De School voor Journalistiek in Utrecht bestaat 50 jaar. Boudewijn Geels blikt terug op zijn jaren op de linksige ‘journalistenmavo’. ‘Ik dacht: moeten al deze jongens en meisjes journalist worden?!’

Lees meer

Geels deelt uit – Annechien Steenhuizen

(Gepubliceerd in Villamedia magazine, augustus 2014)

Ik heb een cabaretier – ik heb geen idee meer welke, iets op gympies – horen roepen dat Sacha de Boer voor hem prima ‘rukmateriaal’ was. Je kunt je op een of andere manier onmogelijk voorstellen dat iemand zoiets zal zeggen over haar opvolgster Annechien Steenhuizen.

Vraag een vrouw wat ze van Steenhuizen vindt en ze zal al snel, zo niet meteen, over haar looks beginnen. Vrouwen hebben namelijk de fascinerende eigenschap seksegenoten nóg sterker op hun uiterlijk te beoordelen dan mannen dat doen. Na de vaststelling dat het met die looks wel snor zit, zullen ze ongetwijfeld zeggen dat ze Steenhuizen een vakvrouw vinden.

Het opvallende is dat ik wel regelmatig vrouwen over Steenhuizen hoor praten, maar nooit mannen. Ze boeit kennelijk niet erg. Terwijl Steenhuizen toch een prestigieuze baan heeft. Sinds mei 2013 is ze presentator van het Acht Uur Journaal, en dat is, roepen wij van de media vaak, zo’n beetje het hoogste wat je kunt bereiken.

In mijn herinnering ging het in de krant, in de kroeg en bij de koffieautomaat vaak over Sacha de Boer. In mijn herinnering liet De Boer zich ook regelmatig interviewen. Maar volgens een oud-collega van haar ben ik abuis: ‘Sacha hield zulke verzoeken juist altijd erg af’.

Het kan gekomen zijn doordat het in interviews met RTL-anchor Rick Nieman ook altijd over zijn vrouw ging. Het kan ook zijn gekomen zijn doordat ze het simpelweg al zo lang deed, dat Acht Uur Journaal. Of was het toch vooral haar gezicht? Hoe dan ook: Sacha was een ster. Een ster met selling power.

Maar ik weet niet of het blad Jan veel extra exemplaren van het juninummer heeft verkocht doordat op de cover een interview met Annechien Steenhuizen werd angekeild.

‘Ik ben niet voor de poes’, luidde de coverline. Steenhuizen leek me een rustig, bedachtzaam type, dus ik wilde best lezen waarín ze dan ‘niet voor de poes’ is. Tussen de hypergestileerde en zwaar geshopte glam-foto’s (voor makers van zulke bladen vast hét middel om vrouwelijke BN’ers over de streep te trekken) ging ik op zoek naar het antwoord.

Ik las dat Steenhuizen vroeger wel eens met haar ouders botste, ‘maar nooit extreem’. Dat ze in het Utrechtse studentencafé de Zotte werkte, waar de mannelijke clientèle tot haar ongenoegen soms vroeg: ‘Goh, wat ben jij gespierd, sport je veel?’ Dat ze denkbeeldig het hoofd van haar ‘lieve oma’ in de camera stopte en het verhaal dan aan haar vertelde. En – daar hebben we het antwoord – dat ze in confrontaties met de ‘stoere aannemer Aaron’, haar levenspartner, ‘vrij gepassioneerd haar punt maakt’.

Dat laatste leek me een understatement. Dat nam me voor Steenhuizen in, want ik hou wel van understatements. Van een onderkoelde, subtiel-ironische, noem het ‘Britse’ stijl.

Dat is dus nadrukkelijk níet de stijl van Philip Freriks, die ook door zijn eigen collega’s vaak té werd gevonden (en zo je hele item kon verknallen). Nee, ik doel op de stijl van Herman van der Zandt.

Maar zover is Steenhuizen nog lang niet.

Van der Zandt (1974) is razend populair door zijn combinatie van volmaakte onverstoorbaarheid en spitsvondigheid. Gevoel voor humor heeft ook Steenhuizen (1977) heus wel, zeggen mensen die haar kennen, maar op tv merk je daar weinig van. Het mag af en toe best iets speelser, wat meer ad rem, vinden ze bij de NOS. Daar wordt Steenhuizen dan ook in getraind.

Verder valt er weinig op haar aan te merken. Ze heeft een goeie, lekker lage stem, raakt nooit van de wijs en – bij vrouwen is dat nóg belangrijker dan bij mannen, weet men in Hilversum – niemand ergert zich aan haar verschijning.

