Hij was al een enfant terrible, maar deze week liep de reputatie van financieel geograaf Ewald Engelen een echte deuk op. De namenlijst in zijn spraakmakende boek De schaduwelite, waarin hij uithaalt naar bankiers en politici, blijkt ‘een gimmick’. Toch is er nog steun voor ‘de nieuwe Multatuli’. Een profiel.

door Boudewijn Geels

(gepubliceerd in Het Financieele Dagblad, 28 november 2014)

Lees meer

Geen strand, weinig nachtleven. Wel adembenemende natuur, en de vriendelijkheid van de bevolking is Pokon voor het gemoed. Welkom op Saba, binnenkort ‘bijzondere gemeente’ binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Maar wel met een duister randje. ‘De Colombianen brengen hier drugs en wapens.’
door Boudewijn Geels
(gepubliceerd in HP/De Tijd, 14 mei 2010)

Lees meer

De straatcoaches van Slotervaart waren in 2006 een revolutie. Toch raakte de ‘uitvinder’ de klus al snel kwijt. Ex-kickbokser Marvin Irion tien jaar later over (te) eigenwijs zijn, rare toestanden in AZC’s en stappen met penozejongens. ‘Aan echt grote gangsters merk je niet zoveel.’

Door Boudewijn Geels

(gepubliceerd in Nieuwe Revu, 23 maart 2016)

Lees meer

De TROS heeft Frans Bauer, de VARA heeft Paul de Leeuw. Maar welke sterren heeft de EO? Antwoord: de Oranjes. Blauw Bloed, het royaltyprogramma van de protestantse omroep, waagt zich niet aan sappige primeurs en kritische kanttekeningen, maar is desondanks een hit. “Kijk eens wat leuk: Máxima met haar haar in de war!”

door Boudewijn Geels

(gepubliceerd in HP/De Tijd, 20 februari 2009)

Blauw Bloed is geen prettige televisie voor een republikein. Dat komt doordat presentator Jeroen Snel alles wat hij zegt zo hartstochtelijk méént. Vandaag, 31 januari, ook weer. Snel blikt vastberaden in de camera en zegt: “Dit is de dag dat koningin Beatrix haar 71ste verjaardag viert. We feliciteren de koningin hierbij van harte en wensen haar een heel goed en gezond levensjaar toe.”

Akkoord. Wie gunt zijn medemens nou níet zo’n jaar?

Dan verschijnen er beelden van Beatrix op werkbezoek. De bebrilde EO-presentator, op omfloerste toon: “Van hulphonden tot zakenlui, van kinderen tot kunstenaars, iedereen mag op de warme belangstelling van de vorstin rekenen.” Hier is van neutrale verslaggeving over de whereabouts van het staatshoofd al weinig sprake meer.

Volgt het gesprek met royaltykenner Peter Brusse. Hij en Snel zitten elk op een sneeuwwitte troon. Snel: “Ik praat over onze koningin door met Peter Brusse. Hartelijk welkom weer Peter.”

“Hai Jeroen,” zegt Peter warm.

Snel: “Hoe hard werkt de koningin nu eigenlijk Peter? Heb je enig idee?”

Ja, dat heeft Peter wel. “Nou, haha,” antwoordt de bejaarde ex-Londen-correspondent van het NOS Journaal stralend, “de koningin werkt, haha, rrrredelijk hard hoor. Dat kan ik je wel zeggen. Die scoort heel hoog ja.”

Voor de republikeinse kijker die dan nog steeds niet is afgehaakt volgt, als genadestoot, een analyse van Addy van den Krommenacker. De couturier bespreekt de kleding die prinses Máxima onlangs droeg tijdens haar en kroonprins Willem-Alexanders werkbezoek aan de Golfregio. “Wat mij opviel was dat Máxima setjes aanhad die ze al eerder aan had gehad.”

Wie veronderstelt dat er geen mens naar zo’n programma kijkt, heeft het mis. Het zijn er vaak meer dan 900.000, een aantal waarvoor Pauw & Witteman zich niet hoeft te schamen. En wie zoveel publiek trekt, doet zijn werk per definitie goed.

Of toch niet?

Klooster

Eén dag eerder, het statige EO-hoofdkwartier in Hilversum, half twaalf ’s ochtends. De studio waar Blauw Bloed al ruim vier jaar ‘live on tape’ wordt opgenomen, bevindt zich meteen rechts naast de ingang. Ook Andries Knevels Het Elfde Uur komt er vandaan. Met zijn hoge witte muren en glas-in-lood met bijbelse taferelen doet de ruimte aan als het schip van een kerk – het pand deed vroeger dienst als klooster. Voor Blauw Bloed is de studio volgehangen met kroonluchters, een groot projectiescherm achter Snel vertoont beelden van Nederlandse en buitenlandse royals. Het oranjeblauwe decor en de witte tronen doen de rest.

De omroepterm ‘live on tape’ wil zeggen dat een uitzending niet live is, maar wel ‘zo live mogelijk’ wordt opgenomen. Eigenlijk is het dus een onzinuitdrukking. Blauw Bloed, op zaterdagavond even na half acht uitgezonden op Nederland 2, wordt altijd de dag ervoor gemaakt.

Door de vele historische fragmenten die wekelijks de revue passeren, is Blauw Bloed een echt knip- en plakprogramma. Deze keer is dat helemaal het geval, constateert presentator Jeroen Snel (39, krijtstreep, bruine stropdas) na de repetitie. Pas vanavond is namelijk de heildronk van Amsterdamse notabelen op de verjaardag van koningin Beatrix; de beelden daarvan mogen in Blauw Bloed natuurlijk niet ontbreken. Het filmpje waarin OCW-minister Ronald Plasterk uitlegt wat kroonprins Willem-Alexander, Máxima en hij tijdens hun jaloersmakende ‘studiereis’ naar Antarctica gaan doen, is ook nog niet gereed.
Bovendien bestaat de kans dat tussen nu en morgenavond half acht de zieke Belgische ex-koningin Fabiola het tijdelijke voor het eeuwige verwisselt. Snel: “Dat betekent dat ik nu twee extra fragmenten moet opnemen. Eén: ‘Fabiola is gisteren overleden’. Twee: ‘Fabiola is vandaag overleden’. De necrologie die volgt is gelukkig al wél klaar.”

Snel, die in een vorig leven berichtte uit door oorlog geteisterde gebieden als Rwanda en Kosovo, oogt volkomen ontspannen. “Dit is een hartstikke leuk programma om te maken.” Dit gezegd hebbende moet hij weer aan het werk. “Ik ga het gesprek met Peter Brusse opnemen.”

Irrationeel

Brusse zit kaarsrecht in zijn stoel op het plastic podiumpje. Zijn haar zit nog even perfect als toen hij, van 1977 tot 1985, Engeland-correspondent was. Als de camera loopt vertelt Brusse de hypergeïnteresseerde Snel dat Beatrix niet alleen erg hard werkt, maar haar werkbezoeken ook altijd ‘heel erg goed voorbereidt’. “Ze heeft natuurlijk ook haar invloed (op het Binnenhof, red.). En die zal ze zo ver mogelijk uitbreiden als dat kan.”
Een interessant punt, maar Snel vraagt niet door. In plaats daarvan zegt hij: “Veel mensen zijn gepensioneerd, daar weet jij alles van.”
Dat vindt Brusse een reuze grappige opmerking. “Hahaha, zeker ja,” lacht hij. “Maar zij niet!”
Wanneer Beatrix met pensioen gaat, wil Snel weten. Dit jaar in elk geval nog niet, denkt Brusse.

Het gesprekje duurt ruim vier minuten, daarna mag Brusse weer naar huis. Nog een kwartiertje kouten met de bezoeker? Maar natuurlijk, mits het inderdaad niet langer duurt. “Ik moet zo naar de oogarts.”
Terwijl hij wordt afgeschminkt, vertelt Brusse (72) dat hij Blauw Bloed ‘een heel leuk programma’ vindt. “Het koningshuis gaat steeds meer leven. Ook bij jongeren, die daar zonder gêne voor uitkomen. Juist in deze barre tijden hebben de mensen behoefte aan dat sprookje. En het jonge gezin van Willem-Alexander en Máxima spreekt uiteraard ook enorm aan.”

