Hij was al een enfant terrible, maar deze week liep de reputatie van financieel geograaf Ewald Engelen een echte deuk op. De namenlijst in zijn spraakmakende boek De schaduwelite, waarin hij uithaalt naar bankiers en politici, blijkt ‘een gimmick’. Toch is er nog steun voor ‘de nieuwe Multatuli’. Een profiel. Lees meer

De straatcoaches van Slotervaart waren in 2006 een revolutie. Toch raakte de ‘uitvinder’ de klus al snel kwijt. Ex-kickbokser Marvin Irion tien jaar later over (te) eigenwijs zijn, rare toestanden in AZC’s en stappen met penozejongens. ‘Aan echt grote gangsters merk je niet zoveel.’

door Boudewijn Geels 

(gepubliceerd in Nieuwe Revu, 23 maart 2016)

‘Zal je altijd zien: rijden wij hier rond, gebeurt er geen zak.’ Soepel stuurt Marvin Irion zijn witte Mercedes Vito-bestelbusje langs de flats van Amsterdam Slotervaart. ‘Kijk,’ zegt de uitvinder van het fenomeen straatcoach, ‘hier links hing tien jaar geleden de beruchte Piet Mondriaangroep’.

Nu hangt er niemand. Irion: ‘Logisch, het is hartstikke koud! Leve de bontkraag? Hallo, het zijn wel allochtonen! Ik ga als neger nu ook niet buiten hangen.’

We rijden naar het August Allebéplein. ‘Hier mochten we de eerste maanden niet fietsen van de gemeente. De jongens die hier dagelijks rotzooi trapten, hadden namelijk gedreigd ons te grazen te nemen. Ik zei: zo geef je die gasten dus precies wat ze willen.’

Irion kent alle straathoeken waar de hoofdpersonen uit het boek De Mocromaffia hingen. ‘Tien jaar geleden riep ik al: pak ze hard aan, anders groeien ze door. Nou, we hebben het gezien.’

Met een diepe zucht. ‘Weet je wat de grote fout is geweest? Politie en justitie hebben de snelle groei en de meedogenloosheid van de Mocromaffia jarenlang onderschat. Inmiddels rollen er zelfs koppen. En nu is het te laat. De achterstand is te groot.’

Afgetraind

Zijn dreadlocks zijn eraf, en in wat er nog wel zit, schemert grijs door. Maar oud-kickbokskampioen Marvin Irion (48) oogt nog net zo afgetraind als tien jaar geleden. Ja, als het moet gooit hij er nog zo een highkick uit.

Maar het moet nooit. Eigenlijk hebben zijn mannen vroeger ook nauwelijks hoeven vechten, benadrukt hij. De uitstraling dat ze het konden, en beter dan de jongens die ze in de gaten moesten houden, was genoeg.

Een revolutie was het in 2006: particuliere beveiligers op de openbare weg. De kranten stonden vol berichten over Marokkaanse hangjongeren die hele buurten terroriseerden. In een interview in HP/De Tijd legde Irion, baas van beveiligingsbedrijf To Serve and Protect, uit dat hij een betere aanpak had dan de politie. In 2002 had hij ook al een einde gemaakt aan een lange reeks berovingen van treinpassagiers op station Lelylaan. En jawel: er volgde een belletje uit de Stopera: ‘Laat het maar eens zien dan.’

En Irion líet het zien. Zijn straatcoaches fietsen overal: van Slotervaart tot IJburg en van Osdorp tot Noord. En jawel, de overlast daalde significant.

Maar dat was toen.

Tien jaar later prijkt op de glazen tussenwand in Irions kantoor aan de Overtoom nog wel de grote adelaarskop die het logo van To Serve and Protect vormde, maar op de gevel staat nu FRED Beveiligt. FRED, legt de directeur uit, staat voor Flexibel, Respectvol, Eerlijk en Duidelijk. Op de truien van de straatcoaches die Irion anno 2016 nog wél levert, in Culemborg en Rhenen, staat ook FRED.

Van ‘To Serve and Protect’ naar ‘FRED’, tsja. Irion begrijpt waar de interviewer heen wil. ‘Jij vindt FRED geen stoere naam. Kan. Maar het was tijd voor een andere uitstraling. We werken met dezelfde mensen, op dezelfde manier, alleen onder een andere naam en logo. Omdat die nu beter bij ons passen.’

Zwartepietengedoe

Als er een schaal van 1 tot 10 zou bestaan voor politieke correctheid, dan scoorde Marvin Irion een min-20. Neem een heikel onderwerp als een quotum voor vluchtelingen. ‘Natúúrlijk moet er een quotum komen. Waar gaan we al die mensen anders plaatsen? Al die BN’ers zouden vluchtelingen thuis opnemen, riepen ze op tv. Maar niemand heeft het gedaan.’

Ja, vluchtelingen terugsturen levert hartverscheurende beelden op. Irion: ‘Overal ter wereld zie je hartverscheurende beelden. Gewoon: een quotum vaststellen van zoveel duizend en dan stoppen. Dan hebben we het toch van tevoren gezegd? Weet je hoe groot de wereld is?! En ze kunnen ook naar Saoedi-Arabië hoor.’

Nog zo’n ergernis: ‘Dat zwartepietengedoe. Ik ben opgegroeid met mensen die zwarte piet altijd leuk hebben gevonden. En nu zitten we opeens in “een andere fase in ons leven” en kan het opeens niet meer? Echt, het gaat in mijn ogen véél te ver.’

‘Een collega van me die daar zit’ – Irion wijst naar de glazen tussenwand – ‘werd woedend op zijn blanke kapper omdat die iets over zwarte piet zei op Facebook. Ik zei: “Je spoort niet! Die kapper is al jaren je mattie en hij bedoelt het waarschijnlijk niet zo.’

Een paar keer overwoog Irion om zelf ook iets op Facebook te zetten. ‘Maar nee, dacht ik, dan heb ik meteen met iedereen ruzie.’

Belachelijke verzoeken

Dat is wat Irion de voorbije tien jaar naar eigen zeggen wel heeft geleerd: té eerlijk en té duidelijk zijn kan je in problemen brengen. De directheid die hem zoveel media-aandacht en zijn eerste klussen als straatcoach opleverde, maakte hem toen hij die klussen eenmaal had lastig voor de Stichting Aanpak Overlast Amsterdam (SAOA), zijn opdrachtgever. ‘Verzoeken die ik belachelijk vond, weigerde ik.’

Ook lastig: journalisten belden nooit de SAOA, die zo graag in de publiciteit wilde, maar altijd de mediagenieke Irion. ‘Niemand had ooit van de Stichting Aanpak Overlast Amsterdam gehoord, maar iedereen kende de straatcoach.’

Hij weet zeker dat niet de kosten maar zijn eigengereide houding de hoofdreden was dat de SAOA in 2009 voor het veel grotere Trigion koos. Dat kopieerde het straatcoachconcept, uitvinder Irion had het nakijken. Weg 3,8 miljoen euro aan omzet.

Hoe goed zijn de straatcoaches van Trigion? Irion, schouderophalend: ‘Ik volg ze niet dus ik weet het niet. Wat ik wel weet: wij verkopen een product, Trigion verkoopt poppetjes. Blijkbaar is de SAOA tevreden want ze doen het al zes jaar.’

Discriminatie

Irion stuurt zijn bestelbus de Helene Mercierstraat in Slotervaart in. Hij wijst op een vierhoogflat. ‘Hier heb ik tot mijn 21e gewoond. Toen ik hier kwam, woonde er één Marokkaanse familie, de familie Kasimir. In de straatcoachtijd ging ik opnieuw kijken. Ik wist niet wat ik zag. De gemeente heeft de buurt laten verpauperen door hier grote groepen Marokkanen, Turken en Antillianen naartoe te halen, mede omdat deze woningen erg groot zijn. De gangen waren vaak vies. Als de woningbouwvereniging ze niet schoonmaakte werd het kolerezooi.’

Daar iets van zeggen lag gevoelig. ‘Ik ken een vrouw die in de jaren zeventig in de Bijlmer iets zei van vuilniszakken die gewoon van zes-hoog naar beneden werden gegooid. “Je discrimineert!” was het meteen. Nee, dat heet opvoeden. Maar je kunt niet verwachten dat iedereen integreert. Ja, je kunt het wel eisen, maar dan moet je ook bedenken wat je doet als iemand weigert. En dat is het grote probleem in Nederland: handhaven.’

Naïeve rechters

Volgens Irion is Nederland een ‘lief land’. Criminelen krijgen van naïeve bestuurders en rechters –  door Irion kortweg aangeduid als ‘de PvdA-kliek’ – derde, vijfde en tiende kansen. ‘En dus gaan ze door. Ik heb criminelen horen rekenen: ”Drie jaar lik, dat is standaard eenderde eraf wegens goed gedrag, plus na een jaar misschien open kamp of een enkelband. Oké, daar doe ik het voor.” De Amsterdamse gangsteroorlog die zoveel slachtoffers heeft geëist, heeft men dan ook zelf veroorzaakt.’