Steenhuizen straalt veel meer gezag uit dan, bijvoorbeeld, haar RTL-collega Merel Westrik (1979). Volgens mij was half Amsterdam (de mannelijke helft) verliefd op Westrik toen ze nog het AT5 Nieuws presenteerde. Maar omringd door snappy collega’s maakt zich al snel klein, zag ik vorig jaar op het Grote Interviewgala in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Het afkeurende geroezemoes was niet van de lucht toen ze ook nog eens een knaller van een taalfout maakte.

Bovendien, stellen insiders, heeft Westrik een handicap die ook de blonde NOS-nieuwslezeres Dionne Stax (1985) heeft: ze is eigenlijk te mooi om een gezaghebbende nieuwsanchor te kunnen zijn. Gevreesd moet worden dat een of andere cabaretier op gympies daar vroeg of laat een lollige opmerking over zal maken.

Steenhuizen – ze gaat binnenkort voor de tweede keer met zwangerschapsverlof – is niet te mooi. Ze heeft een knap gezicht (vind ik), en verder vind ik vrij weinig van haar verschijning. Maar ze is wel mijn type nieuwslezeres: professioneel, intelligent en onverstoorbaar.

Nu alleen nog dat toefje ‘Herman’.

Eindelijk had ik iets gevonden om over zaniken: een paginagroot stuk over Zuidas-types die in hun vrije uurtjes de bokshandschoenen aantrekken. Dat is in een zaterdagkrant (7 mei) toch echt té niksig-frivool op pagina 3 als de wereld in de fik staat. Ik mag dat zeggen, want ik bokste acht jaar geleden al met een neuroloog en een filmregisseur.

Snerend wilde ik verwijzen naar dagblad De Pers, de wijlen gratis krant die ook uitblonk in lekker gekke keuzes op prominente plekken (‘Bijna niemand houdt van spruitjes. Onze 16-jarige redacteuren Kiki en Xavier leggen uit waarom dat onterecht is’).

Twee dagen later sprak ik een collega wiens mening over de media ik zeer serieus neem. Hij, enthousiast: ‘Weet je wat ik een leuk Volkskrant-artikel vond? Dat stuk over boksen! De week ervoor had ik net mijn eerste proefles genomen. Heeft de krant perfect aangevoeld, dat die sport hip aan het worden is.’

De Volkskrant is mijn krant. Ik lees hem sinds mijn twaalfde, liep er stage, kreeg ondanks belachelijk lang haar en een kolossale oorring een tijdelijk contract en vervolgens twee rubrieken in het economiekatern.

Later ging ik de krant lopen klieren. Althans, zo zag hoofdredacteur Pieter Broertjes dat. Voor mijn mediarubriek in HP/De Tijd speurde ik continu naar scoops als: wie wordt de nieuwe adjunct van de Volkskrant/NRC/Vrij Nederland? Wat buiten de grachtengordel natuurlijk niemand een lor kon schelen. Ook was ik tuk op ruzies en uitglijders.

NRC-hoofdredacteur Folkert Jensma gaf zelfs antwoord als hij op de ski’s stond in Italië. Broertjes niet. De gevoelsmens vond de speels-vileine stukjes te kwetsend, kwam de aap uiteindelijk uit de mouw.

Over zijn latere opvolger Philippe Remarque schreef ik nog wel dat zijn gezaag aan Broertjes’ stoelpoten steeds oorverdovender werd, maar toen hij diens kamer eenmaal had veroverd maakte ik de rubriek niet meer. Nu denk ik: zou ik Remarque even vaak in zijn kuiten hebben gehapt als Broertjes en Jensma? De plagiërende stagiair was eind vorig jaar zeker een stukje geweest. Je kunt ook té veel vertrouwen hebben in jongeren – Broertjes was daar voorzichtiger in. Maar verder?

Toen Remarque medio 2010 aantrad, had Broertjes het moeilijkste werk al verricht: hij had de krant goeddeels ontdaan van zijn intolerant-linkse, zurige odeur. Door mensen van Elsevier en Quote in te lijven bijvoorbeeld. De mastodonten Jan Tromp en Jan Blokker ontploften nadat óók nog Chris ‘Onze cultuur is de beste‘ Rutenfrans was gecontracteerd. In HP verscheen een groot artikel met de kop ‘Eerst rooms, toen rood, toen ruzie’. Onze conclusie: Broertjes had de Volkskrant veel pluriformer, bijdetijdser en leesbaarder gemaakt.