Zelf vindt Brusse het koningshuis ‘al heel lang interessant’. “Toen ik nog voor het NOS Journaal en de Volkskrant in Londen zat, kon je niet om de Britse royals heen. Ik ben me destijds echt in de materie gaan verdiepen. Bij de inhuldiging van Beatrix in 1980 moest ik dan ook van de Volkskrant naar Nederland komen om het verslag te schrijven.”

Brusse heeft weinig op met clubs als het Republikeins Genootschap, die ageren tegen het systeem van erfopvolging. “Die republikeinen willen het allemaal rationeel bekijken, en dat werkt in dit geval niet.”

Maar hoe kun je van een intelligent mens verwachten dat hij niet rationeel denkt? De vraag slaat Brusse seconden lang met stomheid. Dan, met verdriedubbeld stemvolume: “Dat vind ik een hele domme opmerking! Echt waar! Ook intelligente mensen moeten zien hoe emotie een rol speelt!”

Blauw Bloed-eindredacteur Irjan Aarten steekt bezorgd zijn hoofd om de hoek

Vreemdgangers

Tijdens de lunch in de bomvolle EO-kantine betoogt Aarten dat het logisch is dat juist de EO dit programma uitzendt. “Dit land heeft al heel lang een enorm sterke band met de Oranjes. Dat past bij de EO. En er is natuurlijk ook sprake van ideologische verbondenheid door het geloof.”

De Oranjes lopen nochtans niet erg met hun – protestantse – geloof te koop. Prins Hendrik en prins Bernhard waren notoire vreemdgangers (bij Bernhard kwamen daar zelfs twee buitenechtelijke dochters van), er wordt stevig gescheiden (prinses Irene en prinses Christina) en er trouwen katholieken in (Máxima en Marilène van den Broek). Koningin Beatrix en haar zonen zijn vrijzinnig protestants, met de nadruk op vrijzinnig. Hare majesteit bezoekt de Kloosterkerk te Den Haag, waar tot 1999 dominee Carel ter Linden een ultralight-versie van het protestantisme uitventte.

Aarten erkent dat de Oranjes nou niet direct gelden als boegbeelden van het Ware Geloof. “Ze treden nauwelijks naar buiten met hun geloofsbeleving. Maar ik denk dat dat goed is, want bij de EO is juist je persóónlijke band met God heel belangrijk.

Toch krijgt hij geregeld vragen van de achterban, geeft de eindredacteur van Blauw Bloed toe. “Dan zeggen onze leden: ‘Jullie geven de Oranjes dat platform, maar zijn ze wel bevindelijk genoeg? Hoe kun je nou zien dat ze echt een relatie hebben met de Heere Jezus?’ Tja, dat is dus moeilijk te zien, omdat het iets persoonlijks is. Daarbij gaan we als EO sowieso een stuk ontspanner om met geloofskwesties dan tien jaar geleden, toen we altijd alles honderd procent zeker wisten. We zíjn geen Hezbollah. Kijk maar eens naar de bijbel, dat boek is toch een en al worsteling en zoektocht?”

Het bewijs dat de EO inderdaad minder rigide is dan vroeger werd twee weken geleden geleverd door voorman Andries Knevel, die totaal onverwacht opbiechtte dat hij niet meer gelooft dat God de wereld in zes dagen geschapen heeft. Zijn ontboezeming deed het EO-gebouw schudden op zijn grondvesten. Want zó ontspannen is men bij de omroep nou ook weer niet.

Verzorgd

Na de lunch heeft Jeroen Snel tien minuutjes tijd om te praten, vanuit de een uur eerder door een geschokte Peter Brusse verlaten schminkstoel. De presentator, op begripvolle toon: “Wat duurt het lang allemaal, hè? Tja, televisie maken is langdradig. Alsmaar wachten, telkens dingen overdoen. Blauw Bloed is altijd heel verzorgd. Ook qua beeldkwaliteit. Ik wil dat de beelden van de staatsbezoeken echt van het scherm afspatten.”

Het NOS Journaal ‘doet’ Máxima ook, maar toch anders: matter en vlakker, weet Snel. “Wij maken een close-up van haar schoenen als ze uit auto stapt.” Hetgeen zoals uit de uitzending van morgen blijkt een shot van een paar fraaie kuiten kan opleveren? Snel doet alsof hij de opmerking niet heeft gehoord. “Ik zei dus: wij doen het net even anders. Ik werk met een vaste cameraman, Mike Rutten, met wie ik vroeger al voor TweeVandaag naar Bosnië en Soedan ging. Ik vind dat ook wel zo prettig naar Willem-Alexander en zo toe. De prins scant de journalisten namelijk altijd. Zo van: o ja, dat is die en die. Hoewel, als we op reis zijn, staat dat gewoon in zijn boekje. Anyway, de Oranjes zijn veel meer met de media bezig dan ik had verwacht.”

Krijgt Snel wel eens complimentje

“Van wie?” klinkt het verbaasd

Nou, van Willem-Alexander, Máxima en Beatrix.

Snel tuit zijn mond. “Hmmm, niet direct. Wel indirect.”

Van wie dan?

“Van mensen om hen heen.”

De Rijksvoorlichtingsdienst?

“Ook. Dan zeggen ze niet: ‘De prins vond het mooi’, maar: ‘Het was een goeie uitzending. Ik neem dan aan dat dat breed gedragen wordt.”

Kritiek

Blauw Bloed mag het goed doen bij vele honderdduizenden kijkers en, ongetwijfeld, de Oranjes, er is ook kritiek. Zo blijven Snels collega-royaltywatchers Marc van der Linden en Peter van der Vorst, eufemistisch gesteld, niet iedere zaterdag voor het EO-programma thuis.

Van der Vorst, panellid van RTL Boulevard en auteur van meerdere boeken over de Oranjes: “Blauw Bloed is een kritiekloos programma over het koningshuis. Puur amusement. Er is een grote markt voor van vooral ouderen die graag plaatjes willen kijken. In die zin zit het programma slim in elkaar. Maar ik zou het zelf niet willen maken.”

“Ik kan er niet naar kijken,” zegt Van der Linden, eveneens RTL Boulevard en hoofdredacteur van het blad Royalty (hij en Van der Vorst maakten vroeger samen het RTL 4-programma Van Koninklijke Huize). “Blauw Bloed herkauwt constant oude verhaallijnen: het leven van keizerin Sissi, het huwelijksdrama van Edward de Achtste, het is nu ‘tig’ jaar geleden dat prinses Diana overleed. Zegt Jeroen: ‘En we spraken ook nog met iemand die prins Bernhard op 16 februari 1953 heeft ontmoet’. Komt er een oude baas in beeld die vertelt dat de prins zei: ‘Wat heeft u een mooi pak aan’, en dat was het dan.”

Van der Linden, die geldt als een van de best ingevoerde Oranjewatchers van Nederland, typeert Snel als ‘een hele aardige collega, met wie ik voortdurend overhoop lig’. Deels is dat overigens zijn eigen schuld, zegt hij er meteen bij. “Twee jaar geleden heb ik Jeroen ‘uit de kast’ geduwd. Ik zei in RTL Boulevard dat hij, net als Peter en ik, homo is. Wist ik veel dat Jeroen dat koste wat kost geheim wilde houden? Uiteraard heb ik hem mijn oprechte excuses aangeboden, maar die Boulevard-uitzending heeft onze relatie geen goed gedaan.”

Zijn kritiek op Snel gaat echter over de manier waarop de EO’er zijn werk doet. “Tijdens persontmoetingen met de Oranjes kwamen vroeger echt de meest slijmerige opmerkingen uit Jeroens mond. Nu is dat gelukkig wat minder, maar een feit blijft dat hij nooit vraagtekens zal plaatsen bij, bijvoorbeeld, weer zo’n verzuchting van een of andere prinses dat zij en haar man zo druk zijn dat er nauwelijks tijd is voor de kinderen. Kijk eens kritisch naar hun agenda, denk ik dan. Hébben ze het wel zo druk? Maar dat probéért Blauw Bloed niet eens.”