Kende hij jongens die geliquideerd zijn? ‘Ja.’

Hoe ver ging dat kennen? ‘Gewoon van: “Hee, hoe is het?” en een borreltje drinken. Een geliquideerde gangster – ik zeg niet wie – ging bijvoorbeeld wel eens mee als we met een groep ergens gingen eten. Topgozer! Altijd supergezellig. Toen ik hoorde dat hij was doodgeschoten schrok ik echt. Als we in de stad waren deed hij geen vlieg kwaad. Stond hij altijd rustig toe te kijken met zijn cognacje. Maar ja, aan echt grote gangsters merk je niet veel. Die willen onder de radar blijven. Nee, juist de kleintjes, die hebben een grote bek. Maar ze zijn vaak het minst gevaarlijk.’

Is het niet link om als beveiligingsman te borrelen met mensen met een kilometerslang strafblad? Irion, gedecideerd: ‘Luister, ik kom uit Slotervaart. Ik ben opgegroeid met jongens die nu het etiket “penoze” dragen. Vroeger waren we vrienden, dus nu ook. Wat zij doen is hún ding en niet het mijne. En dat weten ze: ik bemoei me er niet mee. Je wilt niet weten hoe vaak ik vroeger ben benaderd: “Hee Marvin, we kunnen nu echt doekoe maken!” Toen de ecstasy opkwam bijvoorbeeld. Maar dat is nooit mijn ding geweest.’

‘Voor ik in de media kwam dacht iedereen dat ik ook penoze was, want ik had altijd mooie spullen. Maar nee, ik werkte gewoon hard. En ik kickbokste. De meeste jongens die vochten maakten alles meteen op. Ik spaarde. Pas toen ik in media kwam, dachten de mensen: o doet-ie het zó?’

Marokkaanse buurtvaders

Na het verlies van ‘Amsterdam’ aan Trigion moest Irion nog een hobbel nemen. In 2012 raakte hij de straatcoach-klus in Almere kwijt na beschuldigingen van gesjoemel met werktijden. Hij is er kort over: ‘Het was mijn personeel en daar ben ik verantwoordelijk voor. Maar mensen die me kennen weten dat ik me niet inlaat met dit soort praktijken.’ Onlangs bepaalde de rechter dat Almere ruim een ton aan openstaande rekeningen alsnog moet voldoen.

Culemborg is wel een succesverhaal. Die stad kwam tussen 2010 en 2012 perse keren in het nieuws door vechtpartijen tussen Molukkers en Marokkanen. Irion streek er neer met zijn straatcoaches en kreeg de boel weer rustig. Hij werkt er graag, omdat Culemborg hem zijn gang laat gaan. ‘Ze weten dat onze aanpak succesvol is.’

Na de positieve publiciteit over zijn verrichtingen in de hoofdstad was ‘het hek van de dam’, vertelt Irion. ‘Alle gemeenten wilden opeens straatcoaches. Maar ze stelden soms heel rare eisen. In een opdrachtomschrijving – volgens mij in Roosendaal – stond dat we niet met doelgroep mochten praten. Dus zei ik: dan moet je ons ook niet laten rondfietsen.’

Een andere gemeente wilde alleen Marokkaanse jongens. ‘Want daarmee los je het Marokkanenprobleem op, was de gedachte. Nee, zei ik, dat is het domste wat je kunt doen. Hun vaders komen namelijk samen in de moskee: “Waarom heeft jouw zoon dat en dat gezegd?” Zo ontstaat wrijving. Daarom werkt de aanpak met Marokkaanse buurtvaders in mijn ogen ook niet. Je moet gewoon kijken: wie lost het probleem het beste op? Je hebt ook Nederlanders die dit werk doen die goed met Marokkanen kunnen omgaan. Niet veel, maar ze zijn er wel.’

 

Hells Angels 

Ook goed met allochtonen vindt hij de Amsterdamse PvdA-burgemeester Eberhard van der Laan, de man van de Top 600-aanpak voor draaideurcriminelen. ‘Van der Laan lijkt wel een VVD’er: veel steviger dan Job Cohen. Die liet over zich heen lopen. De criminele Marokkaantjes waren dol op hem.’

Alleen is Van der Laan wel ‘hopeloos naïef’ als hij denkt dat er tijdens het eerste grote kickboksgala sinds vijf jaar, op 4 december in de RAI, niet net zoveel criminelen op de tribune zaten als vroeger. ‘Er liep voor ik weet hoeveel jaar lik! Ik kon ze zo aanwijzen: daar zitten de Hells Angels, daar de Mocro’s, daar de Molukkers. Alleen droegen de Angels nu geen hesjes. En de penoze zat niet meer opzichtig aan tafels rond de boksring, want die had Van der Laan verboden. Nee, ze zaten op de eerste rij. Oók status! Want waar zitten bij Amerikaanse basketbalwedstrijden de vips? Juist.’

En dit gala was nog beter om te netwerken dan die van vroeger, stelt oud-Nederlands kampioen Irion, die zelf in 1996 zijn laatste wedstrijd vocht. ‘Bij normale gala’s volgt de ene partij meteen op de andere. Nu was er na elke wedstrijd twintig minuten pauze. Dus hup, iedereen naar achteren, drinken en ouwehoeren. Maar wat je niet ziet dat is er niet, denkt de gemeente kennelijk. Ik noem dat oogkleppen ophebben.’

Amsterdam-Noord

We rijden door de Vogelbuurt in Amsterdam-Noord. Bakstenen rijtjeshuizen met rode dakpannen. Een echte volksbuurt. Ook dit is bekend terrein voor Irion. ‘Tien jaar geleden waren hier blanke Tokkies de baas op straat, en ook op hen kregen onze straatcoaches aardig wat grip. Maar vlak voor Kerst mochten we van de Stichting Aanpak Overlast Amsterdam opeens niet meer in de Vogelbuurt komen. “De bewoners hebben geklaagd dat jullie te agressief zijn naar de jongeren,” hoorde ik. Nee, we deden gewoon wat onze opdracht was, net als in Slotervaart. En daar konden die jongetjes niet zo goed tegen. Die wilden gewoon hele bazooka’s aan vuurwerk afsteken als ze daar zin in hadden. En dat was niet alleen op 31 december om twaalf uur ’s nachts.’

Heeft de SAOA een deal met de bewoners gemaakt: als jullie je een beetje gedeisd houden, halen wij de straatcoaches terug?’ Irion, schouderophalend: ‘Ik heb geen idee wat er is afgesproken. Maar dat het verhaal van de stichting niet klopte is zeker.’

Een tijdje daarna verzocht de SAOA hem om toch in een ‘off limits-straat’ te gaan kijken. ‘Er was iets met asbest. Ik zei: we mochten daar toch niet meer komen? Dan gaan we nu ook niet.’

Hij slaakt een zucht. ‘Daar is een bedrijf als Trigion toch een stuk handiger  in. Dat zegt dan gewoon: “Is goed, we gaan meteen”.’

Nog zo’n voorbeeld: het aanpassen van dagrapporten. ‘Mijn straatcoaches hadden gezien dat de politie iemand met buitensporig geweld had opgepakt. Belde de SAOA: of ik dat dagrapport wilde aanpassen. Nee dus, het is zoals het is. En als ik een dagrapport aanpas en er komt stront van, zegt de stichting: “Ja, hij heeft dat rapport aangepast”.’

Irion heeft, zegt hij, nergens spijt van. ‘Maar ik heb wel geleerd dat je soms beter je mond kunt houden. Dan vindt iedereen je aardig. Nu ik 48 ben denk ik dan ook vaak: laat maar zitten.’

Verpest product

Het leveren van straatcoaches is anno 2016 geen kernactiviteit meer. ‘Het product is verpest.’ Nu levert Irion vooral beveiligers aan Schiphol – onder andere voor de taxistandplaatsen op de luchthaven -, voor objecten en voor evenementen.

Een nieuwe markt zouden asielzoekerscentra kunnen zijn, vertelt hij. ‘Daar gebeurt van alles.’

Wat dan bijvoorbeeld? Irion pakt zijn telefoon. ‘Even een vriend bellen die daar als eenpitter is ingehuurd door een groot beveiligingsbedrijf.’ Irion groet zijn vriend in het Surinaams en vraagt dan: ‘Die AZC’s, zouden wij daar ook nuttig werk kunnen doen?’

‘Ja man!’ klinkt het over de speaker. ‘De huidige beveiligers zitten maar een beetje met hun tablet te spelen op de gang. Dagrapporten maken ze nauwelijks, terwijl ze zo wel dossiers over bepaalde vluchtelingen zouden kunnen maken. Dat is hard nodig, want er gebeuren rare dingen. Drank- en drugsgebruik. Mooie Syrische meisjes die hier niemand kennen maar wel worden opgehaald in een dikke Mercedes, zomaar drie dagen wegblijven en dan worden teruggebracht met een dikke Mercedes. Hoe zít dat?!’