Wel stond de oplage sterk onder druk. Bureau McKinsey had al lang geconstateerd dat Nederland compactere dagbladen wilde, maar Broertjes hield halsstarrig vol dat je alleen op broadsheet een echte kwaliteitskrant kon maken. Daar dacht Persgroep-topman Christian Van Thillo, die de krant in 2009 overnam, genuanceerder over, dus die tabloid kwam er alsnog. De ambitieuze Remarque werd hoofdredacteur.

Een tabloid maken is een heel ander kunstje. De onderwerpkeuzen, het ritme, de presentatie, de vaak weekblad-achtige lengtes: Remarque en zijn chefs leggen de puzzel meestal zo dat ik denk: ja, nú wil ik inderdaad dít lezen. Als jouw keuze de enige logische lijkt – al hebben redactionele twisten hieromtrent de ruiten doen trillen – doe je iets goed.

Ook van de ‘moetjes’ probeert de redactie iets origineels te maken. De levenslust en het schrijfplezier spatten van elk stuk. Al blijft het oppassen met beeldspraak en vergelijkingen. ‘Hij is de PvdA onder de automobielen: de Mitsubishi Outlander. Eens ongekend populair, nu in ongenade gevallen.’

Verder nog iets? Ja, de vergaarbak ‘Sir Edmund’. Prachtige drukkwaliteit hoor. Verrukkelijk pretentieloze rubriekstitel ook: ‘Sylvia Witteman heeft iets gelezen’. Maar anders dan bij het Volkskrant Magazine snap ik nog steeds niet wat dat ding nou precies ís.

Van de economische verslaggeving val ik niet dagelijks van mijn stoel, maar dat roep je al snel als je zelf bij Het Financieele Dagblad werkt. Inzake kwesties van multiculturele aard lette de Volkskrant onder Broertjes al beter op dan de NRC. De krant durft ook echt stelling te nemen. Geen fopstrafjes meer; nee, écht aanpakken die bedreigers van Ebru Umar, betoogde chef van de parlementaire redactie Raoul Du Pré in een commentaar.

Over de ‘Voetnoten’ van Arnon Grunberg klaag ik niet. Die frutsels zijn in april al afdoende gefileerd door de jongens van De Snijtafel, puur op de inhoud (terugkijk-tip). En ach, Martin Sommer staat er ook in. En Arthur van Amerongen. En Elma Drayer. En Ross Douthat. Wel is het jammer dat Wouter Bos onlangs is gestopt als columnist. Ik heb een zwak voor niet-moraliserende linkse realo’s die niet op een enorm landgoed te Nunspeet wonen.

Dit zijn de zeurpagina’s in Villamedia, maar ik héb dus relatief weinig te zeuren.

O wacht, iets minder Songfestival graag. En in een intro las ik dit: ‘Deze Koningsdag gaat de geschiedenis in als de koudste ooit. Brrr…’

Brrr…?!

Jongens (m/v) van míjn Volkskrant, hier trek ik echt een grens. Het is verdomme het AD niet!

Talloze keren heb ik op feestjes ernstig staan knikken als ik mooie meisjes totale kolder hoorde debiteren. Zou dat ook Arie Boomsma te vaak overkomen zijn?

(gepubliceerd in Villamedia magazine, november 2014)

Lees meer

‘Extreemrechts’, ‘fascistisch’: steeds vaker ziet journalist Wierd Duk (57) zich in een dubieuze hoek geplaatst. De man die nimmer hapert als de camera’s draaien over borderline-gedrag, zijn Russische underground vrienden en naïeve collega’s. ‘Politiek correct denken is laf en makkelijk.’ 

The Visitor is jeugdsentiment voor 40-plussers. Ook als je, zoals de auteur van dit stuk, Wierd Duks band in de eighties nooit hebt gehoord. 40-minners, zó klonk de combinatie van recessie en Koude Oorlog. Vrolijk? Nou nee, maar die sombere new wave had zijn eigen romantiek.

Hoewel The Visitor tot de interessantere alternatieve rockacts van Nederland behoorde, is Syp Wynia (64) nooit komen kijken. De toenmalige chef kunst van het Nieuwsblad van het Noorden was, zegt hij, ‘van een iets oudere generatie’ dan basgitarist en beginnend popjournalist Duk. Wisten ze van elkaar dat ze qua politieke opvattingen allebei Elsevier-materiaal waren? Wynia: ‘Welnee. Wierd en ik hadden een werkrelatie. We praatten niet over politiek. Wel herinner ik me dat destijds Wierds fascinatie voor Rusland ontstond. Zijn band mocht optreden in Leningrad.’

Ook achter het IJzeren Gordijn, in 1986, was Duk de kundige bassist die zich onthield van aanstellerige rockposes, blikt frontman Ernst Langhout terug. Volgens de zanger, die ook de teksten schreef, was The Visitor behoorlijk links. ‘En dan vooral ik. Wierd had dat wat minder. Hij was toen al erg analytisch.’