Van der Vorst valt hem bij. “Willem-Alexander en Máxima zijn vijftig á zestig keer keer per jaar live te bewonderen. Een beetje weinig voor al die miljoenen die het allemaal kost – de Britse prins Charles zit op een veelvoud. En het lijkt erop dat Willem-Alexander met zijn ‘watermanagement’ en Máxima met haar microkredieten vooral hun persoonlijke hobby’s aan het beoefenen zijn. Maar daar hoor je Jeroen nooit over.”

Toiletbril

Terug naar de opnamen. Snel kondigt het filmpje aan waarin minister Plasterk vertelt over Antarctica. Op de monitor verschijnen beelden waarop Willem-Alexander en Máxima ‘oefenen’ in een soort windtunnel. Snel, opgetogen tegen zijn collega’s: “Dat is nou leuk, hè. Máxima met haar haar in de war! Dat werkt vervreemdend. Dat vind ik nou leuk!”

Dan volgt er een uitgaanstip voor de Blauw Bloed-kijkers. Snel tegen de camera: “Als u altijd al heeft willen weten hoe een koninklijke wachtkamer eruit ziet, kunt u tot 20 mei terecht in het Coda Museum in Apeldoorn.” In beeld verschijnt de trotse conservator van het Coda Museum. Ze zegt: “We hebben hier een aantal bijzondere voorwerpen uit die wachtkamer tentoongesteld. Als klapstuk is er de wc-bril, die nu als spiegel is gebruikt.”

De hele studio staart naar de toiletbril waarop koningin Wilhelmina haar gevoeg deed. “Nou jáááá!” flapt het meisje van de autocue eruit.

Van der Vorst en Van der Linden zouden zo’n item schaterlachend met een paar wisecracks afsluiten. Snel trekt niet eens één wenkbrauw één millimeter op. Spotten met de monarchie geeft geen pas.

Onthulling

Als de aflevering rond half vier klaar is, vraagt Snel tien minuten om zich om te kleden. “Ik kom zo wel naar de kantine, is dat goed?”

In de uitgestorven kantine draait het keukenpersoneel, dat bezig is met schoonmaken, een hardrocknummer van de band The Offspring. Er zit een kirrende vrouwenstem in die “Do it to me baby, uhuhh uhuhh,” zingt. Als Snel arriveert, staat de muziek uit.

De presentator, nu in spijkerbroek, komt binnen met zijn mobiele telefoon tegen zijn linkeroor geplakt. “Op z’n vroegst 30 april 2010,” zegt hij tegen de persoon aan de andere kant van de lijn. “Maar ik moet nu ophangen, want ik ben even bezig.” Dat was het Radio 1-programma Stand.nl, legt hij even later uit. “Ze wilden van me weten wanneer Beatrix terugtreedt als koningin. Ik zei: niet eerder dan volgend jaar Koninginnedag. Dat weet ik voor 99 procent zeker.”

Heeft hij, als door de Oranjes en de RVD hogelijk gewaardeerd programmamaker, betere bronnen dan anderen? En heeft hem dat wel eens een aardig primeurtje opgeleverd? “Eh, er worden in interviews wel eens leuke dingetjes verteld. Een voorbeeld? Nou, in het Oostenrijkse Lech, waar de Oranjes elk jaar op skivakantie gaan, vroeg ik aan Willem-Alexander en Máxima: wat gaat u straks doen, na het skiën? ‘Dan ga ik koken,’ antwoordde Máxima. ‘En ik ga naar de supermarkt,’ zei Willem-Alexander.

Snel, opgetogen: “Zoiets is toch hartstikke leuk? Ik was helemaal verrast! Zie het eens voor je: onze kroonprins die naar de supermarkt gaat! Dat noem ik een onthulling. Weliswaar met een kleine ‘o’, maar toch, een onthulling.”

Hulde. Maar is een serieuze publieke omroep als de EO niet aan zijn stand verplicht om toch íetsje kritischer te werk te gaan? Snel haalt zijn schouders op. “Luister, ik wil gewoon een leuk, positief programma maken. Laatst filmden we toevallig hoe prins Willem-Alexander een paraplu in zijn oog kreeg. Bij RTL Boulevard verklaren ze ons vast voor gek, maar zoiets zenden wij dus juist níet uit. De koninklijke familie zo mooi mogelijk in beeld brengen, daar gaat het ons om. En onze kijkers waarderen dat.”

Ex-Wallenmanager Freek Salm (62) verjaagt nu witteboordencriminelen voor de overheid. Zijn belangrijkste wapen: de omstreden Wet Bibob, waarvan hij een geharnast voorstander is. Over bedreigd worden door Big Willem, de kilte van de PvdA en de ongeneeslijk domme overheid. ‘Ik zou dolgraag aan de slag willen in de Bijlmer.’

door Boudewijn Geels

(gepubliceerd in HP/De Tijd, 30 oktober 2009)

Lees meer

‘Mr. Integratiedebat’ Paul Scheffer is ook over de grens een veelgevraagd spreker. On the road met een ondeugende positivo. ‘Geef Wilders weerwoord! Het conflict is een teken van integratie, niet van mislúkte integratie.’

door Boudewijn Geels

(gepubliceerd in HP/De Tijd, 13 maart 2009)

Ook bij het Amsterdamse Gerechtshof hebben ze er niets van begrepen. Terwijl de intercity de Belgische grens passeert, vist Paul Scheffer een notitieboekje en een leesbril uit zijn tas. Hij zoekt naar zijn aantekeningen over de oekaze van het Hof waarin staat dat Geert Wilders moet worden vervolgd wegens haatzaaien.

De publicist en wetenschapper, die tot dan toe op ontspannen wijze een soort minicollege had gegeven, klinkt plotseling oprecht verontwaardigd. “Hier heb ik het. Het hof verwijt Wilders, ik citeer, ‘eenzijdige, sterk generaliserende formuleringen met een radicale strekking’.” Scheffer kijkt op van zijn boekje. “Nou, zulke formuleringen komen we wel vaker tegen in de politiek, lijkt me. Heel veel onderdelen van de partijprogramma’s van de SP, GroenLinks, de ChristenUnie en de SGP kun je onder die noemer vatten.”

Hij leest verder. “Het hof stelt dat je best kritisch mag zijn, maar, komt-ie, ‘een uitzondering moet worden gemaakt voor beledigende uitspraken waarin een relatie met het nazisme wordt gelegd’.” (Wilders vergeleek de Koran met Mein Kampf, BG) Scheffer schudt verbijsterd het hoofd. “En al die antifascismecomités dan die van die vergelijking leven? Gaan we ook die verbieden? Hoe vaak ík al niet in een extreem-rechtse hoek ben geplaatst.”
Kern van de zaak volgens Scheffer: “Het gefulmineer tegen de islam van iemand als Wilders heeft een functie. Bied zo’n man weerwoord! Vecht het uit! Het conflict is een teken van integratie, niet van mislúkte integratie.”

Al honderden malen heeft hij zijn verhaal gehouden, maar het verrast hem altijd weer wat mensen er wel en niet uit oppikken. Neem de kopstukken van ‘zijn’ PvdA. Komend weekend verdedigen ze op het partijcongres in Utrecht hun integratienota. Het document is een gemiste kans, oordeelt Scheffer. “De essentie ontbreekt.”
Dat steekt hem des te meer omdat hij de opstellers vooraf nog uit de doeken had gedaan hoe hij tegen het onderwerp aankijkt. Toen zag hij iedereen nog instemmend knikken.

Scheffer verwacht niet dat de partij in Utrecht uit de impasse zal komen, maar ach, hij ziet wel wat er uitkomt. Hijzelf is dan op weg naar Gent voor een debat met de omstreden moslimfilosoof Tariq Ramadan. Veel leuker en bevredigender.

Het maken van de afspraak ging als volgt. De 54-jarige hoogleraar Grootstedelijke Problematiek: “Je wilt dus mee naar een debat in het buitenland? Mij best, keus genoeg. Volgende week maandag zit ik bijvoorbeeld in Genk en woensdag in Kortrijk. Is dat misschien iets?”

Wat gaat er precies gebeuren in Kortrijk?