Irion bedankt zijn vriend en hangt op. ‘Je hoort het: groeimarkt. Maar ja, de Trigions van deze wereld krijgen de klussen. Want zij hebben de macht en het netwerk.’

En ze zijn flexibel als dat zakelijk gezien wel zo handig is? Irion knikt gelaten. ‘Jij snapt het.’

De TROS heeft Frans Bauer, de VARA heeft Paul de Leeuw. Maar welke sterren heeft de EO? Antwoord: de Oranjes. Blauw Bloed, het royaltyprogramma van de protestantse omroep, waagt zich niet aan sappige primeurs en kritische kanttekeningen, maar is desondanks een hit. “Kijk eens wat leuk: Máxima met haar haar in de war!”

door Boudewijn Geels

(gepubliceerd in HP/De Tijd, 20 februari 2009)

Blauw Bloed is geen prettige televisie voor een republikein. Dat komt doordat presentator Jeroen Snel alles wat hij zegt zo hartstochtelijk méént. Vandaag, 31 januari, ook weer. Snel blikt vastberaden in de camera en zegt: “Dit is de dag dat koningin Beatrix haar 71ste verjaardag viert. We feliciteren de koningin hierbij van harte en wensen haar een heel goed en gezond levensjaar toe.”

Akkoord. Wie gunt zijn medemens nou níet zo’n jaar?

Dan verschijnen er beelden van Beatrix op werkbezoek. De bebrilde EO-presentator, op omfloerste toon: “Van hulphonden tot zakenlui, van kinderen tot kunstenaars, iedereen mag op de warme belangstelling van de vorstin rekenen.” Hier is van neutrale verslaggeving over de whereabouts van het staatshoofd al weinig sprake meer.

Volgt het gesprek met royaltykenner Peter Brusse. Hij en Snel zitten elk op een sneeuwwitte troon. Snel: “Ik praat over onze koningin door met Peter Brusse. Hartelijk welkom weer Peter.”

“Hai Jeroen,” zegt Peter warm.

Snel: “Hoe hard werkt de koningin nu eigenlijk Peter? Heb je enig idee?”

Ja, dat heeft Peter wel. “Nou, haha,” antwoordt de bejaarde ex-Londen-correspondent van het NOS Journaal stralend, “de koningin werkt, haha, rrrredelijk hard hoor. Dat kan ik je wel zeggen. Die scoort heel hoog ja.”

Voor de republikeinse kijker die dan nog steeds niet is afgehaakt volgt, als genadestoot, een analyse van Addy van den Krommenacker. De couturier bespreekt de kleding die prinses Máxima onlangs droeg tijdens haar en kroonprins Willem-Alexanders werkbezoek aan de Golfregio. “Wat mij opviel was dat Máxima setjes aanhad die ze al eerder aan had gehad.”

Wie veronderstelt dat er geen mens naar zo’n programma kijkt, heeft het mis. Het zijn er vaak meer dan 900.000, een aantal waarvoorPauw & Witteman zich niet hoeft te schamen. En wie zoveel publiek trekt, doet zijn werk per definitie goed.

Of toch niet?

Klooster

Eén dag eerder, het statige EO-hoofdkwartier in Hilversum, half twaalf ’s ochtends. De studio waar Blauw Bloed al ruim vier jaar ‘live on tape’ wordt opgenomen, bevindt zich meteen rechts naast de ingang. Ook Andries Knevels Het Elfde Uur komt er vandaan. Met zijn hoge witte muren en glas-in-lood met bijbelse taferelen doet de ruimte aan als het schip van een kerk – het pand deed vroeger dienst als klooster. Voor Blauw Bloed is de studio volgehangen met kroonluchters, een groot projectiescherm achter Snel vertoont beelden van Nederlandse en buitenlandse royals. Het oranjeblauwe decor en de witte tronen doen de rest.

De omroepterm ‘live on tape’ wil zeggen dat een uitzending niet live is, maar wel ‘zo live mogelijk’ wordt opgenomen. Eigenlijk is het dus een onzinuitdrukking. Blauw Bloed, op zaterdagavond even na half acht uitgezonden op Nederland 2, wordt altijd de dag ervoor gemaakt.

Door de vele historische fragmenten die wekelijks de revue passeren, is Blauw Bloed een echt knip- en plakprogramma. Deze keer is dat helemaal het geval, constateert presentator Jeroen Snel (39, krijtstreep, bruine stropdas) na de repetitie. Pas vanavond is namelijk de heildronk van Amsterdamse notabelen op de verjaardag van koningin Beatrix; de beelden daarvan mogen in Blauw Bloed natuurlijk niet ontbreken. Het filmpje waarin OCW-minister Ronald Plasterk uitlegt wat kroonprins Willem-Alexander, Máxima en hij tijdens hun jaloersmakende ‘studiereis’ naar Antarctica gaan doen, is ook nog niet gereed.
Bovendien bestaat de kans dat tussen nu en morgenavond half acht de zieke Belgische ex-koningin Fabiola het tijdelijke voor het eeuwige verwisselt. Snel: “Dat betekent dat ik nu twee extra fragmenten moet opnemen. Eén: ‘Fabiola is gisteren overleden’. Twee: ‘Fabiola is vandaag overleden’. De necrologie die volgt is gelukkig al wél klaar.”

Snel, die in een vorig leven berichtte uit door oorlog geteisterde gebieden als Rwanda en Kosovo, oogt volkomen ontspannen. “Dit is een hartstikke leuk programma om te maken.” Dit gezegd hebbende moet hij weer aan het werk. “Ik ga het gesprek met Peter Brusse opnemen.”

Irrationeel

Brusse zit kaarsrecht in zijn stoel op het pastic podiumpje. Zijn haar zit nog even perfect als toen hij, van 1977 tot 1985, Engeland-correspondent was. Als de camera loopt vertelt Brusse de hypergeïnteresseerde Snel dat Beatrix niet alleen erg hard werkt, maar haar werkbezoeken ook altijd ‘heel erg goed voorbereidt’. “Ze heeft natuurlijk ook haar invloed (op het Binnenhof, red.). En die zal ze zo ver mogelijk uitbreiden als dat kan.”
Een interessant punt, maar Snel vraagt niet door. In plaats daarvan zegt hij: “Veel mensen zijn gepensioneerd, daar weet jij alles van.”
Dat vindt Brusse een reuze grappige opmerking. “Hahaha, zeker ja,” lacht hij. “Maar zij niet!”
Wanneer Beatrix met pensioen gaat, wil Snel weten. Dit jaar in elk geval nog niet, denkt Brusse.

Het gesprekje duurt ruim vier minuten, daarna mag Brusse weer naar huis. Nog een kwartiertje kouten met de bezoeker? Maar natuurlijk, mits het inderdaad niet langer duurt. “Ik moet zo naar de oogarts.”
Terwijl hij wordt afgeschminkt, vertelt Brusse (72) dat hij Blauw Bloed ‘een heel leuk programma’ vindt. “Het koningshuis gaat steeds meer leven. Ook bij jongeren, die daar zonder gêne voor uitkomen. Juist in deze barre tijden hebben de mensen behoefte aan dat sprookje. En het jonge gezin van Willem-Alexander en Máxima spreekt uiteraard ook enorm aan.”

Zelf vindt Brusse het koningshuis ‘al heel lang interessant’. “Toen ik nog voor het NOS Journaal en de Volkskrant in Londen zat, kon je niet om de Britse royals heen. Ik ben me destijds echt in de materie gaan verdiepen. Bij de inhuldiging van Beatrix in 1980 moest ik dan ook van de Volkskrant naar Nederland komen om het verslag te schrijven.”

Brusse heeft weinig op met clubs als het Republikeins Genootschap, die ageren tegen het systeem van erfopvolging. “Die republikeinen willen het allemaal rationeel bekijken, en dat werkt in dit geval niet.”

Maar hoe kun je van een intelligent mens verwachten dat hij niet rationeel denkt? De vraag slaat Brusse secondenlang met stomheid. Dan, met verdriedubbeld stemvolume: “Dat vind ik een hele domme opmerking! Echt waar! Ook intelligente mensen moeten zien hoe emotie een rol speelt!”

Blauw Bloed-eindredacteur Irjan Aarten steekt bezorgd zijn hoofd om de hoek

Vreemdgangers

Tijdens de lunch in de bomvolle EO-kantine betoogt Aarten dat het logisch is dat juist de EO dit programma uitzendt. “Dit land heeft al heel lang een enorm sterke band met de Oranjes. Dat past bij de EO. En er is natuurlijk ook sprake van ideologische verbondenheid door het geloof.”

