Bio

Mijn wieg stond in de Alkmaarse Spoorbuurt. Op mijn vierde ontvoerden mijn ouders me naar Meppel, waar ze me tien vormende jaren vasthielden. Behept met een zwaar Meppels accent keerde ik vervolgens terug naar Alkmaar. Dat accent was dankzij het gegrinnik van mijn klasgenootjes zo weg. Datzelfde gold voor mijn ribfluwelen groene broek, die in Meppel behoorlijk cool maar in het westen sociale zelfmoord was.

De journalistiek leverde me 2,50 gulden per dag op. Dat wil zeggen: het bezorgen ervan. Ik las Het Parool zelf ook en besloot dat ik als ik groot was iets creatiefs in de grote stad ging doen. Ik weet dan ook niet meer wat me bezielde om op mijn negentiende een jaar ‘Toegepaste Vrijetijdswetenschappen’ te gaan ‘studeren’ in Leeuwarden. Gelukkig werd ik daarna ingeloot op de School voor Journalistiek in Utrecht. Het voelde als thuiskomen.

Als uitvloeisel van een stage kreeg ik nog voor mijn afstuderen een contract voor vijf maanden bij de Volkskrant en vervolgens als freelancer twee eigen rubrieken in het economiekatern. Ondertussen speelde ik basgitaar – onder andere in de band van Jeroen van Koningsbrugge. In 2003 werd ik redacteur bij het mooist geschreven blad van Nederland: HP/De Tijd. Ik schreef over integratie (dat steeds meer ‘mijn’ onderwerp zou worden), media, politiek, veiligheid, economie en sport. Nergens had een journalist zo veel vrijheid als bij HP/De Tijd, dat toen nog wekelijks verscheen. Ook was ik co-auteur van het boek Undercover bij de PVV en samensteller van De Máxima Generatie.

In 2010 werd ik bij HP chef redactie. Ook als leidinggevende wilde ik regelmatig artikelen blijven schrijven, bijvoorbeeld over de eurocrisis. Ik reisde door Beieren voor een reportage over de toenemende Duitse onvrede en interviewde onder anderen de oud-adviseurs van Helmut Kohl en Tony Blair.

Als tweede man was ik in 2012 nauw betrokken bij de succesvolle herlancering van HP/De Tijd als maandblad. Op 1 januari 2013 werd ik co-hoofdredacteur. Zelfs zonder verslaggevers in vaste dienst bleken uitstekende verkoopcijfers mogelijk: mijn laatste nummer, het zomernummer van 2013, was de bestverkochte maandeditie tot dat moment. Maar zoals overal bleven de advertentie-inkomsten teruglopen, hetgeen verregaande consequenties had voor de personele bezetting. Zo werd ik de laatste HP-hoofdredacteur in vaste dienst. Het blad werd daarna volledig door freelancers gemaakt.

Bij Het Financieele Dagblad, vanaf 2014, moest ik weer een beetje van vooraf aan beginnen. Ik had geen keus, want het was middenin de crisis: vacatures waren er nauwelijks. Ik werd aangenomen als eindredacteur financiële markten. Dat is geen positie waarvoor ik heel veel geschikter ben dan wie ook – to put it mildly. Dus besloot ik mijn eigen baan te creëren.

Nu ben ik eindredacteur van de zaterdageditie van Het Financieele Dagblad (niet FD Persoonlijk), en maak ik dus toch weer een soort weekblad, zonder veel tijd kwijt te zijn aan vergaderen. Een chefschap heb ik om die reden beleefd geweigerd. Voor het FD schrijf ik ook grote verhalen, met name over politiek, media en de multiculturele samenleving.

Van de serie ‘Achtergrondgesprekken’ maakten collega Elfanie toe Laer en ik ook een boek: De voorhoede – vrijpostige gesprekken met rolmodellen van kleur over discriminatie en integratie, in maart 2022 verschenen bij uitgeverij De Kring. De interviews, met onder anderen advocaat Gerald Roethof, recherchechef Andy Kraag, politica Sylvana Simons (met wie ik helaas geen vrienden werd) en rapper Patrick ‘Rudeboy’ Tilon zijn voor het boek uitgebreid en waar nodig van commentaar voorzien. Joris Luyendijk sprak van een ‘fascinerende en bijzonder toegankelijke bundel interviews met andere vinkjes‘. Het voorwoord is van ‘Mr. Integratiedebat’ en publicist Paul Scheffer. Die combinatie van redigeren en zelf schrijven is voor mij ideaal.

Daarnaast maak ik interviews voor het journalistenvakblad Villamedia en ben ik columnist voor de motorbladen Promotor en Moto73.

Muziek maken blijft mijn grote liefde. De laatste jaren speelde ik onder meer in progrockband Milky Way Gas Station. Nu ben ik de bassist van alternative-rockband The Arthurs, en speel ik de beste rocksongs ooit gemaakt bij Frozen Steam.