveld. Vaders en dochters zijn wat dat betreft onbelaster.”
Tot die dochters in de puberteit komen.
“Dan ontstaat er juist vaak strijd met de moeder. Het woord ‘vader’ betekent letterlijk ‘omheining’. Ja, van het eerste vriendje zul je nachten wakker liggen, maar als je zegt: ‘Als je in gevaar bent, bel mij, ik kom je altijd halen’, ben jij die omheining. Ik ken een huisarts die midden in de nacht zijn dochter ophaalde uit de Escape. Wachtte hij in de auto in zijn pyjamabroek. Haar vriendinnen zouden meerijden. Die dochter riep: ‘Ik stap niet in, ben jij nou gek?!’ Pa antwoordde: ‘Oké, ga maar lopen, dan rij ik wel zachtjes achter jullie aan.’ Als ze oud is, zegt ze: ‘Mijn vader stond daar toch maar. Ik wilde niet instappen, maar hij wás er wel.’”
Je moet je kind ook loslaten, hoor je dan vaak.
Met een vies gezicht: “Onzin! Je kunt niet het liefste wat je hebt loslaten. Je moet verbonden zijn met je kinderen en ze daardoor vrij kunnen laten. Loslaten is quatsch.”
Zijn dochters die carrière hebben gemaakt voor hun vaders inmiddels even veel waard als zoons?
“Nog niet helemaal, helaas. Die documentairemaker met die lijzige stem, juist, Frans Bromet, heeft ‘Bromet & dochters’ op zijn visitekaartje staan. Veel ondernemers hebben daar moeite mee. ‘Op die vrachtauto’s staat al vijf generaties Jansen en zoon,’ hoor ik dan. Dan antwoord ik: ‘Ja, maar uw zoon wil het niet. En uw dochter is nu helemaal de opvolger. Ze heeft net Nijenrode gedaan.’ Dat weet zo’n man dan ook wel, maar als puntje bij paaltje komt prevaleert toch het gevoel van teleurstelling over de zoon.”

Van den Eerenbeemt, voormalig adviseur van de Nederlandse Gezinsraad, deed de voorbije decennia veel studie naar gescheiden ouders en hun kinderen. De omgang tussen zulke ouders blijft een punt van zorg. Daarom heeft ze het ‘Contract van verbondenheid tussen ouders en kinderen’ ontworpen, dat onder meer door Centra voor Jeugd en Gezin en door echtscheidingmediators wordt gebruikt.
“Wij (de ouders) geven jullie (de kinderen) alle ruimte zowel van jullie vader als moeder te houden,” staat onder meer in het contract. “Jullie zijn vrij beiden te ontmoeten en met hen vreugde en verdriet te delen.” En: “Wij ondersteunen elkaar in het moederschap en het vaderschap. Wij zullen jullie
niet betrekken bij ruzies of conflicten tussen ons. Ook laten we ons niet negatief uit over elkaar in jullie aanwezigheid.” Kinderen van gescheiden ouders, een die groep in omvang blijft toenemen, zijn nooit gebaat bij het afsnijden van een van de ouders, licht Van den Eerenbeemt haar contract toe. “Opgroeien zonder je vader is iets heel ergs. Er kunnen geweldige stiefvaders komen, waarvoor alle lof, maar dat is iets anders dan je eigen vader.”
Zit hem dat in de bloedband?
“Ik spreek liever over het delen van dezelfde familiegeschiedenis. Het zijn de grootouders en overige familie die ook onderdeel uitmaken van jóuw leven. Een van de mooiste joodse uitdrukkingen is: ‘In het leven ben je alleen zeker van je moeder.’ Ook adoptiekinderen vragen altijd het eerst naar hun moeder. Een kind weet immers: daar heb ik negen maanden kost en inwoning gehad. Maar horen dat je vader je echte vader niet is, voelt alsof je in een ravijn stort. Een man schreef me: ‘Ik wist opeens niet meer wie ik zelf was, maar nog erger vond ik het voor mijn kinderen.’
“Voor dochters zijn vaders, die dat nogal eens onderschatten, helemáál van levensbelang. Vaders zijn hun eerste grote liefde. Haar beeld van wat een vader is, van wat een man is zelfs, wordt uiteraard grotendeels bepaald door wat een dochter daar als kind zelf van ziet. De moeder speelt hierin een sleutelrol. Als een kind opgroeit met een inktzwart beeld van haar vader – bijvoorbeeld: ‘Dat is de grote man die iedereen in de steek liet’ – heeft dat enorme invloed op hoe ze later zelf een relatie ingaat. Als dat niet bij elkaar komt in zo’n kind, blijft het haar hele leven lang zoeken en twijfelen, en is het later enorm wantrouwig in haar eigen relaties.”
Kunt u een voorbeeld noemen dat u echt heeft geraakt? 
“Een vrouw vertelde laatst: ‘Ik heb mijn vader sinds mijn zesde nooit meer mogen zien, maar ik heb wel mijn zoontje naar hem vernoemd.’ Ik vroeg: weet hij dat hij opa is? ‘Nee, ik weet niet waar hij woont, hij is naar het buitenland gegaan,’ was het antwoord. Zo sterk is dus het verlangen om die beide ouders in jezelf te verbinden. Deze vrouw had goede herinneringen aan haar vader, met name aan het samen fietsen – dat is trouwens iets dat je erg vaak hoort. Ze wilde haar vader eren via haar zoontje. Ik zei: zorg ervoor dat je vader dit te horen krijgt. Want inzicht is belangrijk, maar actie ondernemen nog veel belangrijker.”
Waarom deed ze dat niet uit zichzelf als ze zulke goede herinneringen aan haar vader heeft?
“Uit loyaliteit aan haar moeder. Die had haar altijd op afstand van de vader gehouden. Zelfs nu haar moeder onlangs is overleden, wilde ze loyaal blijven. Daarom waarschuw ik vaders ook altijd die zeggen: ‘Ik wacht wel tot mijn kind volwassen is, dan komt het vanzelf naar me toe.’ Nee! Het verbod van de moeder weegt zo zwaar dat kinderen dat vaak niet kunnen. Als je je hele jeugd hebt gehoord dat hij niet deugde, voelt het als ontrouw aan je moeder: ‘Die heeft er toch maar alleen voor gestaan, die ga ik niet verraden.’ Ik ben er dus heel fel op dat er geen ouder wordt verstoten. Een cruciale stelregel van mij is: bewaar de trouw van kinderen aan beide ouders. Het is voor kinderen van groot belang dat béide ouders er zijn.”
Zien rechters dat in voldoende mate in?
“Er zijn kinderrechters die dit heel goed zien. Anderen hebben zoveel dossiers op hun bureau dat ze gewoon het advies van de Raad voor de Kinderbescherming volgen: ‘Voor de rust van het kind is het niet goed dat het de vader ziet.’ Ik zeg: wélke rust?!”
Is dit een verwijt aan het adres van de Raad voor de Kinderbescherming?
“Nou, verwijt, deze dingen gebeuren soms, ja. De protocollen en bureaucreatie kunnen zo verstikkend zijn dat niemand er meer doorheen komt. Ik vind: er moet altijd een deur open blijven naar de andere ouder. Als een vader vertrekt, is zijn kind ongerust over hem. Mag het kind dan bellen: ‘Pap hoe gaat het?’ Mag de vader zijn kind bellen?” 

En, we hebben daar onlangs een gruwelijk voorbeeld van gezien, als die vader gevaarlijk is?
Met een diepe zucht: “Natuurlijk moet je dan extra voorzichtig en zorgvuldig zijn. Elk verontrustend signaal moet serieus worden genomen. Maar mensen die afgesneden zijn van hun vitale banden worden hoe langer hoe gevaarlijker.”
Er gaan vast maanden, misschien zelfs jaren voorbij zonder dat u de website GeenStijl bezoekt.
“Dat heb je juist ingeschat.”
Met excuses voor het vocabulaire, ik heb hier een bericht van 10 mei, getiteld: ‘Moeders, stop met manipulerende kutten zijn.’
Ze knikt, zij het met gefronste wenkbrauwen: “Eens.”
De auteur constateert dat veel moeders uit wraak jegens hun ex de ‘kindertroef’ uitspelen. Giet dan suiker in zijn benzinetank, schrijft ze.
“Is de auteur van dit artikel een vrouw? Wat goed! Ja, ze heeft volkomen gelijk. ‘Kindertroef’, prima vondst.”
Er staan maar liefst 775 reacties onder het bericht.
“Dit is nu precies waar ik altijd mee bezig ben. Wat is de rechtvaardiging om vaders buiten te sluiten? Ik heb me niet aan de Dwaze Vaders willen committeren omdat ik bepaalde methodes van hen afwijs, zoals op dak gaan zitten bij je kind terwijl het bij zijn moeder is. Maar ik begrijp wel waarom die vaders het doen. Je kent wellicht de beroemde dichtregels van M. Vasalis: ‘Niet het snijden doet zo’n pijn, maar het afgesneden zijn.’”