De Oranjes lopen nochtans niet erg met hun – protestantse – geloof te koop. Prins Hendrik en prins Bernhard waren notoire vreemdgangers (bij Bernhard kwamen daar zelfs twee buitenechtelijke dochters van), er wordt stevig gescheiden (prinses Irene en prinses Christina) en er trouwen katholieken in (Máxima en Marilène van den Broek). Koningin Beatrix en haar zonen zijn vrijzinnig protestants, met de nadruk op vrijzinnig. Hare majesteit bezoekt de Kloosterkerk te Den Haag, waar tot 1999 dominee Carel ter Linden een ultra light-versie van het protestantisme uitventte.

Aarten erkent dat de Oranjes nou niet direct gelden als boegbeelden van het Ware Geloof. “Ze treden nauwelijks naar buiten met hun geloofsbeleving. Maar ik denk dat dat goed is, want bij de EO is juist je persóónlijke band met God heel belangrijk.

Toch krijgt hij geregeld vragen van de achterban, geeft de eindredacteur van Blauw Bloed toe. “Dan zeggen onze leden: ‘Jullie geven de Oranjes dat platform, maar zijn ze wel bevindelijk genoeg? Hoe kun je nou zien dat ze echt een relatie hebben met de Heere Jezus?’ Tja, dat is dus moeilijk te zien, omdat het iets persoonlijks is. Daarbij gaan we als EO sowieso een stuk ontspanner om met geloofskwesties dan tien jaar geleden, toen we altijd alles honderd procent zeker wisten. We zíjn geen Hezbollah. Kijk maar eens naar de bijbel, dat boek is toch een en al worsteling en zoektocht?”

Het bewijs dat de EO inderdaad minder rigide is dan vroeger werd twee weken geleden geleverd door voorman Andries Knevel, die totaal onverwacht opbiechtte dat hij niet meer gelooft dat God de wereld in zes dagen geschapen heeft. Zijn ontboezeming deed het EO-gebouw schudden op zijn grondvesten. Want zó ontspannen is men bij de omroep nou ook weer niet.

Verzorgd

Na de lunch heeft Jeroen Snel tien minuutjes tijd om te praten, vanuit de een uur eerder door een geschokte Peter Brusse verlaten schminkstoel. De presentator, op begripvolle toon: “Wat duurt het lang allemaal, hè? Tja, televisie maken is langdradig. Alsmaar wachten, telkens dingen overdoen. Blauw Bloed is altijd heel verzorgd. Ook qua beeldkwaliteit. Ik wil dat de beelden van de staatsbezoeken echt van het scherm afspatten.”

Het NOS Journaal ‘doet’ Máxima ook, maar toch anders: matter en vlakker, weet Snel. “Wij maken een close-up van haar schoenen als ze uit auto stapt.” Hetgeen zoals uit de uitzending van morgen blijkt een shot van een paar fraaie kuiten kan opleveren? Snel doet alsof hij de opmerking niet heeft gehoord. “Ik zei dus: wij doen het net even anders. Ik werk met een vaste cameraman, Mike Rutten, met wie ik vroeger al voor TweeVandaag naar Bosnië en Soedan ging. Ik vind dat ook wel zo prettig naar Willem-Alexander en zo toe. De prins scant de journalisten namelijk altijd. Zo van: o ja, dat is die en die. Hoewel, als we op reis zijn, staat dat gewoon in zijn boekje. Anyway, de Oranjes zijn veel meer met de media bezig dan ik had verwacht.”

Krijgt Snel wel eens complimentje

“Van wie?” klinkt het verbaasd

Nou, van Willem-Alexander, Máxima en Beatrix.

Snel tuit zijn mond. “Hmmm, niet direct. Wel indirect.”

Van wie dan?

“Van mensen om hen heen.”

De Rijksvoorlichtingsdienst?

“Ook. Dan zeggen ze niet: ‘De prins vond het mooi’, maar: ‘Het was een goeie uitzending. Ik neem dan aan dat dat breed gedragen wordt.”

Kritiek

Blauw Bloed mag het goed doen bij vele honderdduizenden kijkers en, ongetwijfeld, de Oranjes, er is ook kritiek. Zo blijven Snels collega-royaltywatchers Marc van der Linden en Peter van der Vorst, eufemistisch gesteld, niet iedere zaterdag voor het EO-programma thuis.

Van der Vorst, panellid van RTL Boulevard en auteur van meerdere boeken over de Oranjes: “Blauw Bloed is een kritiekloos programma over het koningshuis. Puur amusement. Er is een grote markt voor van vooral ouderen die graag plaatjes willen kijken. In die zin zit het programma slim in elkaar. Maar ik zou het zelf niet willen maken.”

“Ik kan er niet naar kijken,” zegt Van der Linden, eveneens RTL Boulevard en hoofdredacteur van het blad Royalty (hij en Van der Vorst maakten vroeger samen het RTL 4-programma Van Koninklijke Huize). “Blauw Bloed herkauwt constant oude verhaallijnen: het leven van keizerin Sissi, het huwelijksdrama van Edward de Achtste, het is nu ‘tig’ jaar geleden dat prinses Diana overleed. Zegt Jeroen: ‘En we spraken ook nog met iemand die prins Bernhard op 16 februari 1953 heeft ontmoet’. Komt er een oude baas in beeld die vertelt dat de prins zei: ‘Wat heeft u een mooi pak aan’, en dat was het dan.”

Van der Linden, die geldt als een van de best ingevoerde Oranjewatchers van Nederland, typeert Snel als ‘een hele aardige collega, met wie ik voortdurend overhoop lig’. Deels is dat overigens zijn eigen schuld, zegt hij er meteen bij. “Twee jaar geleden heb ik Jeroen ‘uit de kast’ geduwd. Ik zei in RTL Boulevard dat hij, net als Peter en ik, homo is. Wist ik veel dat Jeroen dat koste wat kost geheim wilde houden? Uiteraard heb ik hem mijn oprechte excuses aangeboden, maar die Boulevard-uitzending heeft onze relatie geen goed gedaan.”

Zijn kritiek op Snel gaat echter over de manier waarop de EO’er zijn werk doet. “Tijdens persontmoetingen met de Oranjes kwamen vroeger echt de meest slijmerige opmerkingen uit Jeroens mond. Nu is dat gelukkig wat minder, maar een feit blijft dat hij nooit vraagtekens zal plaatsen bij, bijvoorbeeld, weer zo’n verzuchting van een of andere prinses dat zij en haar man zo druk zijn dat er nauwelijks tijd is voor de kinderen. Kijk eens kritisch naar hun agenda, denk ik dan. Hébben ze het wel zo druk? Maar dat probéért Blauw Bloed niet eens.”

Van der Vorst valt hem bij. “Willem-Alexander en Máxima zijn vijftig á zestig keer keer per jaar live te bewonderen. Een beetje weinig voor al die miljoenen die het allemaal kost – de Britse prins Charles zit op een veelvoud. En het lijkt erop dat Willem-Alexander met zijn ‘watermanagement’ en Máxima met haar microkredieten vooral hun persoonlijke hobby’s aan het beoefenen zijn. Maar daar hoor je Jeroen nooit over.”

Toiletbril

Terug naar de opnamen. Snel kondigt het filmpje aan waarin minister Plasterk vertelt over Antarctica. Op de monitor verschijnen beelden waarop Willem-Alexander en Máxima ‘oefenen’ in een soort windtunnel. Snel, opgetogen tegen zijn collega’s: “Dat is nou leuk, hè. Máxima met haar haar in de war! Dat werkt vervreemdend. Dat vind ik nou leuk!”

Dan volgt er een uitgaanstip voor de Blauw Bloed-kijkers. Snel tegen de camera: “Als u altijd al heeft willen weten hoe een koninklijke wachtkamer eruit ziet, kunt u tot 20 mei terecht in het Coda Museum in Apeldoorn.” In beeld verschijnt de trotse conservator van het Coda Museum. Ze zegt: “We hebben hier een aantal bijzondere voorwerpen uit die wachtkamer tentoongesteld. Als klapstuk is er de wc-bril, die nu als spiegel is gebruikt.”

De hele studio staart naar de toiletbril waarop koningin Wilhelmina haar gevoeg deed. “Nou jáááá!” flapt het meisje van de autocue eruit.

Van der Vorst en Van der Linden zouden zo’n item schaterlachend met een paar wisecracks afsluiten. Snel trekt niet eens één wenkbrauw één millimeter op. Spotten met de monarchie geeft geen pas.

Onthulling

Als de aflevering rond half vier klaar is, vraagt Snel tien minuten om zich om te kleden. “Ik kom zo wel naar de kantine, is dat goed?”

In de uitgestorven kantine draait het keukenpersoneel, dat bezig is met schoonmaken, een hardrocknummer van de band The Offspring. Er zit een kirrende vrouwenstem in die “Do it to me baby, uhuhh uhuhh,” zingt. Als Snel arriveert, staat de muziek uit.

