Bio

Mijn wieg stond in 1970 in de Alkmaarse Spoorbuurt. Op mijn vierde ontvoerden mijn ouders me naar Meppel, waar ze me tien vormende jaren vasthielden. Behept met een zwaar Meppels accent keerde ik vervolgens terug naar Alkmaar. Dat accent was dankzij het gegrinnik van mijn klasgenootjes zo weg. Datzelfde gold voor mijn ribfluwelen groene broek, die in Meppel behoorlijk cool maar in het westen sociale zelfmoord was.

De journalistiek leverde me 2,50 gulden per dag op. Dat wil zeggen: het bezorgen ervan. Ik las Het Parool zelf ook en besloot dat ik als ik groot was iets creatiefs in de grote stad ging doen. Ik weet dan ook niet meer wat me bezielde om op mijn negentiende ‘Toegepaste Vrijetijdswetenschappen’ te gaan ‘studeren’ in Leeuwarden. Gelukkig werd ik in 1991 ingeloot op de School voor Journalistiek in Utrecht. Het voelde als thuiskomen.

Als uitvloeisel van een stage kreeg ik nog voor mijn afstuderen een contract voor vijf maanden bij de Volkskrant en vervolgens twee eigen rubrieken in het economiekatern van die krant. In 1998 monsterde ik aan bij het nieuwe economische weekblad FEM De Week, waar ik fulltime over metaal-cao’s diende te schrijven. Ik besloot dat ik daar op 28-jarige leeftijd geen trek in had en nam, tot verbazing van mijn hoofdredacteur, de latere bestsellerauteur Jeroen Smit, al na een half jaar ontslag.

Ik ging freelancen en speelde ondertussen basgitaar in bandjes – onder andere in de band van Jeroen van Koningsbrugge. In 2003 werd ik redacteur bij het mooist geschreven blad van Nederland: HP/De Tijd. Ik schreef over media, integratie, politiek, veiligheid, economie en sport. Nergens had een journalist zoveel vrijheid als bij HP/De Tijd, dat toen nog wekelijks verscheen. Ook maakte ik boeken. Ik was co-auteur van het boek ‘Undercover bij de PVV’ en samensteller van ‘De Máxima Generatie’.

In 2010 werd ik bij HP chef redactie a.i. en vervolgens hoofdredacteur a.i. Ook als leidinggevende wilde ik regelmatig artikelen blijven schrijven, bijvoorbeeld over de eurocrisis. Ik reisde door Beieren voor een reportage over de toenemende Duitse onvrede en interviewde onder anderen de oud-adviseurs van Helmut Kohl en Tony Blair.

Als tweede man was ik in 2012 nauw betrokken bij de succesvolle herlancering van HP/De Tijd als maandblad. Op 1 januari 2013 werd ik co-hoofdredacteur. Zelfs zonder verslaggevers in vaste dienst bleken uitstekende verkoopcijfers mogelijk. Mijn laatste nummer, het zomernummer van 2013, was de bestverkochte maandeditie tot dat moment.

Maar zoals overal bleven de advertentie-inkomsten teruglopen, hetgeen consequenties had voor de personele bezetting. Inmiddels wordt HP/De Tijd volledig door freelancers gemaakt.

Nu ben ik eindredacteur van de zaterdageditie van Het Financieele Dagblad. Voor die krant schrijf ik ook grote artikelen. Daarnaast werk ik als freelance journalist, voor onder andere het mediavakblad Villamedia magazine.