“Geen idee. Wacht, ik zal het even googelen.”

Moet u googelen wat u in Kortrijk gaat doen?

“Ja. Ah, hier heb ik het. Ik ga, staat hier, een lezing geven over ‘De open samenleving en haar migranten’. De organisator is een onderwijsinstelling, KATHO.”

Klinkt prima. Kortrijk dus.

“Hm, wacht even, ik vind het leuk, maar als je dan toch mee wilt naar het buitenland dan is dit is misschien wel een beetje provinciaal. Twee weken geleden zat ik in Tel Aviv, dat was razend interessant. De 24ste moet ik naar Berlijn voor een debat met Grünen-voorzitter Cem Özdemir. Is dat niet veel leuker?”

Ayaan Hirsi Ali
De lijst van buitenlandse politieke partijen en organisaties die Scheffer uitnodigden, is lang en gevarieerd. Het bewijst dat de Amsterdammer net als Ayaan Hirsi Ali is uitgegroeid tot een internationale autoriteit. Zijn in 2007 verschenen boek Het land van aankomst, dat in Nederland aan zijn twaalfde druk (ruim 35.000 verkochte exemplaren) toe is, is inmiddels ook verschenen in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. Engeland, VS, Denemarken en Polen zullen volgen.

Scheffer kent Hirsi Ali goed; begin dit millennium behoorden beiden tot de rechtervleugel van de PvdA. Hirsi Ali liep over naar de VVD. Scheffer bleef PvdA-lid, maar stemde bij de laatste parlementsverkiezingen op de steile protestant Piet Hein Donner van het CDA, zijns inziens een veel ‘echtere’ politicus dan de ‘gemaakte’ Wouter Bos.

Zowel Hirsi Ali als Scheffer schuwt de harde diagnose niet. Er is echter één belangrijk verschil: Hirsi Ali meent dat een intolerant geloof als de islam en een vrije, seculiere Westerse samenleving nooit kunnen samengaan. Scheffer veronderstelt dat dat uiteindelijk, als de kruitdampen zijn opgetrokken, wel degelijk mogelijk zal blijken.
Hij verkondigt, kortom, een boodschap van optimisme. Van hoop.

Schelmachtig

Vanavond zal hij dat doen in het Belgische Kortrijk. Scheffer reist zoals altijd per trein, eerste klasse. Hij heeft geen rijbewijs. In de trein kun je nog eens rustig een boek lezen en wegdommelen met Mozart en Duke Ellington op

Een uur geleden kwam hij aansloffen op spoor 13 van Amsterdam CS. Vale blauwe spijkerbroek, zwart colbertje, zwarte overjas. Een jongensachtige verschijning. Brede grijns: “Zo zo, dit lijkt wel een schoolreisje. Heeft iedereen zijn krentenbollen mee?”

Hij doet gemiddeld twee van dit soort ‘schoolreisjes’ per week. Zeshonderd euro toucheert hij vanavond. “Normaal krijg ik 750 tot duizend euro – onderwijsinstellingen zitten nooit zo ruim bij kas. Maar vaak genoeg vraag ik niks, zoals onlangs bij een Marokkaanse vereniging in Utrecht of in een kerk in Slotervaart.” Ook heeft de organisatie een hotel voor hem geregeld. Weer die grijns. “Hopelijk bestaat er in Kortrijk zoiets als een nachtleven.”

Het is een grapje, maar toch ook weer niet. Behalve een devoot wetenschapper die zo ongeveer een boek per dag consumeert, is Scheffer ook een bon vivant. Een vriend omschreef hem in dit weekblad ooit als ‘een schelmachtige figuur die na een paar biertjes gaat belletje trekken’.
Helaas kunnen zijn reisgezellen dat vanavond niet proefondervindelijk vaststellen. Zij moeten wél terug naar Amsterdam.

Scheffer heeft zich niet speciaal op zijn optreden in Vlaanderen voorbereid. “Alleen al sinds de verschijning van Het land van aankomst heb ik zo’n 140 lezingen over migratie en integratie verzorgd. Een half uur concentratie voordat ik straks op moet, is voldoende.”

Het multiculturele drama
Mr. Integratiedebat, zo kan Scheffer sinds 29 januari 2000 gerust worden genoemd. Die dag publiceerde hij, in NRC Handelsblad, zijn geruchtmakende pamflet Het multiculturele drama.
Een linkse denker die kanttekeningen plaatste bij het multiculti-ideaal, dat was wat in die dagen. Niet alleen PvdA-dinosaurussen als Ed van Thijn vonden dat Scheffer veel te ver was gegaan, VVD-leider Hans Dijkstal riep dat ook. Toen meldde Pim Fortuyn zich aan het front en de rest is geschiedenis.

Nadat de LPF zichzelf had opgeblazen, benadrukten de gevestigde partijen zo vaak mogelijk dat ze veel van de Fortuyn-revolte hadden geleerd. Een ‘nieuwe Fortuyn’ was, kortom, niet nodig, luidde de impliciete boodschap van Jan Peter Balkenende, Wouter Bos (die met het ‘hebben’ van ‘een’ Scheffer ging koketteren) en toenmalig VVD-leider Jozias van Aartsen.

Er is kennelijk iets gruwelijk misgegaan. Op 1 maart kwam Geert Wilders’ PVV in de peilingen van Maurice de Hond met 27 zetels als grootste partij uit de bus. Wilders-haters zagen tot hun opluchting dat ook diens tegenvoeter Alexander Pechtold van D66 er met negentien virtuele zetels uitstekend voor stond.
Op zulke momenten lijkt het wel alsof het land in twee kampen verdeeld is: zij die ‘de moslims’ een groot gevaar vinden en zij die roepen dat het reuze meevalt met de problemen in de multiculturele samenleving. Het lijkt net voetbal: iedereen weet hoe het zit.

Deskundig
Zelfs zijn grootste tegenstanders zullen niet durven betwisten dat weinig mensen zo ter zake deskundig zijn als Scheffer. Het contrast met iemand als NRC-columnist Frits Abrahams is groot. Abrahams, woonachtig in de Amsterdamse grachtengordel, kuierde afgelopen september een middagje door Amsterdam-West. Hij werd niet bedreigd. Wel zag hij oude moslimmannetjes vreedzaam op een bankje zitten. Abrahams’ conclusie: er is niets aan de hand in West.

Nee, dan Scheffer. Als negen jaar lang praat hij over niets anders dan over migratie en integratie, op scholen, in moskeeën, bij vakbonden en in NOVA. “Ik snak onderhand naar de dag dat ik eens níet op dat onderwerp word aangesproken,” bekent hij ter hoogte van Antwerpen.

Hij beziet het geklungel van de Nederlandse politici met een mengeling van ergernis en verwondering. Het is hem bijvoorbeeld een raadsel waarom de andere partijen Geert Wilders niet op adequate wijze van repliek dienen. “Zo ingewikkeld is dat niet. Wilders doet zelf een beroep op de vrijheid van meningsuiting en roept tegelijkertijd dat de Koran moet worden verboden. Dat gaat dus niet samen. Punt.”

Alexander Pechtold

“Het omgekeerde geldt uiteraard ook: als moslims godsdienstvrijheid opeisen, moeten ze die ook willen gunnen aan de critici van hun geloof. Pechtold, het spiegelbeeld van Wilders, laat na hen daarmee te confronteren. Pechtold is de meest welsprekende van al die politici – Ruud Lubbers is er ook zo een – die denken: kan Nederland niet gewoon weer worden zoals het was vóór Fortuyn? Nee dus, daarvoor is er met twee moorden te veel gebeurd. En grootschalige immigratie verandert een land nu eenmaal ingrijpend.”
Dat horen mensen niet graag, weet Scheffer. ‘Laatst riep een CDU-politicus: ‘Aber Herr Scheffer, ich wíll gar nicht das Deutschland sich ändert!’ Ik zei: we veranderen, alleen al omdat de moslims hier zullen blíjven.”
Hij herhaalt zijn mantra nog maar eens: “We moeten door het conflict héén. Pechtold en Lubbers willen terug naar de oude cultuur van conflictvermíjding. Het interessante aan Fitna was nou juist dat de posities veranderden. Een moskee in Gouda gooide zijn deuren open voor iedereen. Zo van: kom dan maar eens kijken hoe het hier is. Uiteindelijk voelde Wilders zich gedwongen de moslims te complimenteren met hun beheerste reactie op zijn film. Daar moet een rechter zich niet mee bemoeien.”