De presentator, nu in spijkerbroek, komt binnen met zijn mobiele telefoon tegen zijn linkeroor geplakt. “Op z’n vroegst 30 april 2010,” zegt hij tegen de persoon aan de andere kant van de lijn. “Maar ik moet nu ophangen, want ik ben even bezig.” Dat was het Radio 1-programma Stand.nl, legt hij even later uit. “Ze wilden van me weten wanneer Beatrix terugtreedt als koningin. Ik zei: niet eerder dan volgend jaar Koninginnedag. Dat weet ik voor 99 procent zeker.”

Heeft hij, als door de Oranjes en de RVD hogelijk gewaardeerd programmamaker, betere bronnen dan anderen? En heeft hem dat wel eens een aardig primeurtje opgeleverd? “Eh, er worden in interviews wel eens leuke dingetjes verteld. Een voorbeeld? Nou, in het Oostenrijkse Lech, waar de Oranjes elk jaar op skivakantie gaan, vroeg ik aan Willem-Alexander en Máxima: wat gaat u straks doen, na het skiën? ‘Dan ga ik koken,’ antwoordde Máxima. ‘En ik ga naar de supermarkt,’ zei Willem-Alexander.

Snel, opgetogen: “Zoiets is toch hartstikke leuk? Ik was helemaal verrast! Zie het eens voor je: onze kroonprins die naar de supermarkt gaat! Dat noem ik een onthulling. Weliswaar met een kleine ‘o’, maar toch, een onthulling.”

Hulde. Maar is een serieuze publieke omroep als de EO niet aan zijn stand verplicht om toch íetsje kritischer te werk te gaan? Snel haalt zijn schouders op. “Luister, ik wil gewoon een leuk, positief programma maken. Laatst filmden we toevallig hoe prins Willem-Alexander een paraplu in zijn oog kreeg. Bij RTL Boulevard verklaren ze ons vast voor gek, maar zoiets zenden wij dus juist níet uit. De koninklijke familie zo mooi mogelijk in beeld brengen, daar gaat het ons om. En onze kijkers waarderen dat.”

AZ is dit seizoen onbetwist de beste club van Nederland. Vooral dankzij coach Louis van Gaal. Over de glorieuze comeback van een ‘gedateerde trainer’, die gelukkig nog steeds een bloedhekel heeft aan journalisten. “Vraag het dan nóg een keer, joh!”

door Boudewijn Geels

(gepubliceerd in HP/De Tijd, april 2009)

Met, pak hem beet, Bert van Marwijk of Ron Jans op de bank was het landkampioenschap van AZ lang niet zo leuk geweest. Een provincieclub die dankzij de miljoenen van de steenrijke voorzitter profiteert van een off year van de gevestigde orde: groot nieuws, absoluut. Maar geen mirakel.

Deze titel van AZ is dat wel. De Alkmaarse ploeg wordt namelijk gecoacht door een man die nog geen jaar geleden door iedereen was afgeschreven. Louis van Gaal was een ‘gedateerde trainer’. Een bullebak zonder een greintje zelfkritiek. Iemand die achter zijn rug werd uitgelachen door een deel van zijn spelers, übercoole partycrashers zonder enig voetbalhistorisch besef. Oké, Van Gaal won lang geleden een keertje de Champions League met Ajax. So what?

AZ eindigde het seizoen 2007/2008 als twaalfde. En dat terwijl AZ-voorzitter Dirk Scheringa op Van Gaals advies voor 29 miljoen euro aan nieuwe spelers had ingeslagen. De afgang van de krijgsheer Louis van Gaal was compleet.
Toen ook de twee eerste wedstrijden van het huidige seizoen verloren gingen, wisten alle analisten het honderd procent zeker: Van Gaal zal de kerst in Alkmaar niet halen. En ziedaar: zeven maanden later staat diezelfde Van Gaal met de kampioensschaal in zijn handen.
Aloysius Paulus Maria van Gaal, op 8 augustus 1951 geboren in de Amsterdamse Watergraafsmeer, is een hele grote, dat staat nu definitief vast. Op het afgelopen seizoen valt welbeschouwd maar één ding aan te merken: Van Gaals persconferenties waren veel minder spannend.

13-9-2008, ADO Den Haag-AZ: 3-0
Na het eerste duel van dit seizoen, thuis tegen NAC, ging ook het tweede verloren. Voor het journaille het zoveelste signaal dat Van Gaal afgelopen maart wel degelijk had moeten opstappen. Hij had zijn contract al ingeleverd, maar liet zich ompraten door een groep spelers die werd aangevoerd door international Stijn Schaars. Oliedom, want er was geen enkele chemie meer tussen de coach en zijn selectie. Dat was vanavond in Den Haag eens te meer gebleken.
De verslaggevers, altijd enigszins bevreesd voor een uitval van de journalistenhater Van Gaal, voelden zich tijdens de persconferentie sterk. Ze hóefden geeneens venijnige vragen te stellen. Gewoon inzoomen op Van Gaals gezicht was meer dan voldoende.
Hier zat een loser, dat zag iedereen.
Van Gaal blikte dof het kleine ADO-perszaaltje in en begon te spreken. “Het klinkt gek uit de mond van een coach die met 3-0 verloren heeft, maar ik heb eigenlijk een goed AZ gezien. Het was onze beste wedstrijd van het laatste half jaar.”
Ach ja, dat was Van Gaal weer in zijn rol van Mohammed Al Sahaf, de Iraakse minister van Informatie die tijdens de tweede Golfoorlog bleef volhouden dat Saddam Hoessein doende was de Amerikanen een vernietigende nederlaag toe te brengen terwijl achter hem de Amerikaanse tanks hun vierde ererondje door Bagdad inzetten. Zo zat Van Gaal er vorig seizoen praktisch elke week bij.
Maar toen werd hij nog boos als een verslaggever het waagde hem tegen te spreken, hetgeen enkele legendarische persconferenties opleverde. Nu had hij daar zichtbaar de energie niet meer voor.
De camera’s flitsen onbarmhartig. Elke fotograaf wilde de alleszeggende plaat voor bij het verhaal van Van Gaals ontslag.

Maar dat ontslag bleef uit. AZ begon namelijk te winnen. Zomaar opeens. Van PSV en van Heracles en van Willem II en van FC Twente en weer van PSV; het ging maar door. De spitsen Mounir El Hamdaoui, Ari en Moussa Dembélé deden iets dat ze vorig seizoen niet of nauwelijks deden: scoren. Zelfs de ijdele Italiaan Graziano Pellè, over wie analisten hadden gemeesmuild dat hij ‘nog geen lantaarnpaal voorbij komt’, prikte er af en toe eentje in.
El Hamdaoui kon ook niet precies aangeven waarom het nu opeens wél lukte. “Ik voel me fit. Ik voel me gewoon fit,” zei hij tegen Studio Sport. Uit zijn blik sprak zowel verwondering als blijdschap.
Volgens de analisten speelde AZ een stuk ‘realistischer’ dan vorig seizoen. Daarmee bedoelden ze: verdedigender. En inderdaad hield de verdediging, die vorig seizoen zo vaak aan stukken was gereten, keer op keer stand. Ook al omdat de pas 21-jarige Argentijnse doelman Sergio Romero domweg alle ballen tegenhield.
Wat eveneens het nodige scheelde was dat de grootste sfeerverziekers van vorig jaar, Boy Waterman, Ryan Donk en Kemy Agustien, er niet meer bij waren. Volgens de verhalen hadden de drie zo weinig respect voor Van Gaal meer gehad dat ze tijdens diens wedstrijdbesprekingen stiekem naar hun I-pod hadden geluisterd. Bovendien had keeper Waterman met onsmakelijke privébesognes in Story gestaan en zo nog eens extra onrust naar de kleedkamer gebracht.
Wat nog veel meer scheelde, was dat de hoogbegaafde middenvelders Stijn Schaars (tevens aanvoerder) en Maarten Martens weer meededen. Vorig seizoen waren ze langdurig geblesseerd geweest.
En wat misschien wel de doorslag gaf: na twee pechseizoenen had AZ eindelijk eens alle geluk van de wereld.

28-12-2008, AZ-NEC: 2-0
Het was de laatste wedstrijd voor de winterstop en Van Gaal had alweer gewonnen. Met de handen in de zakken stond hij, conform de voorschriften van de KNVB, eerst de betaalzender Eredivisie Live en daarna de NOS te woord. Met de NOS had hij vorig seizoen knallende ruzie gehad. Hij had de publieke omroep zelfs een tijdje in de ban gedaan. Sinds enkele maanden mocht hij weer geïnterviewd worden.
“Meneer Van Gaal, AZ is winterkampioen. Gefeliciteerd,” zei de Studio Sport-verslaggever.
Van Gaal, droogjes: “Ik ben nóg liever zomerkampioen.”
De journalist: “Het is wel een enorme luxe dat u zoveel goede aanvallers hebt, hè?”
Die kans liet Van Gaal zich niet ontnemen. Een wenkbrauw ging spottend omhoog. “Ik ben blij dat jullie nu zeggen dat het goede spelers zijn. Dat was verleden jaar wel anders. Toen hield ik vol dat het goede spelers zijn. Ik ben blij dat je dat nu bevestigt.”
De verslaggever had kunnen riposteren: “Verleden jaar bakten ze er niets van, mede omdat u ze toen heel anders liet spelen.” Maar hij zweeg.