Het is Langhout en Wynia niet ontgaan dat AD-journalist Duk – sinds 2014 is hij ook bekend van radio en tv – door velen als erg rechts en door sommigen zelfs als ‘fascist’ wordt weggezet. ‘Zelfs bij dat “rechts” plaats ik vraagtekens,’ zegt Wynia. Langhout: ‘Ja, Wierd durft dingen te zeggen die niet politiek trendy zijn. Maar hij kletst er nooit zomaar wat op los. Ik ben altijd trots als ik hem zie of lees.’

Erik van Bruggen, oud-kandidaat-voorzitter van de PvdA, wil de muziek van The Visitor opnieuw uitbrengen, vertelde Langhout.
‘Dat klopt. Erik is fan van het eerste uur en heeft bij platenlabel Excelsior geregeld dat er een cd-box komt. Erik denkt dat er wel belangstelling voor zal zijn.’

Van Bruggen is je kennelijk gunstig gezind. Dat geldt niet voor een man die in 2005 wél PvdA-voorzitter werd: Michiel van Hulten. Hij noemde je laatst op Twitter een ‘extreemrechtse complotdenker’.
‘Van Hulten praat de gekochte journalist Joshua Livestro na. Die twee waren de woordvoerders van de ja-campagne bij het Oekraïne-referendum. Livestro kreeg daar geld voor van miljardair George Soros. Ik droeg destijds argumenten aan om nee te stemmen. Tot woede van Van Hulten en Livestro won nee.’

Van Hulten schreef ook: ‘Ik heb je een jaar lang genegeerd, maar fascisme bestrijd je niet door het te negeren.’
Duk zucht diep. ‘Borderline-gedrag is het. Wat moet ik? Aangifte doen? Dan kan ik wel aan de gang blijven.’

Je schrijft voor het AD erg sombere artikelen over de multiculturele samenleving. In praatprogramma’s en op Twitter laat je je evenmin onbetuigd. Dan krijg je al snel een rechts imago.
‘Als ik al iets ben, dan is het een sociaaldemocraat. Maar de sociaaldemocratie heeft de eigen achterban vreselijk in de steek gelaten. Veel mensen die nu rondhangen bij de PVV horen thuis bij de PvdA.’

Je hebt zo vaak PVV-stemmers aan het woord gelaten dat je van AD-hoofdredacteur Hans Nijenhuis niet meer mag schrijven dat zulke mensen nergens aan het woord komen, zei Nijenhuis begin mei in de Volkskrant.
‘Dat schrijf ik ook niet meer. Trouwens, volgens Hans hebben we misschien wel voorkomen dat Geert Wilders de verkiezingen heeft gewonnen. Want nu kon iedereen zien dat er tussen die PVV-stemmers ook behoorlijke mafkezen zitten.’

Nijenhuis zei ook: ‘Met Wierds stukken zijn we blij, op Twitter is hij veel minder genuanceerd. Ik heb hem al eens gezegd dat hij daarmee moet stoppen, of zijn toon moet matigen.’
‘Ik probeer daar wel rekening mee te houden. Bijvoorbeeld door niet meer zo in te gaan op mensen die van alles over me roepen. Als je in een ruzie verzeild raakt, is dat niet fraai.’

Dat gaf Wynia, tussen 2008 en 2013 jouw collega bij Elsevier, ook als advies: laat gáán.
‘Hij heeft gelijk. Machteld Zee, die ik interviewde over haar alarmerende onderzoek naar sharia-rechtbanken, kreeg ook veel shit over zich heen. Ze reageerde nergens op en toen luwde de storm ook wel weer. Maar ja, ik denk dat mannen gewoon eerder terugslaan.’

Jouw missie lijkt te zijn: Nederland redden van linkse wegkijkers.
‘Ik ben verbaasd over de bubbel waarin veel mensen, inclusief journalisten, leven. In bijna alle Nederlandse media is het discours over Syrië, Donald Trump, Rusland, de islam en de multiculturele samenleving hetzelfde. Dat kan toch niet kloppen? Zelfs bij de commerciële omroepen gaat het zo. Richt dan een soort Fox News Nederland op, denk ik dan.’

Je treedt regelmatig aan bij WNL.
‘WNL is meer het klassieke VVD-liberalisme geworden.’