Gedoogcultuur
Scheffer is weliswaar PvdA-lid, maar hij laat zich door niemand annexeren. Hij benadrukt dat de cultuur van het gedogen Nederland tot een onveiliger en dus onvrijer land heeft gemaakt, en verschilt met de PvdA van mening over dubbele paspoorten. Scheffer vindt deze geen probleem, behalve in ‘specifieke functies wanneer er sprake kan zijn van conflicterende belangen’.
“Staatssecretaris van Justitie Albayrak had gezien haar portefeuille haar Turkse paspoort moeten inleveren. Anders dan Ahmed Aboutaleb kón ze dat ook.”

Bovendien hekelt hij het voorstel van PvdA-coryfee Ahmed Marcouch om islamonderwijs te geven op openbare scholen in Amsterdam-Slotervaart. Fel: “Marcouch zegt dat moslimkinderen anders zullen radicaliseren op schimmige koranschooltjes. Als je mensen zo voor een keuze plaatst, is dat vorm van chantage. De scheiding tussen kerk en staat is fundamenteel.”

Tegelijk pleit Scheffer er voor moskeeën niet langer weg te stoppen op industrieterreinen. “De vrijheid van godsdienst is een groot goed. Moslims moeten zo veel moskeeën kunnen bouwen als ze willen, waar ze dat willen.”

Hij gelooft dus heilig in het principe van de uitruil, of zoals hij het noemt wederkerigheid. “Misschien nog wel meer dan autochtonen verdelen moslims de wereld onder in wij en zij, in moslims en niet-moslims. Als moslimjongeren klagen dat ze worden gediscrimineerd op de arbeidsmarkt, zeg ik: jullie hebben een punt, maar kunnen we het dan ook over de ongelijke behandeling van gelovigen en ongelovigen of van mannen en vrouwen hebben? Dan voelen ze zich op z’n minst een beetje schaakmat gezet.”

Maar dat van die vrouwen en homo’s staat toch gewoon zo in de Koran? Niks aan te doen dus. Toch houdt Scheffer vol: “En ik merk dat er genoeg jongeren zijn die over zulke dingen willen nadenken.”

Grootvader

Op het weinig sprankelende station Kortrijk kijkt Scheffer opgetogen om zich heen. “Kortrijk, Genk, Wilp: anders kóm je toch nooit in zulke plaatsen? Meerdere keren heb ik serieus overwogen om in de politiek te gaan. Maar als ik hier in alle vrijheid ronddwaal, weet ik zeker dat ik er niet geschikt voor ben. Al die vergaderingen, nooit meer helemaal zelf kunnen bepalen wat je zegt of schrijft. Kom, we gaan een eetcafeetje zoeken.”

Het wordt het Theaterkaffee, gelegen aan een pittoresk plein. Scheffer bestelt garnalenkroketten en een glas witte wijn. “Als mijn hotel hier in de buurt zit, komt het vanavond wel goed.”

Al peuzelend vertelt hij dat hij samen met documentairemaker René Roelofs werkt aan een film over immigratie in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog. “Er komt ook een serie tv-programma’s voor de IKON. Ja, een beetje à la In Europa. René en ik hebben al prachtige archiefbeelden gezien. De eerste Surinamers in de Bijlmer, de krottenwijken rond Parijs in de jaren zestig; zo’n reis in de tijd is geweldig. Ik zal proberen niet telkens in mijn voice-over zeggen: ‘Tjongejonge, wat waren die mensen toen naïef.’ En ik ben nu bezig met een boek over het leven van mijn Duitse grootvader. Hij kende Thomas Mann en Stefan Zweig, dus het boek zal ook over Duitse literatuur gaan.”

Haat-liefdeverhouding
En nu graag nog even over de integratienota van de partij waarmee hij sinds jaar en dag een haat-liefdeverhouding heeft, de PvdA. Scheffer slaakt een zucht en doet vervolgens zijn plicht. Het goede aan de nota is dat de problemen in de multiculturele samenleving duidelijk worden benoemd, zegt hij. Het slechte eraan is dat het centrale idee van de wederkerigheid ontbreekt.

“Ella Vogelaars opvolger Eberhard van der Laan zei tegen me: ‘Die migranten zijn naar óns toegekomen. Dan moeten zíj zich toch meer aanpassen?’ Ik begrijp dat wel, maar ik heb er mijn hoop op gevestigd dat de schok van de immigratie ook de ontvangende samenleving aanzet tot zelfkritiek. We zitten nu middenin die zoektocht: hoe gaan we om met onze vrijheden? Je mag niet tolereren dat mensen die een neutrale overheid vertegenwoordigen geen vrouwen de hand schudden of geen homo’s trouwen, maar verder mogen mensen in een open samenleving kiezen voor een gesloten wereldbeeld. Imams moeten kunnen zeggen dat ze homoseksualiteit een afschuwelijke levensstijl vinden, zoals Wilders de ruimte moet krijgen om de Koran met Mein Kampf te vergelijken.”


Scheffer huivert van zinnen in de PvdA-nota als dat migranten ‘zonder voorbehoud’ voor Nederland dienen te kiezen. “Je moet altijd een kritische distantie houden ten opzichte van de samenleving.”

“Ik denk dat die nota uiteindelijk nogal haastig in elkaar is gezet. Dat er onvoldoende nagedacht is over de formuleringen. Ik vind het eigenlijk nogal amateuristisch, en dat na zoveel jaar van debat over zo’n wezenlijke kwestie.”

Heeft de partij hem dan niet gevraagd of hij ook het eindresultaat nog even onder de loep wilde nemen? “Nee. Of ik dat gedaan zou hebben?” Scheffer denkt even na en haalt dan de schouders op. “Waarom niet?”

Het is echter maar zeer de vraag of er een tekst te maken was geweest die én de ‘rechtse’ Wouter Bos én het ‘linkse’ Tweede-Kamerlid Paul Kalma én Scheffer had bekoord. Onder druk van multiculti-adepten als Kalma heeft de partijtop de nota inmiddels van zijn scherpste randen ontdaan. Toch zal er komend weekend op het congres in Utrecht nog stevig over worden gediscussieerd.

Industrieterrein

“Jezus, dit is natuurlijk veel te groot!” Geschrokken staart Scheffer naar het reusachtige auditorium waar hij zo zijn lezing moet geven. Er passen zeker zevenhonderd mensen in, wat betekent dat de zaal straks voor nog geen kwart gevuld zal zijn. De locatie zelf valt ook al tegen. KATHO is gevestigd op een soort industrieterrein. Ook Scheffers hotel bevindt zich kilometers buiten het gezellige centrum van Kortrijk.

Het zij zo. Scheffer zondert zich een tijdje af in een hoek van de zaal en laat zich dan aankondigen als ‘Pol Sjeffer, de man die het integratiedebat in Nederland op gang bracht’.

Zijn verhaal is een soort samenvatting van Het land van aankomst. Hij maakt lange zinnen met veel komma’s. Sommige studenten – ze zijn op een enkele uitzondering na lelieblank – slaan aan het droedelen. Tot een echt debat komt het niet. De vragenstellers, allen docent, zijn het namelijk roerend met Scheffer eens. “Is het uiteindelijk niet toch een assimilatieverhaal?” is de scherpste vraag. “Nee,” zegt de Nederlandse hoogleraar, “want dan zouden de moslims hun godsdienst moeten afzweren.”

‘Best wel boeiend’

Studente Sophie vertelt na afloop dat ze Scheffers verhaal ‘best wel boeiend’ vond. “Al praatte hij wel een tikje monotoon.” Heeft ze Het land van aankomst gelezen? “Neuh. Het staat wel op de lijst van verplichte literatuur, maar ik ben pas eerstejaars. Wij zijn nog maar net begonnen met discriminatie.”