Er is eigenlijk maar één journalist aan wie Van Gaal géén bloedhekel heeft: André Naber. Naber draagt vaak een pilotenjack, altijd een hip brilletje en is hoofdredacteur/directeur van een Noord-Hollands huis-aan-huisblad. Tijdens Van Gaals persconferenties stelt hij altijd minstens twee vragen. Dat is erg bijzonder, want verder vraagt er bijna nooit iemand iets. Zonder Naber zouden die persconferenties dus maar kort duren.
Hij heeft zijn eigen tactiek bedacht om het risico op een publieke vernedering zo klein mogelijk te maken. Als een van de weinigen gaat hij steevast helemaal vooraan zitten, zodat Van Gaal, die doorgaans op een podiumpje zit, zo hoog mogelijk boven hem uittorent. Als hij aan zijn vragen begint, buigt hij zich vaak een beetje voorover, zodat hij nóg kleiner lijkt. En waar een brutale vlegel als Jan Joost van Gangelen hem gewoon met ‘Louis’ aanspreekt, kiest de 59-jarige Naber altijd voor het beleefde ‘meneer Van Gaal’.
Zijn vragen zijn doorgaans van het kaliber: “Meneer Van Gaal, ik vond AZ in de tweede helft met name in de organisatie uitstekend spelen, maar aan de bal erg matig. Een van de mindere wedstrijden als ik naar mijn turflijstjes kijk. Hoe kijkt u tegen die analyse aan?”
Als je Van Gaal zó een kritische vraag stelt, wordt hij niet snel boos.
Na AZ-NEC lichtte Naber zijn succesvolle werkwijze toe. “In Van Gaals ogen hebben journalisten absoluut geen verstand van voetbal,” zei hij ernstig. “Dus als je heel erg je eigen mening in een vraag legt, zet hij zijn stekels op. Je moet daarom van tevoren heel goed nadenken hoe je het gaat aanpakken.”
Hoe vindt hij het om de enige journalist te zijn die Van Gaal, aan diens mimiek te zien, níet het liefste in mootjes zou hakken? Naber keek verlegen naar de grond. “Ach, dat weet ik niet hoor. Mijn kop is er ook wel eens afgegaan.”

14-02-2009, PSV-AZ: 2-2
Het was de wedstrijd dit het seizoen nog spannend had kunnen maken, als PSV gewonnen had. Maar de regerend landskampioen kwam in eigen stadion niet verder dan een gelijkspel.
Jan Joost van Gangelen van Eredivisie Live legde in de rust uit wat het grote verschil was tussen de Van Gaal van nu en die van een jaar geleden. “Louis heeft het op de rit. Als er een speler geblesseerd raakt, zet hij er gewoon een nieuwe in, en die speelt dan óók meteen goed.”
Van Gaal was dan ook een stuk minder gevaarlijk dan vorig seizoen, constateerde Van Gangelen: “Voor deze wedstrijd heeft Louis mijn voetbalplaatjesboek voor me gesigneerd. Ik weet niet of ik hem dat vorig seizoen ook had durven vragen, haha.”
“Weet je,” zei hij tot slot, “Van Gaal heeft nu al zo lang niet meer verloren dat we eigenlijk niet meer weten hoe hij is als het even níet precies gaat zoals hij het wil.”

5-3-2009, AZ-NAC: 1-2 (KNVB-beker)
Het was vanavond niet gegaan zoals Van Gaal wilde. NAC won in Alkmaar, net als in de eerste wedstrijd van dit seizoen. Dat betekende dat AZ niet meer de ‘dubbel’ kon winnen: de landstitel en de KNVB-beker. Maar wat veel belangrijker was: zou AZ vanaf nu verkrampen en, net als twee jaar geleden, ook het kampioenschap verspelen?
De coach voelde dat dé vraag in de lucht hing en blikte chagrijnig de gigantische persruimte van het DSB Stadion in. En jawel, daar kwam hij, van een journalist ergens achterin.
“Louis, moet nu eigenlijk de ervaring van twee seizoenen geleden komen bovendrijven?”
Van Gaal, ijzig kalm: “Dat zijn gevonden voorwerpen van de media. Jij bent er één van.”
De journalist: “Hoe bedoel je dat?”
Van Gaal: “Precies zoals ik het zeg.”
De verslaggever: “Hebben jullie dan geen ervaring opgedaan? In moeilijke situaties, onder druk? De vorige keer?”
Van Gaal, iets feller: “Dat zijn gevonden voorwerpen van de media. Jij vindt weer wat uit en daar moet ik dan weer op reageren. En dat doe ik niet.”
De journalist gaf niet op. “Maar is het geen voordeel dan, dat je die ervaring hebt opgedaan, aan het eind het seizoen?”
Van Gaal, nu ronduit geagiteerd: “Nee! Ik vind het een gevonden voorwerp van de media. Vraag het nóg een keer joh, en nóg een keer. En dan moet ik zeker boos worden?! Vraag het nog een keer dan. Alsjeblieft! Want je hebt het nu víer keer gevraagd.”
De journalist: “Nou, dan zijn we met dat onderwerp ieder geval klaar. Dankjewel.”
“Ja,” bromde Van Gaal.
“Goed,” zei AZ-perschef Daan Schippers onverstoorbaar, “dan zie ik u allen graag over twee weken bij de wedstrijd AZ-Feyenoord.”

Tussen twee wedstrijden door belde dit blad met Kees Kist, topschutter van het gouden AZ’67, dat in 1981 als laatste Ajax, Feyenoord en PSV wist af te troeven. Kist zei dat hij types als Waterman en Donk, de onruststokers van vorig seizoen, ‘er al veel eerder uitgetrapt’. “Maar ook hun medespelers hadden moeten ingrijpen. Bij ons pieste er vroeger ook wel eens een naast de pot, en zo’n jongen werd meteen aangepakt. Ik heb zelf ook wel es iemand bij de keel gegrepen.”
Kist gaf hoog op van AZ-voorzitter Scheringa. “Hij is Van Gaal altijd blijven steunen, ook toen het slecht ging. En dat betaalt zich nu uit.”
Ook zei Kist dat hij het maar raar vond dat hij in al die jaren nooit is benaderd om spitsentrainer van AZ te worden. “Ik heb natuurlijk veel meer ervaring dan de huidige spitsentrainer Shota Arveladze.”
Met die opmerking verzekerde Kist zich ervan dat Van Gaal hem nooit en te nimmer als assistent naast zich zal dulden. “Kist valt een van mijn mensen aan,” brieste de trainer tijdens een doordeweekse persconferentie. Wie aan zijn mensen komt, komt aan Van Gaal.

22-3-2009, AZ-Feyenoord: 0-0
AZ had niet gescoord. Ook in de vorige wedstrijden had de ploeg telkens maar één schamel doelpuntje gemaakt. Een teken dat de spitsen mentaal ‘blokkeerden’ nu het kampioenschap in zicht kwam?
Het spel zelf was ook weer niet best geweest. Vorige week, tegen FC Utrecht, had een journalist van een landelijke krant zelfs pseudo-wanhopig uitgeroepen: “Ik ga mijn bril afzetten, dan hoef ik dat slechte voetbal niet meer te zien!” Dirk Scheringa legde toen uit dat AZ ‘gewoon even in een wat mindere flow’ zat. Over kampioensschalen had de eigenaar en voorzitter van AZ, getraumatiseerd als hij was door de afloop van het seizoen 2006/2007 en een na strafschoppen verloren bekerfinale (ook in 2007), in Utrecht geen woord willen horen.
De persconferentie na AZ-Feyenoord duurde niet lang. Een verslaggever: “Louis, drie doelpunten in vier wedstrijden, is dat niet een beetje weinig voor een aanstaande kampioen?” Van Gaal wierp de vermetele vragensteller een vernietigende blik toe. “Ik zal je niet tegenspreken.”
Stilte.
Een onbekende journalist had het tafereel met enige angst gadegeslagen, maar deed doen toch waarvoor hij nu eenmaal werd betaald: een vraag stellen aan Louis van Gaal. Het ging over de positie van de Vlaamse spits Moussa Dembélé. Aan zijn tongval te horen was de verslaggever ook een Belg. Meteen zette Van Gaal een knop om; de journalist kreeg keurig antwoord. Op zulke momenten is Van Gaal op en top een professional.