Ik heb hier een pas verschenen boek van sociologe Irene Zwaan, De afwezige vader bestaat niet. Tenzij een vader bewezen ongeschikt is, dient ook hij altijd ouderlijk gezag over zijn kind te hebben, betoogt ze. “Een vader zonder ouderlijk gezag is een vader zonder gezag überhaupt.”
“Klopt. Gezag verlenen moet geen gunst van de moeder zijn, gezag hebben is een recht van de vader, in het belang van het kind. Zo’n moeder zegt dan: ‘Ik heb een voorsprong, want ík heb het kind ter wereld gebracht.’ Ja, maar daarna heeft een vader evenveel rechten. Echt evenveel.”
Dat zou dan ook geformaliseerd moeten worden in gedeeld gezag?
“Tenzij er echt sprake is van een vechtscheiding waarbij het kind ernstig in de verdrukking komt: inderdaad. Op die manier voelt een kind zich ook niet gespleten. Het is een illusie dat je als ouders altijd op één lijn kunt zitten. Wel of niet inenten tegen de Mexicaanse griep, je kind op voetbal of op hockey doen: natúúrlijk heb je daar soms discussie over, maar dat is ook zo als je met elkaar onder één dak woont. Dus nee hoor, er zijn twee lijnen: zo is het bij vader en zo bij moeder. Maar als moeder in het ziekenhuis ligt, gaat vader je wel brengen om haar op te zoeken. Maar ach ach, wat kunnen ouders verschrikkelijk met elkaar in gevecht zijn.”
Hoe ver heeft u dat zien gaan?
“Een jongen kreeg op zijn zestiende verjaardag een brommer van zijn stiefvader. Zijn echte vader was daar fel op tegen. Hij zei: ‘Mijn zoon is te wild en te ongecoördineerd.’ En jawel, de jongen reed zich dezelfde avond dood. Toen kwam er een kort geding over de uitvaart: moeder wilde haar zoon begraven, de vader wilde cremeren. Het werd cremeren, allebei de ouders kregen een kleine urn. Dat kind werd dus letterlijk na de dood nog verscheurd.”
Ook tussen kinderen die een ‘normale’ jeugd hebben gehad en hun ouders zit er vaak nog oud zeer. Moeten die kinderen daar altijd het gesprek over aangaan, ook al is het vaak al tientallen jaren geleden dat er dingen zijn misgegaan?
“Het hangt er vanaf hoeveel last je er nog van hebt. En welke reactie verwacht je van je ouders? Je kunt een hele verwijtenlijst presenteren, maar die ouders weten vaak van niks meer. Ik heb hier vaders horen roepen: ‘Heb ik jou toen zo vernederd? Daar weet ik niets meer van!’ Zoiets kan uit de hand lopen. Er kunnen zelfs dingen stuk gaan. Daarom waarschuw ik ouders altijd van tevoren: ‘U kunt dingen horen die volgens u nooit gebeurd kunnen zijn, maar in de herinnering van de kinderen zijn ze wél gebeurd.’ Want mijn stelling is: ieder heeft recht op zijn eigen waarheid in het familieverhaal. De beleving ervan is voor ieder anders.”
Ik ken iemand die vroeger vaak door zijn ouders is geslagen. Daar heeft hij nog steeds last van, maar het onderwerp aansnijden vindt hij riskant.
“Herkenbaar. Heeft hij zelf kinderen? Dan zou hij tegen zijn ouders kunnen zeggen: ‘Ik heb me voorgenomen mijn kinderen nooit te slaan.’ Dan kunnen die ouders vrij reageren. Ze kunnen zeggen: ‘Wat fijn,’ of: ‘Dat hadden wij vroeger nooit moeten doen.’ Maar ze zijn in elk geval vrij. Als je hun zomaar voor de voeten werpt: ‘Jullie hebben me vroeger zo geslagen,’ slaan ze zelf dicht. Ik zoek altijd naar openingen en verbindingen. Ouders hebben er vaak geen notie van dat hun kind al tientallen jaren met iets rondloopt. Ik had hier een zoon die zich zijn hele leven onbelangrijk voor zijn vader voelde omdat pa niet naar de uitreiking van zijn havo-diploma was geweest maar wel naar de uitreiking van zijn broer die gymnasium had gedaan. Zo’n vader is bij mij dan met stomheid geslagen dat die pijn al die tijd zo hevig is gebleven. Tja, je kunt vijftien geweldige kinderfeestjes geven, maar kinderen onthouden net die ene keer toen je een congres had: ‘Ja pap, maar toen ik acht werd, was je er niet.’”
Uw boodschap is dus: zeg je congres af?
“Nee. Mijn boodschap is: je kind onthoudt andere dingen dan jij. Jij denkt aan al die heerlijke partijen die je hebt gegeven. Maar bij je kind staat die ene keer ingekerfd dat je er níet was.”
Dat is het leven?
“Dat is het leven. Iederéén is weleens in de steek gelaten.”

Vaders die beseffen dat ze vroeger steken hebben laten vallen, moeten hopen dat hun kroost zelf kinderen krijgt. Dat biedt namelijk ruimte voor een herkansing.
Van den Eerenbeemt: “Dan zegt zo’n kind: ‘Voor mij was pa vroeger zo streng, en moet je hem nu met zijn kleinkind zien!’ Het biedt dus ruimte voor verzoening. De meeste grootouders vinden het ook maar al te fijn als ze na de geboorte van een kleinkind weer hard nodig zijn. Want nodig zijn is een krachtig antidepressivum, hoor.”
“Het gaat ook om de erkenning. Dat pa een keer tegen zijn zoon zegt: ‘Jongen, wat ben jij een lieve vader.’ De hele buurt kan roepen: ‘Je doet het fantastisch,’ maar als je vader het zegt, heeft het een diepere grond. Erkenning van hun ouders, daar blijven kinderen naar verlangen. Tot de dood aan toe.”

Na snoeiharde islamkritiek heeft journalist Joost Niemöller (57) zich nu ook op het verband tussen etniciteit en gedrag gestort. Zelfs zijn eigen fans trekken daar een streep. Wat bezielt Nederlands controversieelste publicist? ‘Als iets een taboe is, denk ik: dan zal het wel waar zijn.’

door Boudewijn Geels
foto’s Corné van der Stelt

(gepubliceerd in Nieuwe Revu, 22 februari 2014)

Joost Niemöller weet dat hij vijanden te over heeft. Zo lang het bij schelden blijft, kan vijandig gedrag hem weinig schelen, heeft de Amsterdamse publicist altijd beweerd. Maar op 11 oktober liep een verbaal duel stevig uit de hand.
In het Radio 1-programma Lijn 1  maakte Niemöller de directeur van het eerbiedwaardige hoofdstedelijke debatcentrum De Balie, Yoeri Albrecht, uit voor ‘leugenaar’. Reden: Albrecht ontkende dat hij een groep fundamentalistische moslims aparte zitplaatsen had beloofd voor een islamdebat. Niemöller zei over bewijs te beschikken, maar Albrecht hield vol dat het alleen om een groepje moslimvróúwen ging – volgens zijn tegenstander was dat overigens al erg genoeg. Na Niemöllers ‘leugenaar’ sloeg Albrecht terug met het al even subtiele ‘misbaksel’.
Na de uitzending gingen jullie vrolijk door…
“Yoeri greep me buiten bij mijn kraag. ‘Klootzak!’ riep hij. ‘Je bent bang voor me!’ Ik antwoordde: als je nu niet weggaat, bel ik de beveiliging. Toen liet Yoeri los en stapte in een taxi.”
Ik heb Albrecht gebeld. Hij zei dat je ‘bibberde’ toen hij je bij je revers pakte.
“Dat is onzin, maar ik ben nu eenmaal geen straatvechter. Ik had dit soort agressie nog nooit meegemaakt. Ik ben dagenlang van slag geweest.”
Albrecht zei ook: “Joost had me gewoon even moeten bellen om de feiten te checken. Maar ja, dan had hij geen verhaal gehad.”
“Ik had de afspraken met die moslims zwart op wit. Misschien waren ze niet door Yoeri zelf gemaakt, maar dan had hij dát moeten zeggen.”
Ik mag niet opschrijven waar je woont. Ben je bang voor meer confrontaties?
“Ik neem geen enkel risico. Soms wordt er gevist op Twitter: waar woont die Joost eigenlijk? Ik weet niet hoe serieus dat is, maar ik vind het wel vervelend. Ik wil niet eindigen als Theo van Gogh.”
Als je wat overkomt, zullen mensen net als bij Van Gogh zeggen: hij heeft het over zichzelf afgeroepen.
“Dat vind ik niet. Anders dan Van Gogh provoceer ik niet. Ik hou me bij de feiten. Maar die willen veel mensen liever niet horen.”

Tot 2013 was ex-romancier en journalist Joost Niemöller (57) vooral bekend vanwege zijn islamkritiek. Die religie is inmiddels zo vaak bekritiseerd dat je wel héél boude uitspraken moet doen om nog een beetje op te vallen. En die doe hij dan ook.
Op de rechts-conservatieve website De Dagelijkse Standaard schreef je: ‘De islam zet aan tot verkrachting’.
“Klopt. Volgens de islamitische wet, de sharia, bestaat er eigenlijk niet zoiets als verkrachting. De vrouw die je trouwt is namelijk jouw bezit. Haar vagina dus ook. Als jij de vrouw van een ander verkracht, heb je dus een probleem met haar man. En ongelovige vrouwen, die hun lichaam aan jan en alleman ter beschikking stellen, verdienen al helemáál geen respect. Conclusie: de islam zet aan tot verkrachting.”
Toch vertikt negenennegentigkommazoveel procent van de moslims het om vrouwen te verkrachten. Zelfs je collega-islamcriticus Carel Brendel betichtte je van ‘alarmistisch gehets’.
“Dat mag Brendel roepen, maar ik had gewoon cijfers. Uit Scandinavië met name.”
Je scoort op internet vaak met je islambashing. Maar als zelfs GeenStijl je als ‘schedelmeter’ gaat betitelen, weet je dat je een grens hebt overschreden.
Met een brede grijns: “Inderdaad.”