Zíjn de Nederlandse media wel zo eenvormig? De Volkskrant heeft Martin Sommer, Elma Drayer en Derk Jan Eppink. Die kun je onmogelijk politiek correct noemen. Theodor Holman en Sylvain Ephimenco staan prominent op pagina 2 van respectievelijk Het Parool en Trouw.
‘Ja, maar dat zijn columnisten. Het gaat mij om de invalshoek bij de reguliere artikelen en commentaren. Trump heeft toch gewoon gelijk als hij stelt dat Europese landen te weinig betalen aan de NAVO?’

Dat schrijven de kranten toch ook?
‘Ja, na eerst een hoop gesneer. Het begint er telkens mee dat Trump de Europese leiders heeft “geschoffeerd”. En Vladimir Poetin is “de belangrijkste bedreiging voor het Westen”. Ik ben oud-Rusland-correspondent. Bijna niemand zegt dat Rusland ook wel erg is geprovoceerd met de onzalige uitbreidingsplannen van de EU en de NAVO. En dan wel, zoals de Volkskrant laatst, proberen Thierry Baudet te ontmaskeren als extreemrechts. Wat uiteindelijk dan niet lukt.’

Zo’n krant mag Baudet toch kritisch tegen het licht houden? En de conclusie was dus dat het Forum voor Democratie niet extreemrechts kan worden genoemd.
‘Klopt, maar zo was het stuk duidelijk niet opgezet. Je ziet aan alles dat de auteurs de suggestie dat het Forum wél extreemrechts is nog openlaten. Wat overigens niet zal helpen. Met Wilders wil niemand regeren, dus het kan goed zijn dat veel PVV-kiezers de volgende keer op Baudet stemmen.’

Je hebt geen hoge pet op van de gemiddelde Nederlandse journalist hè?
‘Ik vind dat wijd verbreide politiek correcte denken laf, moraliserend en makkelijk. Ik kom net uit een interview met een Turkse en een Afghaanse die geprobeerd hebben zelf hun partner te kiezen. Als je hoort wat zich in die gemeenschappen afspeelt: dat vasthouden aan tribale cultuurpatronen, het geweld. Maar Shirin Musa van Femmes for Freedom die actie voert om zulke vrouwen te helpen wordt verdacht gemaakt omdat ze samenwerkt met Leefbaar Rotterdam.’

Jij hebt significant meer kennis van dit soort zaken dan anderen?
‘Niet per se, maar doordat ik jaren in het buitenland heb gewerkt, waaronder in Tsjetsjenië, en privé kennis heb van andere culturen (Duk was getrouwd met een Russische, zijn tweede vrouw Fidan Ekiz heeft Turkse roots, BG) ben ik denk ik veel minder naïef dan anderen.’

Je reageerde behoorlijk geëmotioneerd op de aanslag met een truck in Berlijn.
‘Mijn oudste dochter woont in Kreuzberg. Zij had ook over die Kerstmarkt kunnen lopen. Peter R. de Vries kan voor veel geld op tv roepen dat de kans om slachtoffer te worden van terreur statistisch gezien erg klein is, maar een vriendin van mijn dochter, Amal, is half verlamd geraakt bij de aanslag in Nice, en twee van Amals klasgenootjes zijn nu dood. Nog zoiets: een Turkse klasgenote vertelde over een familieberaad. Gingen ze overleggen welke oom of neef eerwraak zou moeten plegen in Turkije. Dat vertelt zo’n meisje dus gewoon op school! Dat is wat anders dan te denken dat de multiculturele samenleving bestaat uit shoarmatenten en couscous.’

Collega’s eten na een avondje doorzakken een broodje shoarma en hangen vervolgens de antropoloog uit?
‘Ga maar eens na hoeveel journalisten Marokkaanse of Turkse vrienden hebben. Nederland is volkomen gesegregeerd. Ook op scholen klitten de etnische groepen bij elkaar, blijkt uit onderzoek. En er zijn nauwelijks allochtonen die in de journalistiek willen werken, want het is geen prestigieus beroep zoals dokter of advocaat. Dus huurt het AD treitervlogger Ismail Ilgün in omdat hij wél die moeilijke wijken binnenkomt.’

Jij bent nog steeds geen voorstander?
‘Ik dacht in eerste instantie aan het Zaanse raadslid ­Juliëtte Rot, die veel last heeft gehad van de intimidaties van Ilgün en zijn vriendjes. Maar goed, Ilgüns recente vlogs zijn wel interessant. En misschien kan hij uiteindelijk vrede sluiten met Rot en dan is Nederland weer het consensusland als altijd.’

Ik zie je ironisch kijken. Heb je wel eens contact met de gehoofddoekte AD-columniste Hanina Ajarai?
‘Nee, maar ik lees haar stukken wel. Ach, in het AD zijn alle meningen vertegenwoordigd.’