4-4-2009, AZ-ADO Den Haag: 4-1
Achtervolger FC Twente had de avond ervoor onverwacht twee punten verspeeld bij NEC. Als AZ zou winnen van ADO Den Haag, zou de voorsprong op Twente elf punten bedragen. Dan kón het eigenlijk niet meer mis gaan. Bij winst op ADO Den Haag zou bovendien de cirkel van dit seizoen rond zijn. De laatste competitiewedstrijd die verloren ging, was op 13 september immers de uitwedstrijd tegen datzelfde Den Haag.
AZ kwam in de eerste helft met 0-1 achter. Het werd erg stil in het DSB-stadion. De bal wilde er, net als tegen Feyenoord, gewoon niet in. Soms heb je dat. Wie herinnert zich niet de dramatische halve finale van Oranje tegen Italië, tijdens het EK in 2000, toen Nederland de ene na de andere penalty miste. Misschien was het wel gewoon een wetmatigheid dat een ‘kleine’ club anno nu geen landskampioen wordt.
Maar zie: in de vijftigste minuut scoorde Dembélé 1-1. Zes minuten later maakte Martens 2-1. AZ begon te swingen, en het DSB-stadion swingde mee. Niks geen provinciaal gepruts, hier voetbalde een ongenaakbare kampioen. El Hamdaoui: 3-1. Van der Velden: 4-1.
Gallery play langs de A9.

Tijdens de persconferentie straalde Van Gaal een en al rust uit. Hij begon weer met zijn standaardopmerking dat hij ‘dacht’ dat ‘AZ een van zijn betere wedstrijden had gespeeld’. Meteen daarna verklaarde hij ronduit hij had ‘genoten’. Vragen over de naderende landstitel bleven uit, maar dat was niet erg. Ja, er waren nog vijf wedstrijden te gaan. Wedstrijden waarin in theorie nog rare dingen zouden kunnen gebeuren. De coach van de Alkmaarders besefte echter dat hij op deze mooie voorjaarsavond officieus kampioen van Nederland was geworden.
Louis van Gaal, de continu borrelende vulkaan, de veldheer die sinds zijn landstitel met Barcelona in 1999 geen prijs meer had gewonnen, is eindelijk weer de allerbeste.

Ex-Wallenmanager Freek Salm (62) verjaagt nu witteboordencriminelen voor de overheid. Zijn belangrijkste wapen: de omstreden Wet Bibob, waarvan hij een geharnast voorstander is. Over bedreigd worden door Big Willem, de kilte van de PvdA en de ongeneeslijk domme overheid. ‘Ik zou dolgraag aan de slag willen in de Bijlmer.’

door Boudewijn Geels

(gepubliceerd in HP/De Tijd, 30 oktober 2009)

Ook een crimefighter moet ergens wonen. Dat valt niet altijd mee, heeft Freek Salm ondervonden. “Ik vraag altijd dóór als ik naar een huurhuis ga kijken: van wie is dit pand? Vaak ben ik op pandjes van Willem Endstra of Jan-Dirk Paarlberg gestuit. Daar wil ik met mijn achtergrond absoluut niet inzitten.”
Een tijdje geleden kreeg hij iets aangeboden in de chique Amsterdamse wijk Oud-Zuid, een vijfkamerwoning voor 800 euro per maand. “Dat klonk heel aantrekkelijk. Bleek een voormalige rechterhand van Endstra erachter te zitten. Dat doe ik dus niet, want in die wereld is het: voor wat hoort wat. En jawel hoor, hoewel ik voor zijn huis had bedankt, kwam die meneer een maand later langs voor een adviesje.”

Bij niemand in Nederland komen de problemen van de grote stad zo samen als bij Freek Salm. De geboren Texelaar was PvdA-gemeenteraadslid in Amsterdam (1987-1990), voorzitter van het probleemstadsdeel De Baarsjes (1990-1995) en Wallenmanager (1997-2001). Tegenwoordig coacht hij gemeenten bij het wegjagen van maffiose kroegbazen, pooiers en ander gespuis.
Zijn voornaamste wapen: de Wet Bibob (Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur), die het voor de overheid veel makkelijker maakt om malafide ondernemers cruciale vergunningen te weigeren. De 62-jarige Salm is medevormgever van die wet en geldt als dé expert op dit terrein. Zijn bijnaam is ‘Mr. Bibob’.
Maar Salm is ook politicus en bestuurder – hoewel buiten dienst. Hij is een geestverwant van Paul Scheffer, in Jan Schaefer-verpakking. Salm draagt altijd dezelfde ietwat sjofele kleren, lust graag een borrel en spreekt in uitroeptekens. Bijvoorbeeld over zijn motivatie om decennialang slechteriken op te jagen. “Dat doe ik uit een basisgevoel van rechtvaardigheid: blijf met je rotpoten en je kwaaie geld van mijn mooie samenleving af! Waar niet gehandhaafd wordt, nemen de mensen met de grootste mond en het meeste geld de meeste ruimte in beslag. Ten koste van de gewone man. En daar waren we als PvdA toch van?”
Aan politiek correct gezever heeft hij altijd een hekel gehad. Begin jaren negentig waagde hij het begrip te tonen voor een vrouw die in de pers racistische taal had gebezigd over het te grote overlast gevende Turkse gezin boven en de dealer onder haar. Gevolg: hij werd prompt zélf voor racist uitgemaakt. Oók door zijn eigen partij.
De domineeszoon – hij studeerde theologie – heeft een bewogen carrière achter de rug. Hij duelleerde met Willem Holleeder, de Hells Angels, Turkse vrouwenhandelaren en enge moskeebestuurders, maar ook met marchanderende bestuurders. Al die jaren in publieke dienst hebben hem tot de volgende conclusie gebracht: “Het lerend vermogen van de overheid is nihil, het collectief geheugen is min 1, opportunisme, naïviteit en autisme strijden om voorrang.”

Hels karwei
Schrijnend voorbeeld van dat gebrek aan lerend vermogen: de horecavergunning die allerlei dubieuze figuren hebben gekregen van de gemeente Zandvoort. En dat terwijl hij zes jaar geleden net de grote schoonmaak van Zandvoort heeft begeleid, foetert Salm.
Volgt een mini-cursus Bibob. “Als wij informatie hebben dat een ondernemer of zijn financier niet deugt, krijgt de ondernemer geen vergunning. Bij twijfel laten we hem een Bibob-vragenlijst invullen. Mag hij vertellen of hij antecedenten heeft en wie zijn financiers zijn. Wil-ie dat niet zeggen? Best, maar dan krijgt hij geen vergunning.”
Burgerlijke stand, fiscus, Bouw- en Woningtoezicht, woningbouwcorporaties, politie, justitie, Kadaster: al die partijen laat Salm samen optrekken, om in kaart te brengen welke ondernemers waar zitten en wat hun activiteiten zijn. “Vervolgens checken we of dat overeenkomt met onze gegevens. Het antwoord is heel vaak nee.” Zo’n samenwerking tot stand brengen, is een hels karwei. “Het zijn allemaal eilandjes. In Zandvoort lukte het, omdat er een goeie burgemeester, een goeie gemeentesecretaris en goeie ambtenaren zaten. Zo hebben we tientallen foute horecazaken kunnen sluiten. Zandvoort was een paar jaar een voorbeeldgemeente; die ambtenaren werden overal uitgenodigd voor symposia. Maar ja, dan moet je het vervolgens wel bijhouden. Het grote probleem is dat veel gemeenten dat niet doen. In Zandvoort vertrokken drie sleutelfiguren, waarna de zaak weer verslofte. Zelfs een strandtent die werd gefinancierd door Thomas van der Bijl (in 2006 geliquideerd, BG) kreeg gewoon een vergunning. Terwijl Van der Bijl ervan werd verdacht een van de grootste hasjhandelaren van de regio Hoofddorp te zijn!”