Eind augustus postte Niemöller een stuk over de herdenking van Martin Luther King op De Dagelijkse Standaard, toen nog zijn vaste stek. Over het Amerika van Barack Obama schreef hij: “Als het gaat over de zwarten ligt het probleem in al zijn helderheid op tafel, niet te vermijden. Bij zwarten is er meer werkeloosheid, heel veel meer criminaliteit, minder gezinsstructuur, meer armoede. En er zijn nu wel gelijke rechten. Hoe zit dat? Zijn zwarten dan misschien toch gezamenlijk anders van karakter, en gaat dit dus verder dan de huidskleur?”
Hier kwam serieus gelazer van. De NCRV, waar Niemöller vast panellid was van het radioprogramma Lunch, ontsloeg hem op staande voet.
Het woord ‘racist’ viel. En dat was niet voor het eerst. Je gaat ook veel verder dan de PVV en, vroeger, Hans Janmaat.
“Ja. Ik vind bepaalde dingen. Eén ervan is dat heel veel gedrag etnisch en genetisch bepaald is.”
Er is, lijkt me, een verschil tussen vinden en weten.
“Ik baseer me onder andere op The Bell Curve, de bestseller van de Amerikaanse wetenschappers Richard Hernstein en Charles Murray. Zij schrijven dat het gemiddelde IQ van zwarten ongeveer 85 en dat van blanken 100 is. Noord-Afrikanen scoren ook lager dan wij. Er is een duidelijk verband tussen IQ en criminaliteit, weten we uit onderzoek. Linkse wetenschappers roepen graag dat criminaliteit door sociale achterstand komt, maar in The Bell Curve wordt aangetoond dat dat verband heel klein is.”
The Bell Curve verscheen alweer twintig jaar geleden en was zeer controversieel. En niet alleen omdat de inhoud politiek incorrect was. Zo stelde evolutiebioloog Stephen Jay Gould dat een IQ-meting ernstig tekort schiet als methode om iemands intelligentie vast te stellen.
“Als dat zo zijn, zou de IQ-meting niet overal gebruikt worden. Hij is de afgelopen honderd jaar steeds verder doorontwikkeld.”
Is er ook maar één wetenschapper die beweert dat zwarten crimineler zijn omdat ze zwart zijn?
“Nee. Criminelen zijn crimineel omdat ze een laag IQ hebben. En zwarten hebben gemiddeld een laag IQ. Ze hebben trouwens wel meer testosteron dan blanken, en zéker meer dan Aziaten. Vandaar dat verkrachtingen onder zwarten ook vaker voorkomen.”
In een land als India wordt anders ook stevig verkracht.
“Ik zeg ook niet dat Aziaten en blanken níet verkrachten. Maar het zou heel goed kunnen dat de daders van die vreselijke Indiase groepsverkrachtingen relatief donker zijn. Er schijnt een relatie te zijn tussen huidskleur en agressie. Je ziet het bijvoorbeeld bij dieren: een donkere leeuw is agressiever dan een lichtgekleurde. Bij mensen schijnt dat ook op te gaan. Omdat dat op een of andere manier in het genenplaatje aan elkaar gelinkt is.”
Ja ja…
“Overigens is er ook heel veel nog níet bekend over genen en etniciteit, hoor.”
Nee? Is dat dan geen uitstekende reden om een béétje voorzichtig te zijn met het doen van uitspraken over dit delicate onderwerp?
“Zeker, want als je buiten het wetenschappelijk discours treedt, word je meteen buitengesloten. Zie mijn ontslag bij de NCRV: etniciteit is het taboe der taboes.”
Er is – het kan je onmogelijk zijn ontgaan – 75 jaar geleden ook wel het nodige voorgevallen met betrekking tot rassendenken.
“Natuurlijk. Ik snap het gevoel van onbehagen ook heel goed. Maar verwijzen naar Hitler vind ik een beetje willekeurig shoppen in het nazisme. Hitlers rakettechnologie adopteerden we maar al te graag en we rijden nog steeds rond in Volkswagens. Ik zeg: hardnekkig blijven geloven in de maakbaarheid van de samenleving is veel gevaarlijker dan de feiten onder ogen zien. Als je begrijpt wat je plaats is in de maatschappij, weet wat je beperkingen en mogelijkheden zijn, is dat in ieders voordeel. Het voorkomt teleurstellingen en torenhoge kosten.”
Vind je dit zelf nou ook niet ontzettend racistisch klinken?
“Nee hoor. Racisten vinden hun eigen ras superieur. Dat woord komt in mijn woordenboek niet voor. Trouwens, puur Darwinistisch gezien is de kakkerlak superieur; na een atoomaanval lopen er hier nog altijd kakkerlakken rond.”

Ben je kind van rechtse ouders?
“Integendeel. Ze stemden PSP. Dat was in hun kringen beslist niet bon-ton, maar mijn vader – hij werkte bij de Haarlemmer busmaatschappij op kantoor – vond dat juist prettig. Altijd tegen de keer in, die man.”
Net als jij?
“Net als ik. Mijn eigen helden waren ook de PSP-Kamerleden Fred van der Spek en Bram van der Lek: cynici.”
Net als jij?
“Net als ik.”
Nog een redelijke opleiding genoten?
“Vanaf medio jaren zeventig studeerde ik vier jaar neerlandistiek en een jaar filosofie. Beide studies maakte ik niet af. Ik was in mijn vrije tijd al te veel bezig met journalistiek. Schreef over popmuziek voor het Haarlems Dagblad en het popblad Vinyl. Ik zat in een scene met jongens als Martin Bril, Joost Zwagerman en Erwin Olaf. Behoorlijk cool dus. We wilden een rock-‘n-roll-achtig leven: veel drank, veel vrouwen en vaak ook veel dope. Van drugs moest ik zelf overigens niets hebben.”
Je vrienden van toen zouden later allemaal beroemd of iets hoogs in het culturele circuit worden. Heb jij iets fout gedaan?
“Misschien wel. Al die jongens waren ontzettend gefocust op hun eigen carrière. Ze wisten precies wie ze moesten kennen en wie niet. Ik had dat veel minder. Ik ben eerder lethargisch van karakter dan assertief.”

Met dat lethargische karakter wist Niemöller In 1983 nog wel hoofdredacteur van Vinyl te worden, maar dat blad ging in 1988 ter ziele. Hij bleef artikelen schrijven, voor met name Nieuwe Revu en De Groene Amsterdammer. Daarnaast schreef hij romans. In 1984 debuteerde hij met de verhalenbundel De dood, de stad, de rug tegen de muur. En hij bleef drinken, dat ook.
Je had een kwaaie dronk, heb ik vernomen.
“Inderdaad, dat type alcoholist was ik. Het leidde telkens tot chaotische toestanden: scheldpartijen, mensen die je nooit meer wilden zien. En het leidde tot heftige clashes met mijn vader, die vond dat ik mijn leven vergooide.”
Wanneer dacht je: nu is het genoeg geweest?
“In 1993 interviewde ik kunstenaar Rob Scholte. Het werd een drinkgelag dat de hele nacht duurde. Ik liet al die tijd een bandje meelopen. De volgende dag ging ik met mijn houten kop die tape uitwerken. Ik schrok me rot van mijn gelijkhebberige geraaskal en besloot: die persoon wil ik nóóit meer zijn. Sindsdien heb ik geen druppel meer gedronken.”
Maakte je je toen al kwaad over de islam en immigratie?
”Welnee. Ik had mijn interesse in politiek volledig verloren. In 2001 veranderde alles. Ik was verbijsterd over ’11 september’. Toen acht maanden later Pim Fortuyn werd vermoord, was ik woedend. Die woede is nooit meer overgegaan.”
Is dat het grote verschil met al die andere opiniemakers, die óók heus diep ontzet waren?
“Ja. De media houden dat gevoel niet vast. ‘Nu weten we het wel met dat gezeur over de islam en integratie,’ klinkt het dan.”
Van 2002 tot 2008 werkte je bij HP/De Tijd. In die dagen werd dat blad in de grachtengordel ‘Fortuyn-bode’ genoemd.
“Terwijl het grootste deel van de redactie gewoon PvdA en D66 stemde, bleek toen ik een enquête hield!”
Je zei vreemd genoeg niets over je eigen voorkeur. Die voorkeur was en is Geert Wilders, neem ik aan. Op 2 december gaf je nog een lezing voor PVV-kiezers in Den Bosch.
“Als de PvdA me uitnodigt, kom ik ook. Ik zeg tegen niemand iets over mijn stemgedrag. Dat heb ik jaren geleden zo afgesproken met mijn vriendin. Ze zei: ‘Die artikelen van je zijn tot daar aan toe, maar als je nu ook nog PVV gaat stemmen, houdt het voor mij op’.”