Ook die van Chris Klomp, waarschijnlijk jouw grootste tegenstander.
‘Dat weet ik niet, want ik krijg niet onder ogen wat hij over mij zegt. Hij heeft me pas net ontblockt op Twitter.’

Dat gaat best ver, als collega’s elkaar blocken.
‘Klomp en ik zouden een soort “Crossfire” moeten maken, inclusief vuurspuwen naar elkaar. Hoge bomen vangen veel wind, maar het wordt echt vervelend als mensen obsessief-agressief met je bezig zijn, zoals Peter Breedveld van de website Frontaalnaakt, je bedreigen of je ontslag eisen, zoals oud-CDA-Kamerlid Ad Lansink en een regionale GroenLinks-politicus doen. Maar wat kun je eraan doen behalve negeren?’

Merk je wel eens spanning op de AD-redactie?
‘Nee. Het AD is geen krant waar grote ego’s elkaar in de weg zitten. Ik heb bovendien een vrije rol. Ben vaak onderweg. Eens per week zit ik op de onlineredactie in Den Haag. Daar zit Klomp dan soms naast me.’

Hoe gezellig is dat dan?
‘We mijden elkaar een beetje in het gesprek.’

Focus jij niet te veel op wat er mis gaat in de multi­culturele samenleving? Volgens Wynia schreef je bij Elsevier ook positieve stukken.
‘Dat vond ik toen nodig, maar er is de laatste jaren wel iets veranderd. Veel moslims worden niet vrijer maar juist strenger in de leer. Dat vind ik nu een belangrijker verhaal dan dat Marokkaanse meisjes het zo goed doen in het hoger onderwijs, want dat weten we nu wel.’

Toch kun je zo je imago een beetje stutten. Op 18 mei twitterde Volkskrant-journalist Tom Kreling vilein: ‘Knap hoe Wierd Duk altijd zomaar tegen mensen aanloopt die zijn eigen wereldbeeld bevestigen.’ Hij deed er een plaatje bij van tweets van jou. Krelings tweet is honderden keren geretweet.
‘Ja. Ook door collega’s van wie ik dat niet had verwacht. Dat viel me tegen. Die Kreling heeft al die oude tweets van mij onder elkaar geplakt. Daar ben je zo een kwartier mee bezig. Dat is toch raar?’

Hij probeerde iets aan te tonen. Jij trekt zelf ook een grote broek aan. En zie: een week later stond jouw criticaster Dirk-Jan van Baar prominent in je AD-rubriek ‘Wierd Duk peilt de stemming’.
‘Er is geen verband. Ik was al langer van plan om een stuk te schrijven over mensen die zoals Van Baar niet meegaan in EU-bashing. Ook typerend: Kreling heeft in juni de echtheid van een van mijn anonieme bronnen, een bedreigde Tsjetsjeense, gecontroleerd. Ze is zich rot geschrokken.’

De krant wilde kennelijk checken of je bronnen deugen.
‘En waarom? Omdat een deel van mijn stukken Kreling c.s. niet bevalt. Ze willen me “ontmaskeren”. Sneu. Pure intimidatiejournalistiek is het.’

Behalve als Poetin-versteher sta je ook te boek als Trump-versteher. Ben je te positief over hem geweest?
‘Ik was helemaal niet zo positief, ik stoorde me alleen aan de enorme partijdigheid voor Clinton. En ik zei: Trump kan winnen. Eelco Bosch van Rosenthal van Nieuwsuur twitterde steeds dat Trump kansloos was. Ook RTL-correspondent Erik Mouthaan is de hele dag Trump aan het bashen op social media. Hij komt daarmee weg, terwijl je wordt verketterd als je Poetin niet alleen maar neerzet als een kinderverkrachter – wat hij overigens niet is.’

Goed dan, welke maatregel van Trump moeten wij journalisten aanprijzen als zijnde een puik idee?
Zeven seconden stilte. ‘Ehh, nou… Je zou… Ehh, dat weet ik eigenlijk niet. Ik hoopte dat Trump en Poetin samen één front tegen IS zouden vormen. Dat is niet gebeurd. Dat Trump in Saudi-Arabië zo duidelijk partij heeft gekozen voor de soennieten vind ik ook slecht.’

Dat gebeurt zelden, dat je even geen tekst hebt, weten we sinds je tv-doorbraak bij Pauw & Witteman in 2014.
‘Als ik veel weet over een onderwerp hoef ik inderdaad maar op een knop te drukken en dan komt er wel een coherent verhaal uit, maar nu… Maar wacht even, dat Trump de VS heeft teruggetrokken uit het klimaat­akkoord van Parijs vind ik wél goed.’