Na zijn lezing vervoegt Scheffer zich in de bar van de school. Het was geen vuurwerk vanavond, erkent hij tussen twee teugen bier door. “Vlaamse studenten zijn doorgaans vrij timide. Toch blijf ik ook na al die keren nog nieuwsgierig waar ik terechtkom.”

Wat gaat hij nu doen? Opgewekt: “Straks naar mijn hotel, maar nu nog niet. Deze bar is nog drie kwartier open.”

Ajax heeft een begroting van 65 miljoen euro, die van AZ is 25 miljoen. Boven de ArenA hangt permanent een zwarte rookpluim, in Alkmaar is het al jaren rustig. Ajax staat vierde, AZ is de trotse koploper. Wat is het geheim van AZ? Of moeten we zeggen: wie? Een fan van het eerste uur gaat op onderzoek uit.

door Boudewijn Geels

(gepubliceerd in HP/De Tijd, december 2011)

Het kan niet.
Je kunt niet eerst kampioen worden, enkel en alleen doordat een of andere rijkaard tientallen miljoenen in je club pompt, en daarna, nadat de suikeroom helemaal en jij bijna failliet zijn gegaan, gewoon weer bovenaan staan.
De middenmoot, hoogstens de subtop – meer zit er met je gekrompen budget niet meer in. Met een beetje pech is het verval niet meer te stuiten en degradeer je uiteindelijk. Dat heb ik eerder zien gebeuren bij AZ. Destijds, in 1981, waren het de gebroeders Molenaar van warenhuis Wastora die de club kampioen maakten. Daarna bouwde Wastora de steun af, en als een betalende ramptoerist zag ik AZ steeds verder afglijden – in 1988 zelfs naar de eerste divisie.
Tweeënhalf jaar geleden deed cowboybankier Dirk Scheringa Alkmaar juichen. Wat was de stad blij met de sympathieke selfmade miljonair.
Ik ook. Prima vent, die Dirk. Ik had eind 2007 nog bijna een hypotheek bij hem afgesloten. Alleen omdat de innemende DSB-adviseur Esther – ze was twee keer bij me op bezoek geweest – op decision day niet bereikbaar was, koos ik voor de Postbank.
Soms moet je een beetje geluk hebben in het leven.
Toen DSB in oktober 2009 failliet ging, werd een curator de baas bij AZ. Mijn cluppie zou het in het vervolg gewoon weer moeten hebben van jonkies, gescout op de amateurvelden van Heerhugowaard, en van goedkope Scandinaviërs. Daar kun je best een keer vijfde mee worden, als alles meezit. Maar in geen geval kun je er maandenlang mee boven Ajax en PSV staan, clubs met een dik tweemaal zo hoge begroting, laat staan dat je een serieuze kampioenskandidaat kunt zijn.
Toch is dat wat er nu gaande is in Alkmaar. En dus is de vraag: hoe kán dat?

Donderdag 17 november, kwart over tien. De mist hangt als een klamme deken boven het AZ-stadion. Op het trainingsveld voor de hoofdingang is niemand te zien. Dat is gek, want op de clubwebsite staat dat het eerste elftal hier om 10.15 uur zal trainen. Trainer Gertjan Verbeek staat bekend als een liefhebber van stiptheid.
Ik pak de roltrap naar de receptie, die wordt bevrouwd door één medewerkster – haar collega is na het faillissement van DSB wegbezuinigd. Ik tref het, perschef Daan Schippers staat daar toevallig ook. Afspraken met clubmensen komen altijd tot stand via bemiddeling van de perschef. Maar ik heb Schippers niets gevraagd. Wat doe ik hier dan, zie je hem denken.
Ik leg hem uit wat ik kom doen.
“Oké.”
Kan hij interviews met clubbestuurders regelen?
“Ja. Maar Verbeek geeft geen interviews. Wel geeft hij elke vrijdagmiddag een persconferentie. Morgen is het vrijdag.”
Wil Schippers alvast iets belangwekkends zeggen?
De perschef kijkt bedenkelijk.
Ik stel wat vragen, onder meer over de verrassende benoeming van oud-AZ-trainer Louis van Gaal tot algemeen directeur van Ajax – boven de Amsterdam ArenA hangt sinds gisteravond een enorme paddenstoelwolk.
Schippers doet zijn uiterste best om niets belangwekkends te zeggen. Dat weet hij zelf ook. “Diplomatiek ben ik, hè?”
Hij glimlacht er schuldbewust bij.

Bolides
Buiten loop ik over de parkeerplaats voor de spelers. Tweeënhalf jaar geleden stonden hier louter bolides van het soort waarmee vooral Ajacieden graag zo langzaam mogelijk voor tv-camera’s heen en weer rijden. Nu zijn de duurste wagens twee Audi’s A5. Tja, in Scheringa’s tijd was het salarisplafond naar verluidt een miljoen, nu ‘slechts’ vijf ton.
Voor het bordje ‘Technische staf 1’ staat een kolossale fourwheeldrive, een Audi Q7. Op de bijrijdersstoel ligt een flesje Spa blauw. Dat de asceet Gertjan Verbeek cola zou drinken is een absurde gedachte.
Tien minuten later slenteren de spelers richting trainingsveld. Assistent-trainer Martin Haar laat ze vast warmlopen. Na vijf minuten verschijnt ook Verbeek. Hij heeft zijn handen diep in de zakken van zijn lange jas gestoken en kijkt nors.

De enige toeschouwers zijn twee jongens van een jaar of twintig, een met rood haar en een ander met stekels. Ze behoren tot de Ben Side, de harde supporterskern, en komen hun ticket voor het stadion van Malmö FF halen. AZ speelt over twee weken tegen de Zweden in de Europa League.
Via AZ kan een geheel verzorgde reis worden geboekt. “No way,” zegt Stekel gedecideerd. “Laatst konden we met zo’n reis naar Wenen. Kosten: 355 euro per man. Met de bus! We kregen er zowaar één hotelovernachting bij.”  Zijn vriend knikt. “Doen we dus niet. Nu gaan we met twee negenmansbusjes. Kratten bier erin en klaar.”
Stelt het nog wat voor tegenwoordig, dat hardekernsupporter zijn? In de jaren tachtig vonden er in en rond het oude stadion De Hout hele veldslagen plaats. Logisch nadenken was toen nog streng verboden in Alkmaar. Het vak voor de vijandelijke supporters grensde aan de lange staantribune, waar de Ben Siders stonden – het zware vuurwerk vloog elke wedstrijd over en weer. Dus creëerde de club een vak voor de Ben Side aan de overzijde. Maar tot verbazing van het bestuur bleven de AZ-hoolies toch liever op hun oude stek, gezellig dicht op de collega-matjes uit Amsterdam/Utrecht/Den Haag. Die werden na afloop door de ME terug naar het NS-station geleid, een wandeling die de AZ- fans alle gelegenheid bood om de gasten eens fijn te stenigen.
Stekel en Roodhaar horen het allemaalmet glinsterende ogen aan. “Neuh,” zegt de eerste dan sip, “dat kan allemaal niet meer. Club en politie hebben alles volledig onder controle.”

Recht door zee
We kijken naar de training. Spits Charlison Benschop knalt de ene na de andere voorzet in het doel. “Hij ken het dus wel, scoren,” zegt Roodhaar droogjes. Het is een verwijzing naar de uitwedstrijd tegen Ajax, waarin Benschop geweldige kansen vermorste. Had hij er een benut, dan was de voorsprong op PSV (dat dit jaar een miljoenensteun van de gemeente Eindhoven ontving) en Ajax nu acht en veertien punten geweest in plaats van zes en elf.
Verbeek vinden beide hardekerners ‘een stuk chagrijn’. Ze vrezen dat zijn trainingsmethodes – de ex-amateurbokser is dol op krachttraining – vroeg of laat hun tol zullen eisen. AZ straks kampioen? De twee moeten het nog zien.
Het ‘stuk chagrijn’ laat zijn selectie pal voor de neus van de supporters een rondootje doen, een klassieker op de Nederlandse trainingsvelden. De spelers vormen een cirkel en spelen de bal razendsnel naar elkaar over. Degenen in het midden moeten de bal zien te onderscheppen. Tik tik tik, het gaat razendsnel. Verbeek ziet met een nauwelijks waarneembaar glimlachje dat de fans – hun aantal is gegroeid tot zes – bewonderend toekijken.
“Hee, er komen steeds meer ex-volleyballers aanwaaien hier!” schreeuwt Verbeeks assistent Martin Haar opeens. Drie meter achter ons steekt oud-international Peter Blangé grijnzend zijn hand op en vervolgt zijn gesprek. Naast hem staat een man in AZ-trainingspak. Ik besluit de conversatie af te luisteren.
Blangé: “… en dat valt natuurlijk ook anderen op. Maar ja, zoveel topfuncties zijn er niet te vergeven in de sport. En hij kan niks met dat politieke gekonkel bij een club als Ajax. Daar is-ie veel te recht voor z’n raap en recht doorzee voor.” “Klopt,” beaamt het trainingspak. Dan sloffen de twee richting de hoofdingang.
Mag HP/De Tijd Blangé ook iets vragen? De spelverdeler van de gouden olympische volleybalploeg van 1996 schudt het hoofd. “Nee. Ik ben hier incognito.”