Heb jij gekleurde vrienden?
“Jazeker, het hele palet. Alleen Chinezen ontbreken, helaas.”
Wat vinden zij van je geschriften?
“Zij zijn veel begripvoller en realistischer dan mijn autochtone linkse grachtengordelvrienden. Maar ik discussieer eigenlijk niet meer in klein comité over wat ik schrijf. Dat loopt te vaak uit de hand.”
Ben je vrienden kwijtgeraakt?
“Ja. Mijn beste vriend wil mij niet meer zien.”
Je vertelt het glimlachend. Doet het geen pijn?
“Och, hij noemde me een tweede Joseph Goebbels. Dan denk ik: tabee en veel plezier verder. Ik kende hem al dertig jaar en we vertelden elkaar altijd alles. In die zin is het vervelend. Maar als hij werkelijk zoiets vindt, is het allemaal een misverstand geweest.”
Is Joshua Livestro, de baas van De Dagelijkse Standaard, erg gelukkig met je fascinatie voor genetische kwesties?
“Nou nee. GeenStijl maakte er vorig jaar ‘De Dagelijkse Schedelmeter’ van. Ik kan daar wel om lachen, maar Joshua denkt heel anders over dit onderwerp. Dat wil zeggen: hij denkt er helemaal niet over. Hij is puur bezig met het conservatisme en de VVD. Mijn tegenstanders gingen op enig moment Joshua’s adverteerders benaderen: ‘Weet u wel dat er een racist op DDS actief is?’
En je fans?
“Die hebben ook niks met die genentroep. Ik heb sinds half september mijn eigen betaalsite, Denieuwerealist.nl. Aan de reacties merk ik dat mijn abonnees – ik noem nog geen aantallen – veel liever mijn stukken over de islam en de EU hebben.”
Dan zou ik maar snel met die ‘genentroep’ stoppen.
“Niks ervan! Als er fans afhaken, dan zij dat zo. Niets is zo erg als fans. Die zijn namelijk altijd teleurgesteld, weet ik al sinds mijn tijd bij Vinyl. Ze zijn alleen maar fan omdat ze een bepaald beeld van je hebben. Een beeld waar je telkens weer aan moet voldoen. Dat is een enorme gevangenis. Ik heb absoluut niet de ambitie om een soort sekteleider te worden.”

Leg nou eens uit waarom je het leuk vindt om jezelf zo gehaat te maken.
“Dat vínd ik helemaal niet. Laatst zei Paul Scheffer ook al: ‘Je hebt er wel lol in om iedereen in de gordijnen te jagen, hè?’ Maar dat is het niet. Genen en etniciteit zijn een taboeonderwerp en dús interessant. Als iets een taboe is, zal het wel waar zijn, denk ik dan. Sterker: als iets géén taboe meer is, heb ik mijn interesse eigenlijk al verloren. Taboes doorbreken leidt tot weerstand, maar die heb ik juist nodig. Polemieken zijn situaties waarin kennis zich ontwikkelt. Ik word gevoed door de confrontatie. Daarom vind ik Twitter ook zo leuk. Mijn vijanden zijn mijn grootste vrienden. Maar jongens, echt, ik heb helemaal niets tegen zwarten!”
Alleen jammer dat ze zo dom zijn?
“Luister, ik ben een groot bewonderaar van Miles Davis. Miles was een geniale muzikant en had vast een hoog IQ. Hij was trouwens ook een zwarte racist, die met zijn rug naar een blank publiek ging staan – vreselijk cool vond iedereen dat. Je zou zwarten zelfs superieur kunnen noemen. Met veel testosteron en een laag IQ ben je geneigd om jezelf razendsnel voort te planten, en dat zijn de zwarten, geholpen door de dalende kindersterfte in Afrika, inderdaad aan het doen.”
Zwarten nemen het zaakje op termijn gewoon over?
“Zoiets. En de blanken maken het er zelf naar. Bij hen en de Aziaten zie je een enorme vergrijzing. Een hoog IQ kan bovendien ook een nadeel zijn, omdat je grote inlevingsvermogen leidt tot een sterke verweking van je cultuur. Kijk naar hoe wij omgaan met huisdieren, massaal vegetariër worden, altijd de zwakken in maatschappij zien als degenen die beschermd moet worden.”
Dat kun je ook ‘beschaving’ noemen.
“Zeker, maar je ziet nu dat blanken zichzelf verwerpelijk vinden, schuldig als ze zich nog altijd voelen over de slavernij. En dus spreken ze nooit zwarten maar alleen zichzelf aan op racistisch gedrag. Een té hoog IQ kan, kortom, resulteren in het instorten van een beschaving. Misschien is dat ook wel bij het Romeinse Rijk gebeurd.”

Je tegenstanders vermoeden een verband tussen je pessimistische, boze artikelen en het feit dat je acht romans nooit bestsellers zijn geworden. Ben je inderdaad een gefrustreerde schrijver?
“Hm, misschien wel. Zo goed ken ik mezelf niet. Inderdaad werden mijn romans steeds minder succesvol. Op het laatst dacht ik: voor wie doe ik het eigenlijk? Als iedereen je prijst, heb je vast minder de neiging om boos te worden op de wereld. Maar ja, in 1990 was mijn roman Wraak genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. Hans van Mierlo zei op de avond van de uitreiking: ‘Wel erg leuk voor je dat je nu met al deze beroemde mensen aan tafel zit, he?’ Ik antwoordde: ‘Sorry, maar het doet me helemaal niets’. En zo was het ook. Ik voel me het meest op mijn gemak als buitenstaander.”
Men schrijft of men heeft vrienden, om met W.F. Hermans te spreken?
“Ik heb vrienden zat!”

KADER

Nieuwe Revu ontmoet Joost Niemöller

Waar? Huize Niemöller te Amsterdam. Op zijn verzoek vermelden we zelfs het stadsdeel niet.
Hoe lang? In totaal 4,5 uur, verdeeld over twee face to face-interviews en twee telefoongesprekken.
Waarom? Niemöller begeeft zich qua onderwerpkeuze steeds meer op ‘verboden terrein’. De islam bashen mag dan tegenwoordig bon-ton zijn, zwarten gemiddeld genomen dommer en agressiever dan blanken noemen is dat nadrukkelijk niet. Hij gaat zelfs veel verder dan Geert Wilders en Hans Janmaat.
Wat genuttigd? Acht koppen koffie en zes glazen water.
Verder nog wat? Niemöller was erg blij met de kerstrede van koning Willem-Alexander. Die zei: “We horen woorden van haat die van generatie op generatie worden doorgegeven.” Dat ging over de islam, weet Niemöller heel zeker.

Een Hollandse twintiger bedacht een concept dat de printmedia van de ondergang kan redden. Nog bijzonderder: hij krijgt zijn idee nog uitgevoerd ook. Op de bank bij Blendle-oprichter Marten Blankesteijn. ‘Ons voordeel: wij zijn niet groot genoeg om bedreigend over te komen, zoals Google.’

Op het voorhoofd van Marten Blankesteijn verschijnt een diepe denkrimpel. ‘Maaike’, roept de Blendle-oprichter dan, ‘mij wordt gevraagd of ik vroeger ook al zakelijk inzicht had. Had ik dat?’
Vanuit de keuken klinkt gegrinnik. ‘Nee!’

Doorlezen? Even registreren of inloggen bij Blendle.

Nausicaa Marbe (1963) maakte jarenlang linkse Volkskrant-lezers boos met haar columns over politiek en integratie. Ook menige redacteur van die krant vond haar epistels veel te rechts. Maar ís Marbe dat eigenlijk wel? ‘Tofik Dibi zou een prima minister voor Integratie zijn.’

door Boudewijn Geels
foto’s Corbino

(gepubliceerd in HP/De Tijd, mei 2011)

Oorspronkelijk wilden we graag een dubbelinterview met u en uw NRC-collega Elsbeth Etty. U wilde niet.
“Etty heeft ooit een kwaadaardige recensie geschreven over een boek van mij. Ik heb geen behoefte om in het gezelschap van zulke mensen te verkeren.”

Wat heeft u dan zo gegriefd?
“Mijn boek was een erg leuke satire. Echt heel grappig. Zij schreef daar een nare leugen over, namelijk dat het níet leuk en grappig was.”

Dat mag ze toch vinden? Het was immers een recensie.
“Natuurlijk mag dat, maar je zag duidelijk dat ze de persóón recenseerde, en niet zozeer het boek. Er zat een valsigheid in, échte valsigheid, waarmee ik niks te maken wil hebben.”

In 2001 schreef Etty: “Marbe heeft slechts één boek op haar naam staan, maar dat weerhoudt haar er niet van zich als een heuse schrijversdiva te gedragen. Ongegeneerd lift ze mee op het succes van meer productieve en vooral meer succesvolle collega’s.” Is dat wat u bedoelt met vals?
“Inderdaad. Hoezo diva? Hoezo meegelift? Ze mag het van mij allemaal schrijven, maar dan vind ik het raar als mensen niet snappen dat ik met zo iemand niet aan tafel wil zitten.”

U gaat er in uw vrijdagse Volkskrant-columns anders ook altijd hard in.
“Er is een verschil tussen hard en vals. Ik kom altijd met argumenten.”

Wat ongetwijfeld meespeelt: Etty heeft een totaal andere maatschappijvisie dan u. Links versus rechts.
“Ik vind mezelf eerder liberaal dan rechts.”