Heb je daar dan óók verstand van?
‘Nee, maar ik heb experts gesproken. Er is sprake van klimaathysterie.’

Er zijn deskundigen die zich wél zorgen maken. Vrij veel zelfs. Of is hier sprake van een links complot?
‘Die onderzoekers zijn vaak afhankelijk van fondsen van overheden en dan loop je al snel mee in de pas. “Parijs” kost krankzinnig veel geld en levert bijna niets op.’

Denk je zelf ook wel eens: wat weet ik het allemaal toch goed?
‘Nee, ik interesseer me gewoon voor veel onderwerpen.’

 Je klinkt nog steeds meer als een opiniebladjournalist dan als een krantenjournalist. Je bent in 2013 niet vrijwillig vertrokken bij Elsevier hè?
‘Contractueel is afgesproken dat ik daar niets over zeg.’

Naar verluidt had het iets van doen met een kritisch artikel van jouw hand over toenmalig PvdA-burgemeester van Groningen Peter Rehwinkel, die een vriend is van hoofdredacteur Arendo Joustra.
‘Geen commentaar.’

Is het voor Elsevier niet jammer dat je weg bent? Je zou met al jouw exposure een geweldig uithangbord zijn.
‘Sheila Sitalsing, Marike Stellinga, ik, Anna Dijkman, Frederique Dormaar, Mehtap Gungormez en nog anderen: we hadden allemaal mede een gezicht kunnen geven aan dat blad, en we werken er allemaal niet meer. Er zitten bij Elsevier bepalende mensen al heel lang op dezelfde plek. Medewerkers hebben daardoor niet de indruk dat ze kunnen doorstromen. Daar gaat het mis.’

Ziet Erik van Bruggen die cd-box van The Visitor ook wel zitten omdat de bassist tegenwoordig zo vaak op radio en tv verschijnt?
‘Welnee, Erik wil dit al heel lang en wij ook. Ik denk ook niet dat mijn naam enige invloed zal hebben op de verkoopcijfers.’

Spreek je je Russische undergroundvrienden uit 1986 nog wel eens?
‘Jazeker. Vorig jaar hebben we nog een reünietour gedaan. Veel jongens zijn dood door drugs, maar anderen spelen nu voor 30.000 man in Moskou. En ze zijn opnieuw in protest. Toen tegen het communisme, nu tegen Poetin.’

Begrijpen zij jouw houding tegenover Poetin?
‘Nee. Dan zeg ik: een sterke hand is misschien niet de slechtste optie, omdat je anders een burgeroorlog riskeert. Dat kúnnen ze als recalcitrante kunstenaars gewoon niet met me eens zijn. Maar dan word ik de journalist en analyticus die denkt: hoeveel democratie kan Rusland verdragen?’

1959: Geboren in Hooge Zwaluwe
1978-1985: Studie hedendaagse geschiedenis in Groningen
1985-1992: Freelance journalist voor Vinyl, Nieuwsblad van het Noorden, Vrij Nederland.
1992-2001: Correspondent in Moskou voor Elsevier, Het Parool, VNU, Radio 2
2001-2006: Correspondent in Berlijn voor de GPD
2006-2008: ­Politiek redacteur GPD
2008-2013: Redacteur binnenland Elsevier
2013-2016: Correspondent in Berlijn voor De Persdienst, TPO, Nieuwe Revu, Het Parool, AD
2016-heden: ‘Reizend politiek commentator’ AD
Twitter-volgers: 35.300 (stand juli 2017)

Volgens veel Nederlandse economen is zijn presence Ewald Engelens grootste kwaliteit. Ze noemen hem een schreeuwlelijk en een beunhaas. Maar ieder debat heeft dwarse denkers nodig.

(gepubliceerd in Villamedia magazine, mei 2014)

Ooit studeerde hij journalistiek, nu is hij hoogleraar ‘financiële geografie’. Ik had daar ook nog nooit van gehoord toen ik Engelen in 2011 voor het eerst bij Pauw & Witteman zag. Maar ik dacht wel: wauw, deze eloquente scherpslijper weet hoe het zit!
En het zat duidelijk niet goed. Met het afwentelen van de gevolgen van de crisis op de burger. Met de enorme macht van de banklobby. Met de kennis van zaken van onze politici. Met het bord voor de kop van onze economen.
Toen ik hem begin vorig jaar voor het eerst interviewde, gaf Engelen ook de financiële journalistiek zijn vet: ‘Die heeft de afgelopen twintig jaar evenmin opgelet.’ Woorden die ik met instemming in mijn artikel zette. ‘Tuurlijk, koop gerust een huis’, had een collega die als huizenmarktexpert door het leven ging eind 2007 gezegd. Hij verwachtte geen prijsdaling. ‘Mensen zullen altijd moeten blijven wonen, nietwaar?’
Inderdaad. Minimaal tien jaar op dezelfde plek, wegens een virtuele restschuld van nu zestig mille.