Van Gaal
In de enorme persruimte van AZ – kom maar op met die WK-finale, dacht Scheringa – hebben zich een dag later negen journalisten verzameld. Ze drinken koffie en eten cake. Een paar meter voor hen zit Verbeek klaar voor zijn vaste vrijdagpersconferentie. Hij zit niet op het podium, maar hangt onderuitgezakt in een stoel die hij drie meter voor de journalisten heeft geposteerd.
De eerste vragen gaan – voetbaljournalisten zijn gewoontedieren – over de komende wedstrijd. De 49-jarige Verbeek hoort nu op ernstige toon te zeggen dat tegenstander Excelsior ‘niet mag worden onderschat’ en, hoewel laatste op de ranglijst, een ‘gevaarlijke ploeg’ is.
Verbeek zegt: “Excelsior heeft niet één speler die in dit AZ kan spelen. En dat kun je zelfs doortrekken naar de reservebank.”
Gewoon inmaken die handel dus. Fijn.
“Mits het ook mentaal goed blijft zitten,” tekent Verbeek daar wel bij aan.
Even later volgt de onvermijdelijke vraag over Ajax, de club waar Louis van Gaal, met AZ kampioen geworden in 2009, sinds eergisteren als splijtzwam fungeert. Verbeek hoort nu te zeggen dat hij niks over andere clubs gaat zeggen, en dus ook niet over Van Gaal.
Verbeek zegt: “Louis toont weer eens dat hij het goed met AZ voor heeft.”
Daar zijn de journalisten even stil van.
“Ja, dat is een nadenkertje hè?”
De journalisten grinniken.
“Louis zorgt weer voor commotie in Amsterdam. Verdeeldheid binnen een club is nooit goed.”
Verbeek vraagt de verslaggevers om ‘nou ’s vijf goeie algemeen directeuren te noemen in voetballand’.
“Bij AZ zit er een,” zegt iemand.
Verbeek knikt. “En noem er nou nog maar eens vier.”
De oproep blijkt retorisch bedoeld.
“Denk je dat Van Gaal eenzelfde soort algemeen directeur zal zijn als die van jullie?” vraagt een journalist. Verbeek schudt van nee. “Louis is sowieso een heel ander mens. En bij AZ mogen directieleden geen trainersdiploma hebben, anders is het risico veel te groot dat ze zich met de opstelling gaan bemoeien. Ik voorspel je: Van Gaal kan straks heus zijn mond niet houden. Als hem wordt gevraagd wat hij van de wedstrijd vond, zegt hij wat hij van de wedstrijd vond.”
Verbeek moet hardop lachen terwijl hij dat zegt.

Ajax-taferelen
Na afloop bekent Telegraaf-verslaggever Sieb Oostindië dat AZ hem verbaast. “Veel gerenommeerde spelers zijn vertrokken, maar dit elftal staat prima in de steigers.  Nu blijkt opnieuw dat Gertjan ontzettend goed is met jonge spelers. Bij Feyenoord moest hij in 2009 weg omdat de oudere vedetten hem te dominant vonden. Ze wilden ook niet steeds het krachthonk in. De spelers van AZ willen wél in zichzelf investeren. Iedereen is dan ook topfit.”
Het maximale uit jonge voetballers halen is ook Van Gaals specialiteit. In die zin hebben hij en Verbeek dus veel gemeen? Oostindië knikt. “Maar Louis was veel onberekenbaarder, ook richting de spelers. En hij hamert graag op normen en waarden, maar zelf… In 2007 bedreigde AZ’s reservekeeper Khalid Sinouh me met de dood. Scheringa bood ter bescherming zijn privéleger aan, Van Gaal heeft er nooit een woord over gezegd. Wel snauwde hij drie dagen later, toen een collega hem een kritische vraag durfde te stellen: ‘Godverdomme, wéér die Telegraaf!’”
De reporter schudt minachtend het hoofd. “Dan heb ik Gertjan toch een stuk hoger zitten.”
Echter, de belangrijkste verklaring voor het huidige succes van AZ is, zegt hij, niet zozeer Verbeek, als wel de beheerste wijze waarop de club wordt bestuurd. Toen Van Gaal een seizoen lang bar slecht presteerde, mocht hij gewoon blijven. Het jaar erop werd AZ kampioen. Zelfs toen DSB omviel bleef het rustig, zegt Oostindië. “Ajax-taferelen hoef je hier niet te verwachten.”
Maar AZ moet het nu wel doen zonder de miljoenen van Scheringa. Kan AZ de titelrace dan wel tot het einde van het seizoen volhouden, en mogelijk zelfs winnen? Oostindië, na enig nadenken: “Misschien wel. Mits er in de winterstop geen belangrijke spelers vertrekken.”

Frietkot
Het bezoek aan Woudestein, het stadionnetje van Excelsior, zorgt zondag 20 november voor een déjà vu; o ja, zó was het in de Alkmaarderhout voor in 2007 Scheringa’s mini-ArenA in gebruik werd genomen. De lage tribunes in een strakke rechthoekvorm rond het veld, het walmende frietkot, het aandoenlijke bedanken door de stadionspeaker van de kennelijk in grote getale opgekomen leerlingen van ‘basisschool Het Pluspunt’. En, alsof hij het zelf nauwelijks kan geloven: “De samenvatting van de wedstrijd is vanavond te zien in Studio Sport.”
Bij de ingang ontwaar ik NEC-trainer Alex Pastoor. Hij had verkering met het mooiste meisje uit mijn middelbareschoolklas en kwam vroeger vaak kijken bij AZ. Vorig seizoen coachte hij Excelsior. “Ha trainer!” roept een steward opgetogen. “Hee, hoe is het?” zegt Pastoor net zo blij terug. Handen ploffen op schouders. Alex is nog steeds de sympathieke (en rimpelloze) boy next door van 1986.
Ik denk terug aan de Louis van Gaal van 1986. Dat jaar begon hij zijn trainerscarrière, bij AZ. Ik ging soms kijken bij zijn trainingen, en weet nog hoe beducht de spelers toen al waren voor de man die kort daarvoor nog hun matig getalenteerde ploeggenoot was. Thuis heb ik een videoband waarop Hugo Walker de man met het waggelende loopje aan flarden commentarieert. “Knoeiwerk van Louis van Gaal,” bromt Hugo na weer een mislukte pass.
Over diezelfde Van Gaal gaat het nu, 25 jaar later, al de hele dag bij Ajax, waar de Ledenraad vergadert over zijn onverwachte  benoeming tot algemeen directeur. Een ‘bijl in de rug van Johan Cruijff,’ is de aanstelling  genoemd. Van klungelende middenvelder bij AZ tot aartsvijand van De Verlosser; niemand kan ontkennen dat Van Gaal het ver heeft geschopt.
De wedstrijd Excelsior-AZ slaat nergens op. De mist is zo dicht dat geen toeschouwer er iets van meekrijgt. In de rust – de stand is nog steeds 0-0 – neemt de scheidsrechter alsnog de beslissing die hij een uur vóór de wedstrijd al had moeten nemen: hij blaast de zaak af.
Verbeek reageert stoïcijns: “Ik vroeg aan de jongens aan de andere kant: ‘Hoe gaat het bij jullie?’ Ik had er namelijk niks van gezien.” De coach hoopt dat de wedstrijd in zijn geheel zal worden overgespeeld. Helaas, de KNVB beslist anders: AZ moet op 7 december voor slechts 45 minuten terug naar Rotterdam.