Ook bij de Volkskrant zijn er mensen die, zacht uitgedrukt, niet erg enthousiast zijn over uw bijdragen.
“Interesseert me geen flikker. Met de hoofdredactie en de opinieredactie heb ik altijd prima contact, daar gaat het mij om.”

Bij de koffieautomaat worden termen als ‘rechts varken’ gebezigd, heb ik vernomen.
“Is dat zo? Nou, dat zegt dan alles over de mensen die dat soort dingen zeggen. Ze zijn kennelijk niet bij machte om in woorden uit te drukken wat er mis is met mijn opvattingen.”

Ik heb hier uw column van vandaag, 13 mei 2011. U maakt zich boos omdat, ik citeer, ‘het specifiek joodse karakter van de Nederlandse herdenking wordt weggemoffeld omdat ergens bij een subsidieruif is bedacht dat – zucht – de Nieuwe Nederlander zich weer zo nodig ergens in moet kunnen herkennen’. Mogen we dit een ‘typische Nausicaa Marbe-zin’ noemen?
“Ja. Idioot dat het Comité 4 en 5 mei de Tweede Wereldoorlog uit de herdenking heeft weggepoetst. Dat relativisme is in. Er zijn moslims die het te veel een ‘jodenherdenking’ vinden; dan denken ambtenaren en bestuurders dat alle moslims dat vinden. Die politiek correcte betutteling is dé grote ziekte van Nederland. Als Marokkaanse jongetjes met 4 mei-kransen voetballen, komt dat door een gebrek aan opvoeding en toezicht van hun ouders en de politie. Ga het alsjeblieft niet ideologiseren. Denk ook niet dat het door jou komt omdat je je niet aan het tuig hebt aangepast. Want dat is de essentie: tuig is tuig.”

Aanpakken die handel?
“Juist. Al die politiecommissarissen met hun begrip en zalvende gemompel over hoe we ‘nader tot elkaar kunnen komen’. Flauwekul. Mensen komen nader tot elkaar als de straat veilig is. We hebben een leuterende, psychologiserende politie die meer kwaad heeft gedaan dan welke PVV’er ook.”

Dan een van uw andere stokpaardjes: immigratie. Moeten de grenzen dicht voor niet-westerlingen?
“Nee. Wie een diploma en werkervaring heeft, is wat mij betreft van harte welkom. Maar ik steun werkelijk alle beperkende maatregelen tegen kánsloze migratie, die eigenlijk uitkeringsmigratie is. Het leidt tot allerlei wantoestanden. Een grachtengordelvriendin heeft met een clubje geprobeerd importbruiden uit hun isolement te halen door samen naar de supermarkt, de bioscoop of de speeltuin te gaan. Na drie keer zeiden hun mannen: ‘Nee, mijn vrouw hoort thuis’. De vrijwilligsters werden geïntimideerd en het initiatief strandde. Zó triest.”

In uw columns kijkt u met een zekere welwillendheid naar Geert Wilders.
“Wilders is een enorm politiek talent. Jammer dat hij zo geradicaliseerd is. In 2004 interviewde ik hem. Hij zei toen iets heel verstandigs: ‘Als we de haatpredikers nou oppakken en het land uit gooien, weet het publiek dat het in goede handen is. Want een imam die mag blijven, deugt dan dus kennelijk.’ Had-ie groot gelijk in. Maar nee, uit een soort multiculturele gêne hebben we die rotte appels erin gelaten. Dit is mijn grote bezwaar tegen de zogenaamde ‘goede bedoelingen’ van bestuurders; ze pakken verkeerd uit. Hedy d’Ancona verklaarde ooit: ‘Maar we hadden alleen maar goede bedoelingen in die tijd.’ Dat wil ik best geloven, maar die goede bedoelingen moet je maar uitleven in de opvoeding van kinderen en je huwelijk. De maatschappij heeft alleen iets aan concrete zaken.”

U ageert in uw columns ook tegen het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.
“Het Hof besloot dat een vreemdeling die nooit iets had bijgedragen aan de Franse sociale zekerheid een uitkering moest krijgen, anders zou het discriminatie zijn op grond van nationaliteit. Dat noem ik een gerechtelijke aberratie. Net als de uitspraak dat asielzoekers niet mogen worden teruggestuurd naar Griekenland als ze daar de EU zijn binnengekomen, omdat de Grieken in hun asielprocedure de mensenrechten zouden schenden. Zo ontwricht je goed functionerend Europees beleid.”

Het grote geheel is belangrijker dan de rechten van het individu?
“Een rechter moet zich afvragen of hij met dit soort softe tunnelvisie-achtige studeerkameroordelen niet meer kapot maakt dan goed doet. Rechters zijn geen politici, maar hun uitspraken zijn vaak wel politiek. De burger moet vertrouwen kunnen hebben in de Europese verdragen. Anders moet je niet raar opkijken als er overal rechts-populistische partijen opstaan.”

Heeft u nog een voorbeeld van zulke ‘tunnelvisie’ uit eigen praktijk?
“Jazeker. Eerder dit jaar zocht ik een middelbare school voor mijn dochter. In zo’n levensbeschouwingslokaal was ‘islam’ op de muur geprojecteerd, ernaast een goed/fout-prikbord met krantenberichten erbij. Over de PVV, Sarkozy en de opkomst van rechtse partijen in Scandinavië. Maar niks over de Taliban, christenen in Pakistan, vrouwenbesnijdenis en uithuwelijking. Want als je dát ophangt, ben je een racist. Ik vind helemaal niet dat je niet een beetje cultuurrelativistisch moet zijn. Het is niet de bedoeling dat alles overal zo is als thuis. Ik zeg: geef die kinderen informatie, laat ze vragen waarom de dingen zo gaan. Zeg dat ze het mogen veroordelen, maar graag met overwogen argumenten. Er heerst hier ook anno 2011 nog zo’n verkramptheid, angst. Ik kom weleens mensen tegen, ook op scholen, die in mijn oor fluisteren: ik ben het hartstikke met je eens, maar dat durf ik niet hardop te zeggen.”

Op welke partij stemt u?
“Dat zeg ik niet. Niet op de PVV of de PvdA in elk geval.”

U noemt uzelf liberaal. Dan denk ik: VVD.
“Nogmaals, wat ik stem, gaat niemand wat aan.”

Dan mag ik vast ook niet weten wat uw man, Jeroen Vullings, chef-boeken van Vrij Nederland, stemt.
“Dat klopt. Ik weet het trouwens ook niet eens.”

Daar geloof ik niets van.
“Toch is het zo. Ik kan je alleen zeggen dat Jeroen een zeer zuivere klassieke liberaal is; zo vind je ze niet meer. Zelf had ik jarenlang grote sympathie voor D66, tot Alexander Pechtold in 2009 apekool kwam verkopen in Zomergasten. Hij zei dat PVV-stemmers niet moeten zeuren als het in je portiek een beetje anders ruikt doordat de exotische buurman anders kookt. Kun je nagaan wat Pechtold is blijven eten, want heel Nederland kookt inmiddels exotisch. Als je grote Europese veranderingen, zoals de komst van miljoenen moslims, reduceert tot geurtjes, dan diskwalificeer je jezelf als politicus. Geef mij dan maar de PvdA, een partij waar ik heel veel kritiek op heb, maar die ook mensen herbergt die de pijn en de problemen begrijpen en oplossingen zoeken, zeker op lokaal niveau.”

Komt het ooit nog goed met D66?
“Ik heb mijn hoop gevestigd op de nieuwe generatie D66-politici. Wat zou het mooi zijn als links en rechts elkaar daar kunnen treffen. Dan krijg je een nuchtere liberale partij met een sociaal hart.”

Als u zelf een droomkabinet mocht samenstellen, wie zaten daar dan in?
“Frits Bolkestein wordt premier, Mark Rutte mag Economische Zaken gaan doen. Eberhard van der Laan zet ik op Justitie, Lodewijk Asscher op Binnenlandse Zaken en Henk Kamp net als nu op Sociale Zaken. Femke Halsema geef ik Cultuur, maar als Bolkestein zijn topbaan met haar wil delen, heel graag. Ahmed Marcouch krijgt Buitenlandse Zaken. Die man heeft een heel groot hart en veel begrip voor zijn omgeving. Die moet je juist niet op een kleine gemeenschap vastpinnen.”

En wie wordt uw minister voor Integratie?
“Tofik Dibi van GroenLinks. Omdat hij alert is en we de meeste integratieproblemen hebben met moslims. Dibi is een geïntegreerde moslim en een liberaal.”

Ik tel verrassend veel linkse politici voor iemand die door sommigen naargeestig rechts wordt gevonden.
“Links, rechts – ik geloof niet zo in die hokjes. Het gaat allemaal om de juiste balans.”

Misschien bént u wel helemaal niet zo rechts.
“Ach, ik bungel nog met één been in de sociaaldemocratie, denk ik. Ik ben ook heel erg tegen het overal maar fouilleren, alles registeren en het overal ophangen van camera’s. Zo creëer je namelijk schijnveiligheid. Ik sta hier dus anders in dan een partij als de VVD.”