Engelen zei ook van alles over de euro. ‘Een mislukt experiment. Stoppen ermee dus.’ Eerder had ik uit de mond van een andere dwarse denker, ex-NRC-journalist Paul Frentrop, opgetekend: ‘Als de euro mislukt is, waarom zouden we hem dan redden?’
Tsja.

Volgens de als reuze verstandig bekendstaande SER-baas Alexander Rinnooy Kan zou het zonder euro één grote puinhoop zou worden. Echter, diezelfde Rinnooy Kan zat tot 2006 onbekommerd zijn dikke bonussen te tellen als bestuurder van ING, terwijl het lagere personeel conform de instructies doende was de klanten ‘maximaal uit te nutten’, vertelde een ex-ING’er me een paar jaar geleden. ‘Uitnutten is een eufemisme voor uitmelken,’ zei hij erbij. Maar dat had ik al begrepen.
Ook interviewde ik topeconoom Lex Hoogduin. Hij verklaarde dat de euro goed is, want, zo legde hij uit, als de euro niet goed was geweest, hadden we hem niet genomen. Punt.
Ik had sterk het gevoel dat het maar goed is dat Hoogduin in 2011 geen baas van De Nederlandsche Bank is geworden.
Mijn toenmalige schoonvader, binnengelopen als hoge ambtenaar in Brussel, sneerde: ‘De eurolanden kunnen samen nog geen snoepwinkel runnen!’ En een toezichthouder van De Nederlandsche Bank bekende me op de camping dat hij geen flauw benul had of doorgaan met deze euro wel verstandig was. ‘Maar ja, dat zal geen DNB’er hardop zeggen.’

Ik werd steeds ongeruster. Lette ‘de journalistiek’ wel goed genoeg op? Nee, stelde Engelen. Hij wist hoe dat zat: elke euroscepticus werd door de ‘babbelende kaste’ automatisch in het Wilders-kamp geplaatst en hoefde dus niet serieus te worden genomen.
Mij leek een opsplitsing van de eurozone in een noordelijk en zuidelijk deel logisch, maar NRC-adjunct Marike Stellinga hield de Grieken er liever bij, en Marike was vroeger bij FEM/De Week– we waren toen collega’s – al de slimste van de club. Alleen, Marike was evenmin onfeilbaar gebleken. Begin 2008 schreef ze in Elsevier: ‘In Nederland is op de huizenmarkt niks aan de hand. Het is onwaarschijnlijk dat de huizenprijzen gaan dalen.’
En dus vertrouwde ik andere handelaren in ferme uitspraken over de euro niet meer dan ik Engelen vertrouwde. Hij had alles wat een andere hardcore euroscepticus, Arjo Klamer, niet had. De hoogleraar economie klaagde dat hij zo weinig op tv kwam en vermoedde vooringenomenheid jegens eurosceptici bij de P&W-redactie. Zou kunnen. Maar Klamer ontbeerde het James Bond-achtige voorkomen van Engelen en diens jaloersmakende vermogen om à ‘l improviste even prachtige als onverbiddelijke zinnen te construeren.

Onlangs interviewde ik Engelen opnieuw. Het begrotingstekort is gedaald, de economie trekt weer aan en er slapen nog steeds geen bijstandsmoeders onder de brug. Hij heeft dus iets uit te leggen. Pessimistisch is Engelen nog steeds, maar zijn scheldcolumn in Het Parool heeft hij begin dit jaar toch maar ingeleverd. Hij begon, vertelde hij, ‘een hekel aan zichzelf te krijgen’. De 51-jarige heeft nog drie podia over: De Groene Amsterdammer, De Correspondent en Follow the money. En Twitter natuurlijk. Huidige score: 27.000 tweets.

Bij Het Financieele Dagblad, waar ik tegenwoordig (parttime) werk, neemt niet iedereen Engelen even serieus. Dat heeft behalve met zijn exotische leerstoel met zijn niet altijd even realistische oplossingen – zoals bankbuffers van 15 procent – te maken.
Ik hoop echter dat de gesjeesde journalistiekstudent nog lang tekeer blijft gaan daar aan de zijlijn. Elk debat heeft immers dwarse denkers nodig.
Wat ik ook in Engelen waardeer: niemand maakt zich zo druk om de generatie huizenkopers die nu welbewust over de kling wordt gejaagd als hij. En dat terwijl zijn appartement in De Pijp allang hypotheekvrij is.