Aanvaardbaar
“Nee, we bieden spelers niet het hoogste salaris. En volgens jou ook niet de leukste stad?” De ogen van Earnest Stewart (42) vernauwen zich. “Jij zegt het. Maar wat we wel bieden, is een trainer die je gegarandeerd een betere voetballer maakt. Co Adriaanse, Louis van Gaal, Ronald Koeman, Dick Advocaat en nu dus Gertjan Verbeek; wij betalen liever wat meer voor een trainer dan dat we bij wijze van spreken drie extra spelers contracteren.”
En dus, stelt Stewart, sinds anderhalf jaar directeur voetbalzaken van AZ, komen jonge talenten uit binnen- én buitenland dolgraag naar Alkmaar. Ze groeien er niet zelden uit tot international. De selectie kent er inmiddels veertien, uit alle windstreken.
Het elftal dat nu de rangrijst aanvoert, kostte een prikkie. De Zweedse vrijetrappenspecialist Rasmus Elm was met drie miljoen euro het duurst. Internationals als keeper Esteban (Costa Rica) en aanvaller Brett Holman (Australië) kostten niets, de door veel clubs begeerde Finse verdediger Niklas Moisander drie ton. Allen werden vroegtijdig door de AZ-scouts ontdekt en vervolgens op vakkundige wijze door de directie naar de kaasstad gelokt.
Onfeilbaar is men ook in Alkmaar niet. De onder Van Gaal ingevlogen Italiaanse spits Graziano Pellè bleek een miskoop en Van Gaals opvolger Ronald Koeman werd al na een half jaar wegens tegenvallende resultaten ontslagen. Maar vergeleken met de spilzucht in Amsterdam, waar jarenlang de ene na de andere miljoenenaankoop verpieterde op de reservebank – Marco van Basten sloeg als hoofdcoach 35 miljoen euro stuk – is AZ’s transferbeleid een toonbeeld van weloverwogenheid en succes.
Maar ja, AZ heeft dus niet meer de financiële power van drie jaar geleden. Na het faillissement van DSB moest er een schuld van veertien miljoen euro worden weggewerkt. AZ ligt op schema; er zijn geen acute financiële zorgen meer. Maar, erkent Stewart, als er een club komt die in de winterstop een vermogen voor, bijvoorbeeld, uitblinker Elm wil neerleggen, tja. “Alle spelers zijn te koop. Maar dan moet er wel een aanvaardbaar bedrag op tafel komen.” Hij en de algemeen directeur hebben daar ‘een bepaald idee bij’.
Het is een topper, die algemeen directeur, vindt Stewart. “Hij straalt rust uit en denkt altijd vier stappen vooruit. Vaak is het in de voetballerij pleisters plakken voor morgen, niet wetende wat er overmorgen gaat gebeuren.”

Maher
Op 25 november wint AZ thuis van FC Utrecht, met 2-0. De pas achttienjarige spelverdeler Adam Maher krijgt weer veel lof; hij geldt als dé ontdekking in de eredivisie van dit seizoen.
Maar AZ oogst niet alléén applaus. In Malmö speelt de ploeg op 30 november met 0-0 gelijk. Johan Derksen en Wim Kieft, die de wedstrijd op RTL 7 nabeschouwen, hadden dit niet verwacht en spreken van een ‘wanprestatie’.
Verbeek loopt boos weg uit een interview met RTL-verslaggever Marcel Maijer.
“Schandalig!” foetert Derksen.
Kieft is milder: “Die twee hebben eerder al eens ruzie gehad; Verbeek heeft gewoon een hekel aan Maijer.”
Ik besluit Verbeek het voordeel van de twijfel te gunnen. Mijn broer legde ooit een tuin aan bij Maijer en mocht de RTL-journalist ook niet erg.
Op 4 december loopt AZ bij het veel fellere Heerenveen tegen een nederlaag aan, en een forse ook: 5-1. Verbeek is na afloop de rust zelve. Hij gooit er een Cruijffiaanse wijsheid uit: “Hoe langer je ongeslagen bent, hoe dichter je bij de eerste nederlaag komt.”
Er is vooralsnog geen aanleiding tot paniek. Nummer twee, PSV, heeft namelijk ook verloren, van Feyenoord. En sowieso raken ze bij AZ dus niet zo snel van de leg.

Dienstbaar
Met een brede lach steekt de grote man van de club zijn hand uit. Het betreft niet Verbeek – hij is als trainer slechts een passant, en bovendien lacht hij zo weinig mogelijk. Nee, AZ’s grote man is ook létterlijk groot: 2,01 meter.
Toon Gerbrands (54) volleybalde jarenlang in de eredivisie en werd vervolgens herenbondscoach – in 1998 werd hij Europees kampioen. Nu is hij bezig aan zijn tiende seizoen als algemeen directeur van AZ. We nemen plaats in Restaurant Louis van Gaal, in de hoek waar Louis van Gaal graag met vrienden zit te kaarten onder grote foto’s van Louis van Gaal. Van Gaal zit dan altijd op zijn eigen stoel waar, op de leuning, ‘Louis van Gaal’ op staat.
Gerbrands is een en al hartelijkheid, maar maakt meteen duidelijk dat hij nul vragen over de crisis bij Ajax zal beantwoorden. “Dat doe ik tegen geen enkele journalist.”
Ik deel Gerbrands mee dat hij van iedereen die ik spreek de meeste credits voor het succes van AZ krijgt. Gerbrands hoort nu te antwoorden dat dat overdreven is omdat hij het heus niet alleen doet. En jawel. “Ik ben onderdeel van een team van tachtig man.”
Zo roemt hij de inzet van de voorzitter van de raad van commissarissen René Neelissen. “Nooit van gehoord?” Gerbrands glimlacht tevreden. “Mooi, zo hoort het ook. Niemand kent onze raad van commissarissen.” Toch een verwijzing naar Ajax; heel Nederland weet inmiddels wat de schoenmaat en favoriete kleur van Steven ten Have zijn.
Gebrands vertelt hoe spannend het was na het faillissement van DSB, eind 2009. Er vielen harde woorden in de gesprekken met de curator. Uiteindelijk besloot die de aandelen van AZ terug te geven aan de club – het was de uitkomst waar de directie op hoopte. Hij vertelt over het ‘leerproces’ dat hij heeft moeten doormaken. “Sommigen denken: ik ga een club runnen als een bedrijf. Maar dat kán helemaal niet. Een voetbalclub is namelijk emotie. Maar emotiemanagement, met allerlei ad-hoc- beslissingen, werkt evenmin. Het zoeken naar de juiste balans kost wel een paar jaar. Jaren waarin je hopelijk geen al te grote fouten maakt.”
De algemeen directeur vertelt hoe hij gelooft in ‘dienstbaar leiderschap’ (“Je hebt mij nog nooit in een praatprogramma gezien en ik kom nooit in de kleedkamer”) en over hoe hij het principe ‘afspraak is afspraak’ huldigt. “Verbeek kwam alleen naar AZ als ik zou blijven. Dus blijf ik.”
Oud-volleyballer Peter Blangé vindt hem niks voor Ajax, want veel te recht door zee. Gerbrands’ glimlach smelt weg. “Gaan we het nou tóch over Ajax hebben? Daar zeg ik dus niets over.”
Ajax kwam pas na een lange zoektocht uit bij Louis van Gaal als algemeen directeur, heeft voorzitter van de raad van commissarissen Ten Have verklaard. Dan kan het bijna niet anders of hij heeft ook Toon Gebrands gepolst – in 2005 maakte technisch directeur Martin van Geel al de overstap naar Amsterdam. Heeft Ajax hem inderdaad benaderd?
Gebrands kijkt de verslaggever strak aan. “Nee.”
De stilte die volgt, duurt vele seconden.|