Die felle toon in uw columns is vaak weinig meer dan een provocatie?
“In sommige gevallen ga ik er inderdaad expres keihard in, als ik merk dat mensen bepaalde dingen niet durven zeggen. Mijn column over het herdenkingsrelativisme is bijvoorbeeld erg scherp. Maar het kan ook omgekeerd: dan tracht ik de nuance terug te brengen. De column van vorige week ging over de dood van Osama Bin Laden en Ground Zero. Dat stuk was een en al reflectie.”

We zitten nu op de Grote Markt van Haarlem. U woont hier vlakbij. Hoort iemand die zo vaak en fel over de multiculturele samenleving schrijft niet in de smeltkroes Amsterdam te wonen?
“De grote huizen zijn hier nu eenmaal wat betaalbaarder. Maar ik vind Haarlem wel bedompt en kleinburgerlijk, dat is waar.”

Logisch, Haarlem is één groot wit getto.
“O ja? Kijk eens om je heen: gekleurde mensen genoeg. En gelukkig maar. Ja, Haarlem kent heel chique wijken waar keurig ABN wordt gesproken – ook in mijn wijk: centrum tegen Zuid. Maar als je naar Haarlem Schalkwijk gaat… Hoewel, dat is dan de Vogelaarwijk van Haarlem, maar het ís me daar van een ongelooflijke keurigheid.”

Dat bedoel ik.
“Ik ken mensen die in de Jordaan wonen en zichzelf totaal afsluiten van de buitenwereld. Voor mijn  waarneming van wat er aan de hand is in Nederland maakt het niet uit waar ik woon. Leve de trein en internet!”

U kwam in 1982 als achttienjarige uit Roemenië naar Nederland. Uit wat voor nest komt u?
“Mijn moeder was componiste en vrij beroemd. Mijn vader was schrijver. Hij stond op de zwarte lijst van de geheime dienst. Er kwamen veel dissidenten bij ons over de vloer – een mooi groot huis in Boekarest. En dat wist de Securitate heel goed. Toch wilden we ons niet gek laten maken. Niet ten onder gaan aan paranoia. We hebben gewoon duidelijke afspraken gemaakt over wat we zouden zeggen tijdens eventuele verhoren.”

En, bent u verhoord?
“Jazeker. Kwam zo’n partijgriezel in een afzichtelijk pak naar school, die heel aardig deed en je meenam naar het biologielokaal. Die ging dan tussen de skeletten strikvragen stellen. ‘Zo, jij zit op een Duitse school, hè? Denk je vaak aan West-Duitsland?’ Dan was het zaak om zo nuchter mogelijk te zeggen: ‘Ja, dat doe ik weleens.’ Hij: ‘Wil je er naartoe?’ En dan antwoordde ik: ‘Zeker, want ik wil de hele wereld zien.’ Hij: ‘Maar is het socialistische paradijs Roemenië dan niet genoeg voor je?’ Mijn reactie: ‘Natuurlijk, en ik wil er ook heel graag terugkomen, want mijn leven is hier.’ En toen ging hij weer. Let wel: ik was een kind van twaalf!”

In 1982 stond de Muur nog recht overeind. Hoe kwam u het land uit?
“Ik kreeg een paspoort. Geen idee waarom; het was volstrekte willekeur. Ik ging logeren bij vrienden van mijn moeder in Haarlem.”

Ontstonden er problemen toen u niet na een paar maanden terugkeerde?
“Nee. Ik ging hier naar de Roemeense ambassade en zei: ‘Ik ben ontzettend verliefd,’ – niet op Jeroen, want die ontmoette ik pas in 1999 – ‘en wil hier graag een paar jaar blijven.’ ‘Oké,’ was het antwoord. Onvoorstelbaar eigenlijk. Een tijdje werkte ik als schoonmaakster en kok bij de schoonvader van minister Koos Rietkerk. Ik ging filosofie en politicologie studeren, maar wilde toch liever journalist worden. Na een stage bij NRC Handelsblad deed ik ervaring op bij de Libelle en Elle. Daarna ging ik op freelancebasis schrijven voor onder meer Trouw, Vrij Nederland en dus de Volkskrant.”

Wat vond u – en vindt u wellicht nog steeds – het meest opvallend aan Nederland?
“Dat hier zo’n grote afkeer van rangen en standen is. Nederlanders willen dolgraag lijken op mensen die net onder hen zitten qua intelligentie en opvoeding. Een beetje plat praten, een beetje hufterig zijn, volks. Je ziet het ook aan hoe Nederlanders zich kleden. Op alles wat men in de rest van de wereld netjes vindt, wordt hier neergekeken. Nederlanders kleden zich graag grungy, of radical chic. Men draagt mantelpakken als dwangbuizen. Je kunt duidelijk zien dat mensen zich er doodongelukkig in voelen.”

Vindt u dat leuk?
“Hártstikke leuk. Het is een goed huwelijk tussen mij en Nederland. Ik heb een periode van grote verliefdheid op Nederland gekend. Die verliefdheid is inmiddels geconsolideerd. Nu kan ik dus ook kritiek leveren.”

Tara Singh Varma werd in de zomer van 2001 ontmaskerd als bedriegster en gebrandmerkt als Nationale Gek. Sindsdien is het stil rond de ex-GroenLinks-politica. In het laatste interview dat ze ooit zal geven, vertelt ze wat er met haar is gebeurd. ‘Mijn beste vriendinnen stalen mijn hele huis leeg.’

door Boudewijn Geels

(Gepubliceerd in HP/De Tijd, oktober 2005, en opgenomen in het bewaarnummer ‘Het beste uit 999 keer HP/De Tijd’)
Lees meer

Vergeleken met Helmin Wiels spreekt zelfs Geert Wilders wollige taal. Ik interviewde Wiels in 2010, ruim twee jaar voordat hij met zijn Pueblo Soberano de verkiezingen op Curaçao zou winnen. Wat de op 5 mei 2013 vermoorde ex-bodybuilder zoal vond? Nou, dit bijvoorbeeld. 

door Boudewijn Geels 

(gepubliceerd op de website van HP/De Tijd)

De slavernij is voor u nog steeds een belangrijk issue, hè?
“Reken maar. Waarom heb je zoveel alleenstaande zwarte moeders? Omdat de zwarte man destijds als dekhengst werd gebruikt. Als hij groot en sterk was moest hij nieuwe slaafjes verwekken bij een vrouw die dat ook was.”
Maar inmiddels zijn we eeuwen verder.
“Nog steeds denkt zo’n vrouw dat ze stoer is als ze een kind krijgt van een zwarte man die vervolgens wegloopt. Dat is een erfenis van de slavernij. Alleen spreekt niemand erover. Vaak gaat het om vrouwen met dikke billen en grote tieten. Oók een erfenis van de slavernij.”
“Vrouwen werden vroeger vetgemest, zodat ze op de markt meer opbrachten, net als paarden en geiten. Dat is nog steeds het paradigma, dat een zwarte vrouw groot en dik moet zijn. En zo’n vrouw is al lang blij als ze de man van een ander in bed weet te krijgen. Dan is ze een ‘complete vrouw’ geworden, vindt ze zelf. Maar denk jij dat een zoon wiens moeder kinderen heeft van vier verschillende mannen die moeder respecteert? Daarom hebben die moeders geen controle over hun puberkinderen. Niet op Curaçao en al helemaal niet in Nederland.”
En nu?
“Ik ken de zwakke punten van mijn volk: de onverantwoordelijkheid en de laissez-faire-mentaliteit. Jongeren kunnen elkaar niks leren. Daarom moeten de ouders de schoolbanken in. Alleen zij kunnen hun kinderen leren hoe het wél moet.”
De bekende Nederlandse zakenman Jacob Gelt Dekker, eigenaar van het luxe resort Kura Hulanda in Willemstad, heeft u ‘een zwarte racist’ genoemd.
“Meneer Gelt Dekker is een grote stommerik. Een doodgewone oplichter. Hij verdient veel geld met zijn Slavernijmuseum en met emotionele verhalen over slavernij. Maar hij spreekt maar de halve waarheid. De hele situatie op dit eiland is een erfenis van de slavernij. Gelt Dekker laat in zijn museum alleen toestellen zien waarmee ze zwarten gefolterd hebben. Maar over herstelbetalingen praat hij niet.”
U vindt dat Nederland verplicht is om zoveel eeuwen later…
“Ja! Dat heeft Italië gedaan met Libië. En Sarkozy heeft een paar miljard aan Algerije gegeven. Dan zegt Gelt Dekker: de Antillianen kunnen niet blijven klagen over slavernij. Maar de joden kunnen wel blijven spreken over de holocaust. Dat ging om zes miljoen joden. Bij de slavernij ging het om 28 miljoen Afrikanen. Dan zegt iedereen: nee nee, laat het verleden rusten! Maar de joden worden door niemand tegengesproken. Die kunnen elk jaar de Kristallnacht enzovoorts herdenken. Waarom wij niet en zij wel? Zijn we minder? Ja, volgens de joden zijn we zeker minder. Ze behandelen de Palestijnen in Gaza alsof die minder zijn.”
U voelt zich verwant aan de Palestijnen?
“Ja.”
Heeft u qua herstelbetalingen al een bedrag in uw hoofd?
“Laten we zeggen 200 miljard voor de Antillen in totaal. Waarvan 120 miljard voor Curaçao alleen.”
Hero Brinkman van de PVV heeft gehakt gemaakt van de bestuurscultuur op de Antillen.
“Hij heeft voor vijftig procent groot gelijk. Ik ben niet tegen iemand als Brinkman, want ik ben ook een corruptiefighter. Hij zegt alleen niks over de corruptiezaken in Nederland, zoals de bouwfraude. Corruptiezaken zijn hier een geval van coalitievorming. Partijen tolereren elkaars corruptie, om de coalitie in leven te laten blijven. Een paar rijke families met heel veel zwart geld hebben hier het heft in handen. Zij bemoeien zich altijd met de politiek.”

Hij speelde stadions plat met Vandenberg en Whitesnake. Daarna werd het stil rond Ad(je) van den Berg. Nu is de gitarist (58) terug; zijn nieuwe band staat in de startblokken. De jaren ’80-rockicoon over groupies, het gemekker van Coldplay en zijn lange pauze. ‘Ik wilde mijn dochter zien opgroeien.’ 

door Boudewijn Geels 
foto’s robinutrecht.com

(gepubliceerd in november 2012 in HP/De Tijd)

“Of ik bevoegd ben om je wat nieuwe nummers te laten horen?” Daar moet Ad van den Berg even over nadenken. Dan: “Ja, bevoegd ben ik natuurlijk wel, maar… Ach verrek, loop maar even mee. In mijn auto heb ik het beste geluid.”
We volgen de rockgitarist naar zijn kolossale Chrysler 300-stationcar. Hij laat een zelfgebrande cd in het dashboard zinken. Drie seconden later klinkt een Led Zeppelin-achtige gitaarriff. Dan komen de drums erbij. En de basgitaar. Twee rechtervoeten in de zwarte bolide gaan als vanzelf ritmisch op en neer.
Een zanger meldt zich, rauw maar zuiver. Van den Berg grijnst. “Lekker hè? Ik heb die jongen bijna letterlijk van zijn tractor getrokken. Hij heeft een grote boerderij in de polder.”
Volgt een nummer dat enigszins Aerosmith-achtig aandoet. Zo gedateerd als de pest dus, maar wel… lekker. Daar gaan de rechtervoeten weer.
Van den Berg, opgetogen: “Ik heb nu negen nummers. De laatste keer dat ik zo’n kick kreeg van mijn eigen demo’s was bij de eerste Vandenberg-plaat, dertig jaar geleden. Er zit een laten-we-niet-te-lang-doorpoetsengevoel in. Dat ongepolijste wil ik erin houden.”

Poedel
Wat je noemt een heel contrast met zijn vorige band. Wie bijgaande foto’s ziet zal het waarschijnlijk nauwelijks geloven – poseren is een vak apart en de fotograaf had er zin in – maar als je kort ervoor uitgebreid Whitesnakefilmpjes hebt bestudeerd op YouTube, is het even wennen om Ad van den Berg in zijn Enschedese deuropening te zien staan.
Oké, hij heeft nog altijd redelijk lang blond haar en torst ook op zijn 58ste geen grammetje vet met zich mee. Maar verder lijkt hij deze regenachtige woensdagmiddag alleen nog in de verte op de hypergestileerde poedel uit de Whitesnake-videoclip van Here I Go Again. Voor wie het is vergeten: dat was die beroemde clip uit 1987 waarin een ravissante roodharige in doorschijnend wit krols over twee Jaguars rolde.
Ook de bandleden keken, het fenomeen big hair naar een hoger niveau tillend, zo bronstig mogelijk de camera in. Van den Bergs gitaarsolo kwam getuige zijn heupbewegingen rechtstreeks uit zijn scrotum.
O ja, hij wist heel goed dat ze hem in bedompte holen in Amsterdam en Utrecht, waar jongeren in het zwart geëngageerd doom-dansten op Joy Division en The Cure, keihard uitlachten. Maar ook die vleermuizen kon onmogelijk ontgaan dat het toch wel verdomd cool was om een podium te beklimmen met tachtigduizend uitgelaten tien- en twintigers ervoor die de naam van jouw band scandeerden. “Good evening Detroit/Tokyo/Rio/Moscow! Are you ready to rock?!
Adrian Vandenberg, zoals hij over de grens heet, kreeg op zulke avonden een orkaan van geluid retour, vijftien jaar lang. Eerst met zijn eigen Vandenberg, daarna met Whitesnake, de band van ex-Deep Purple-zanger David Coverdale. De in Den Haag geboren Twentenaar werd in één adem genoemd met gitaargoden als Eddie Van Halen, Steve Vai en Joe Satriani.
Maar de laatste dertien jaar was het vrij stil rond ‘Adje’, zoals hij in Nederland altijd is blijven heten. Sommige fans wisten dat hij thuis in Enschede expressionistische schilderijen maakte. En vorig jaar was er, als vriendendienst, het nieuwe clublied voor FC Twente – een soort pastiche op Queens We Are The Champions. Maar zou hij ooit nog een nieuwe band beginnen en een nieuwe plaat maken?
Ja dus. Begin volgend jaar is de plaat er.

Stalksters
“Doe mij een lol en laat in je artikel in het midden waar ik precies woon, oké? Dit in verband met stalksters.”
Stalksters? Met alle respect, maar… nu nog? Van den Berg knikt ernstig. “Tot vijf maanden geleden zat ik in een nachtmerrieachtige toestand, die twee jaar heeft geduurd. Het was een vrouw van in de dertig. Ze hing hier voor de deur. Mijn dochter Mickey vond het doodeng. Dat mens belde me tientallen keren per avond op. Gewoon negeren, denk je dan, maar allebei mijn ouders moesten in die periode naar een verzorgingstehuis, en ik kreeg daar veel telefoon over. Omdat mevrouw haar nummerherkenning had uitgezet, kreeg ik haar soms toch aan de lijn. Hoorde ik iemand ademen, met op de achtergrond een of ander I love you-nummer.” Toen hij haar liet weten aangifte bij de politie te hebben gedaan, werd het, vertelt hij, ‘redelijk rustig’.
Akkoord, we volstaan met de mededeling dat hij vrijstaand woont aan de rand van Enschede, in een niet al te groot huis dat hij voorheen gebruikte als atelier. Het is een typisch mannenhuis. Niet vies, maar – althans, op de dag van het interview – ook niet extreem schoon. Het kraantje in het toilet is defect en overal in de woonkamer slingeren boeken en gitaren.
De enige vrouw die de sleutel van zijn huis heeft, is dan ook zijn dertienjarige dochter.

Harley
“Mickey woont even verderop bij haar moeder, maar is hier zo vaak mogelijk. Zeker twee dagen per week. Ik vind het fijn een dochter te hebben. Jongens gaan zich tegen je afzetten, een dochter blijft lekker tegen je aanhangen.”
Hij was al die jaren vast de stoerste pa van het schoolplein. “Nou, dat valt wel mee. Als Whitesnake hier in de buurt optreedt, speel ik altijd wel een paar nummertjes mee. Ik nam Mickey een keer mee toen ze vier was. Hoorde ze het publiek ‘Adje, Adje!’ roepen en werd ze boos: ‘Hee, dat is míjn vader!’ Ze is ook regelmatig uitgelachen omdat ik lang haar heb. Zo van: ‘Haha, jouw vader lijkt op een moeder!’ Het had van haar dus best wat normaler en relaxter mogen zijn. Hoewel ze het dan wel weer leuk vond op achter op een Harley naar school te worden gebracht.”
Een Harley? Is dat niet een tikje cliché voor een rocker? Met een schuldbewuste hoofdknik: “Dat zijn de dingen die je nu eenmaal gaaf vindt met z’n allen, ook door de mythe eromheen. Maar ik heb nooit op een Harley rondgereden in videoclips of zo. Dán wordt het pas een cliché. Vince Neil en Rob Halford (de zangers van de hardrockbands Mötley Crüe en Judas Priest – BG) scheurden er zelfs mee het podium op.”
De mannen van Whitesnake waren een stel koorknapen vergeleken met Mötley Crüe, zegt Van den Berg. Die band liet de verboden stimulantia zo ongeveer per pallet aanrukken. En waar de clips van Whitesnake gewoon over the top waren, mochten die van Mötley Crüe gerust ‘totaal belachelijk’ heten.
Dat zat hem met name in het gebruik van vrouwen – het woord ‘gebruik’ is hier bewust gekozen. Van Mötley Crüe is het verhaal bekend van een groupie wier vurige wens het was intiem te zijn met een of meerdere leden van de band. Helaas, de heren waren tijdelijk moegestreden. Maar ze wilden hun trouwe fan niet teleurstellen. “Als jij nu plaats neemt op deze fles en zo blijft zitten tot na het concert, krijg je alsnog je zin.” En jawel hoor, ze zat er nog.
Van den Berg, lachend: “Ja, elk genre muziek heeft zijn eigen groupies. Die van Mötley Crüe waren wat meer kinky dan de onze. Hoewel er wel enige overlap was.”

‘Roomservice’
Oorlogsverhalen heeft hij zelf ook. Zo werd hij in een Amerikaanse hotelkamer besprongen door twee jonge vrouwen in schoonmaakstersuniform die zich als roomservice hadden geïdentificeerd. Een potige securitymedewerker concludeerde dat een of andere vuige rocker doende was zich aan het hotelpersoneel te vergrijpen. “Werd ik aan mijn haren de gang op gesleurd. Gelukkig zal onze tourmanager in de kamer ernaast. Terwijl de dames wegvluchtten – hun uniformen werden later achter in de tuin van het hotel aangetroffen – zei hij op besliste toon: “Adrian sexually harassing a woman? Impossible!”
En dat was ook zo, zegt hij. “Ik had in die tijd een relatie met de moeder van mijn dochter, en ik ben van de oude stempel: bezet is bezet.” Spijtig voor de groupies, die bij concerten altijd in ruime mate voorhanden waren. “Stonden er zestig aantrekkelijke vrouwen hun waren te showen in de hospitality room. Maar – het staat je vrij om me niet te geloven – ik bedankte dus altijd. Tja, Herman Brood vond me vroeger ook al een saaie gast. Ik zoop niet, ik snoof niet en ik ging niet achter de wijven aan. Toen Vandenberg in de VS toerde, waren de zanger, de drummer en de bassist elke avond aan de rol. Adje zat ondertussen nieuwe nummers te schrijven op zijn hotelkamer.”
Hielden zanger David Coverdale en gitarist Steve Vai, Whitesnakes andere blikvangers, er ook zo’n ascetische levensstijl op na? “Ja. Die jongens waren al wat ouder. Ze hadden hun wilde jaren al gehad. David was al op zijn 21ste zanger van Deep Purple geworden en wist: als je continu de beest uithangt, hou je zo’n tournee gewoon niet vol. Dus zat hij elke avond op zijn kamer films te kijken en boeken te lezen.”
Dat kwam overigens ook door Tawny Kitaen, de roodharige uit de Here I Go Again-clip. “Ik heb Tawny tijdens de opnamen dingen zien doen die je zelfs in stripclubs niet tegenkomt. David bleek daar niet geheel ongevoelig voor. Hij trouwde zelfs met haar. Tawny kwam zelf uit de groupiescene – ze had het eerder ook met O.J. Simpson aangelegd – en was niet van plan haar kersverse man te laten afpakken door een ‘collega’. Dus zorgde ze ervoor dat David streng werd beveiligd.”
Het huwelijk hield niet lang stand. “Aan David lag het niet; hij was heel straight. Maar Tawny was voortdurend naar de kloten. Ze gebruikte alle dope die maar voorhanden was. Ze is nog steeds een liefhebber, heb ik begrepen.” Op internet staan inderdaad ontluisterende politiefoto’s van Kitaen. Ook recente.

Burning heart
Van den Berg toont de gitaren die belangrijk zijn geweest in zijn carrière. Er is de totaal versleten Fender Stratocaster waarop hij begon. “Dit ding is nog van Robbie van Leeuwen van Shocking Blue geweest.” Er is, ‘nog steeds mijn favoriet’, de loodzware goudkleurige Gibson Les Paul waarmee hij alle nummers van Vandenberg en Whitesnake inspeelde.
En er is een nieuwe gitaar van zwart kunststof waar ‘Aristides’ op staat. “Gemaakt door de Nederlandse gitaarbouwer Aristides Poort. Hij heeft er een heel nieuw type kunststof voor ontwikkeld. Geweldig, dit ding! Een gitaarhals zonder dead spots, wat je met houten halzen wel altijd hebt.”
Van den Berg blijkt onbezoldigd pr-man van het Nederlandse gitaarmerk. Ja, hij wil best een stukje op het Stealth-achtige instrument (kosten ongeveer 3500 euro) spelen. Grappig: net als miljoenen amateurs blijkt ook de wereldberoemde Adrian Vandenberg – zelf is hij een groot fan van Jimi Hendrix en Stochelo Rosenberg – dan een klein versterkertje in een hoek te hebben staan waar je pas bij kunt als je de eetkamerstoelen opzij schuift.
Hij speelt het klassieke intro van Burning Heart, de rockballad waarmee Vandenberg in 1982 doorbrak. Het verschil met een ‘gewone’ gitaar horen we niet meteen, maar de eerste maten van zijn wereldhit doen herinneringen herleven aan de jaren tachtig, toen honderdduizenden langharige Nederlandse jongens zichzelf dagelijks in ongezond strakke spijkerbroeken hesen. T-shirt en spijkerjasje met het logo van Iron Maiden, Saxon of AC/DC eroverheen en klaar was het uniform van Kees, of Jeroen, of Niels, of Danny.
Dat wil zeggen: in de provincie. In de grote stad keken ze een beetje op hardrock neer. Het heeft Van den Berg altijd geërgerd. “De radio-dj’s in Hilversum besteedden er gewoon geen aandacht aan. Nog steeds niet trouwens. Sex on Fire van Kings of Leon draaien ze wel. Dat nummer hangt ertegenaan, maar die jongens van Kings of Leon roepen heel hard dat ze absolúút niet willen klinken als bands uit de jaren zeventig en tachtig. Hoor jij Wolfmother weleens op de radio? Of een van mijn favoriete bands van nu, Alter Bridge? Nee, het is altijd maar weer het brave tingeltangel-gemekker van Coldplay.”

Grunge
Toch heeft hij het gevoel dat er langzaam iets aan het veranderen is. “Dankzij bands als Muse en The Black Keys beginnen gitaarmuren à la de jaren tachtig weer een beetje te mogen. Soms hoor ik zelfs weer een gitaarsolo. Dat was sinds de grungetijd helemáál not done.”
Ach ja, al die grungers die zich begin jaren negentig fanatiek afzetten tegen hairbands als Whitesnake. “Ze hadden totaal niet door dat ze zelf óók in uniformpjes liepen, met hun houthakkersoverhemden en kniebroeken met Dr. Martens-schoenen eronder. Die jongens van Nirvana en Pearl Jam konden technisch ook niet in de schaduw staan van de topbands uit de eighties. Als je toen niet héél goed gitaar speelde of drumde, kwam je niet aan de bak. Jonge gastjes die nu goeie muzikanten willen horen, moeten dus terug naar de jaren tachtig.”
Zelf verwierf hij dat decennium faam met gitaarsoli die niet zozeer bloedstollend snel waren – zijn Whitesnake-collega Steve Vai hield hij niet bij – maar wel uiterst melodisch. De solo’s van Burning Heart en Here I Go Again zijn ‘nummers binnen de nummers’, die in je hoofd blijven hangen. “Ik weet wat mijn sterke punten zijn: componeren en melodisch soleren. Toch heb ik me destijds laten opfokken door Steve. Daarom heb ik ook het liefst één gitarist in mijn band. Maar ja, Whitesnake was Coverdales band.”
Bovendien raakte Van den Berg in 1989 geblesseerd aan een hand, waardoor hij de door hem gecomponeerde nummers voor het Whitesnake-album Slip of the Tongue niet kon inspelen. Dus contracteerde Coverdale snelheidsduivel Vai, die ook voor de wereldtournee van 1990-1991 werd ingehuurd en in de videoclips prominenter in beeld kwam dan Van den Berg. Dat vonden chauvinistische hardrockfans te Leeuwarden en Doetinchem helemaal niet leuk.
Wat ze ook niet leuk vonden, was dat het laatste Whitesnake-album waaraan hun landgenoot meeschreef, Restless Heart uit 1997, niet kon tippen aan zijn voorgangers. Het haalde het ook niet bij het titelloze debuutalbum van Vandenberg uit 1982. Van den Bergs uitleg: “Vanwege het muzikale klimaat in 1997 wilde de platenmaatschappij dat Restless Heart een stuk tammer zou worden. Aan die druk hebben we wat te veel toegegeven.”
In 1999 stopte hij ermee. De Twentenaar pakte zijn oude professie van kunstschilder weer op (de hoezen voor de Vandenberg-lp’s ontwierp hij destijds zelf) en ging twee dagen per week voor zijn dochter zorgen. Hoewel financieel niet ‘binnen’ kon hij zich zo’n pauze permitteren. “Ik wilde het anders doen dan Steve Vai. Die zag zijn zoontje tijdens tournees maar eens per drie weken. Ik wilde Mickey echt zien opgroeien.”

Rechtszaak
Volgend jaar zal dochterlief zien hoe pa dertig jaar geleden zijn brood verdiende: met een bandje met louter Nederlandse muzikanten optreden in kleinere zalen en op festivals, en zich zo een weg omhoog knokken.
De cd verschijnt komend voorjaar. Qua productie niet volledig gladgestreken, zoals de albums van Whitesnake, maar lekker rauw en bluesy, belooft Van den Berg. Frontman is de zingende boer Jan Hoving, die ook het FC Twente-lied inzong. Van den Berg, stralend: “In de jaren tachtig zou Jan door heel veel bands zijn besprongen. Omdat dit soort muziek ‘uit’ is, is dat gelukkig niet gebeurd.”
De bassist en de drummer plukte hij van de Enschedese Popacademie. “Dat is veel leuker dan een internationale superband formeren die maximaal één tourneetje zal bestaan.”
Zijn oude Vandenberg-maten inschakelen was geen optie, daar dat trio in 2011 probeerde via een rechtszaak de bandnaam Vandenberg te claimen. “Het meest surrealistische wat ik in mijn leven heb meegemaakt. Natúúrlijk verloren ze.”
Zanger Bert Heerink noemt hij nu spottend ‘Bert Haring’. Op Facebook schreef hij over bassist Dick Kemper: “Appropriate first name”.
Dat komt dus nooit meer goed.
Toch zal zijn nieuwe band op z’n minst deels ‘Vandenberg’ heten. De spijkerjasjes kunnen weer uit de kast.