Bewijslast
Uit onderzoek van Trouw en het blad Binnenlands Bestuur bleek onlangs dat tweederde van de gemeenten de op 1 juni 2003 ingevoerde Wet Bibob niet of nauwelijks toepast. Malafide ondernemers hebben in die plaatsen vaak vrij spel. Vooral kleinere gemeenten vinden het toepassen van de Wet Bibob ‘te tijdrovend’, ‘te ingewikkeld’ of gewoonweg ‘onnodig’.
Salm: “Er zijn gemeenten die de Wet Bibob ondernemertje pesten vinden. Een burgemeester – ik noem geen namen – zei: ‘Ik huur je niet in, want dan kan ik mijn halve college en gemeenteraad naar huis sturen’. Vooral in Limburg komen zakelijke dwarsverbanden vaak voor. Daar is het: ‘Zelfs de lantaarnpalen zijn hier katholiek, dus we hebben wat met mekaar’. Ik verafschuw die zuidelijke ritselcultuur. In het noorden kunnen ze er ook wat van, maar daar doen ze het een stuk slimmer, want minder openlijk.”
Veel juristen hebben om een andere reden een afkeer van de Wet Bibob, en wel omdat de bewijslast wordt omgekeerd. Het vermoeden van een risico dat een vergunning misbruikt kan worden voor bijvoorbeeld witwassen, is voldoende om iemand een vergunning te onthouden. Bovendien hebben de ‘fundi’s’, zoals Salm hen noemt, er grote moeite mee dat er ook ‘zachte’, anonieme informatie van de Criminele Inlichtingen Eenheid wordt gebruikt, iets wat in een strafproces niet is toegestaan. Dat kan, zeggen voornoemde fundi’s, leiden tot kafkaëske toestanden waarbij een ondernemer zich niet tegen aantijgingen kan verweren omdat hij niet weet hoe die aantijgingen precies luiden en uit welke hoek ze afkomstig zijn.
Salm kent de kritiek en haalt zijn schouders op. “De ‘gedupeerden’ zijn doorgaans geen mensen waarmee je medelijden hoeft te hebben. Trouwens, als ik iemand een vergunning weiger, zeg ik niet dat hij een boef is. Ik zeg alleen: begin met je niet-transparante geld vooral een bloemenstal, maar effe geen bordeel of café.”
Afgelopen juni gaf de Raad van State het pro-Bibob-kamp een belangrijke steun in de rug. De Raad oordeelde dat de gemeente Amsterdam twee horecazaken op het Thorbeckeplein terecht heeft gesloten. De gemeente had CIE-informatie dat het dekmantels waren voor het witwassen van met drugshandel verdiend geld. De rechter had gemeend dat dat onvoldoende bewijs was.
Salm, tevreden: “In de Raad van State zitten mensen als Wim Deetman en Aad Kosto, die juridisch geschoold zijn, maar ook bestuurder zijn geweest. Zij bekijken zo’n zaak niet alleen sec juridisch, ze snappen ook waarom een gemeente naar zo’n ultiem middel grijpt. Zonder Bibob had Amsterdam die twee zaken nooit dicht gekregen. Kortom: eindelijk hebben we een middel dat werkt!”

Intimidatie
Staatsraden bevinden zich op grote – en daarmee veilige – afstand van de zich gedupeerd voelende ondernemers. Dat geldt niet voor gemeentebestuurders en ambtenaren. Die worden dan ook veelvuldig bedreigd, weet Salm. “Dan is het: ‘Hoezo trut?’ – vaak zijn het dames bij de afdeling Vergunningen – ‘Jij mij dat papiertje weigeren? Nou, ik weet je wel te vinden!’ Ik heb meegemaakt dat een ambtenaar weigerde om iemand te vertellen dat het Bibob-advies negatief was uitgevallen. Ze riep: ‘Doei, mijn kinderen zitten bij de zijne op de crèche’. Soms monden bedreigingen uit in regelrechte intimidatie. De gemiddelde ambtenaar wordt knap zenuwachtig als hij door een crimineel wordt gevolgd naar de supermarkt.”
Zelf kreeg hij begin jaren negentig, toen hij als stadsdeelvoorzitter stevig de bezem door De Baarsjes haalde, een pistool tegen zijn hoofd – de dader bleek illegaal en werd het land uitgezet. In diezelfde tijd moesten Salm en zijn gezin een tijdje worden beveiligd na een alarmerende telefoontap.
In 1999 greep Hells Angels-baas ‘Big Willem’ van Boxtel Salm bij zijn revers nadat die met gemeentegeld een begeerlijk pand op de Wallen voor zijn neus had weggekocht. “Ik ben helemaal niet blij met je, Salm!” gromde hij. Het gemeentelijke hoofd Veiligheid Ine van Brenk voorkwam erger. “Toe nou Willem, Freek doet alleen maar zijn werk.”

Holleeder
En in café Lexington ontspon zich in 2005 de volgende conversatie tussen Salm en Willem Holleeder, voor wiens vastgoedbelangen ‘Mr. Bibob’ een warme belangstelling had.
Holleeder, ijzig: “Aha, meneer Salm. Wil je wat van me drinken?”
Salm: “Nee, jij krijgt er een van mij, want ik kan het aftrekken van de belasting. En volgens mij betaal jij geen belasting.”
Holleeder: “Jij kost me veel te veel geld”.
Salm: “Ik doe niks, hoor. Ik heb geen enkele bevoegdheid.”
De Heineken-ontvoerder hield zijn handen thuis, maar de spanning in het café was om te snijden.
Zulke incidenten zijn all in the game, zegt Salm. “Als ik me laat intimideren, moet ik ander werk gaan zoeken. Criminelen zijn calculerende ondernemers. Ze weten dat er gezeik van komt als ze mij te grazen nemen. Doorgedraaide éénpitters zijn wél gevaarlijk.”
Dat bleek vorig jaar in Almelo, waar een Turkse restauranteigenaar na een negatief Bibob-advies een wethouder gijzelde. Volgens Salm was dat Bibob-advies overigens ‘niet meer dan de bekende druppel’. “De gemeente was al veel langer bezig die vent weg te pesten. Hij kreeg bijvoorbeeld geen terrasvergunning.”

Seksuele handelingen
Salm geeft graag een rondleiding over de Wallen, waar hij tot 2001 vier jaar rondliep als Wallenmanager. Hij komt net terug uit Amsterdam West. Daar moet hij acht Turkse horecazaken aanpakken. “Een vrouwenhandelnetwerk zet er prostituees neer. Dan kun je de burgemeester vragen om zo’n tent te sluiten wegens prostitutie. Omdat het een lopend project is, mag ik helaas niet in detail treden. Inmiddels zijn er drie zaken dicht; nog vijf te gaan dus.”
De Wallen-tocht begint bij café ’t Stoofje. “Een van de 69 panden die we in mijn tijd hebben teruggegeven aan de stad,” vertelt Salm trots. “Vroeger was het een bordeel. Vlak voor het op de veiling kwam, hebben wij het via via gekocht, voor tweeënhalve à drie ton in guldens per raam. Dat was toen de marktprijs.”
In de Barndesteeg wijst hij op een ‘Thaise massagesalon’. “We zijn al jaren bezig om uit te zoeken of hier seksuele handelingen worden verricht. Daar is een aparte vergunning voor nodig. Maar ja, een rechercheur ‘veldwerk’ laten doen, mag niet. Dat heet uitlokking.”
Hier blijkt dat de Nederlandse wetgeving doorpakken nog altijd lastig maakt. Seksuele handelingen? You bet! Volgens de website Hookers.nl houdt de kwaliteit van het binnen geleverde handwerk niet over. Een recensent klaagt over een ‘mechanische rukbeurt’. Salm: ‘Het laatste jaar rijzen in Amsterdam de massagesalons als paddestoelen uit de grond. Nu zit er zelfs een onder het slaapkamerraam van Hare Majesteit, in de Paleisstraat. Nou, je moet héél wat ruggen masseren voor je de pacht van zo’n A-locatie hebt terugverdiend.”
Salm moet snel een stap opzij doen om niet omver te worden gereden door twee Marokkaanse rattenkoppies op een scooter. “Loverboys,” bromt hij. “Of jongens die werken voor een loverboy. Ze houden bij hoeveel klanten er bij ‘hun’ dames naar binnengaan.”
Hij schudt het hoofd. “Niet dat het hier dertig jaar geleden zo gezellig was, maar toen hadden de Wallen toch nog wel een zekere romantiek. Nu zie ik vooral slachtoffers van loverboys en vrouwenhandelaren. Bijna altijd zijn dat Turken, Albanezen en Bulgaren. Laat Turkije en Albanië alsjeblieft nóóit EU-lid worden; dat Bulgarije en Roemenië erbij zitten, is al erg genoeg. Onder- en bovenwereld lopen in die landen naadloos in elkaar over. Kijk, de meeste meisjes uit Oost-Europa en de Dominicaanse Republiek wisten dondersgoed dat ze hier in de prostitutie zouden belanden. Waar ze géén rekening mee hielden, was dat ze hier zouden worden mishandeld en afgeperst.”
Salm vindt dat politie en justitie veel meer moeten doen om vrouwenhandel te bestrijden. Zo kon de onlangs met de zegen van het Arnhemse gerechtshof gevluchte Turk Saban Baran hier jarenlang ongestoord zijn gang gaan.

Casa Rosso
Hoewel de gemeente er alles aan heeft gedaan om het sekstheater dicht te krijgen, mag ook Casa Rosso door. Financier is ‘Dikke Charles’ Geerts. De voormalige pornohandelaar en raamexploitant is verdacht geweest van alles wat God verboden heeft en was dikke maatjes met topmaffioso Klaas Bruinsma, maar tot een veroordeling kwam het nooit. Daarbij komt dat misdrijven volgens de wet Bibob kunnen verjaren. Salm: “Zo kunnen types waar ruis omheen is uiteindelijk toch Bibob-proof blijken te zijn. Dat botst wel eens met mijn rechtvaardigheidsgevoel, kan ik je zeggen.”
Aangekomen bij Casa Rosso houdt Salm stil. “Even kijken wie er achter de kassa zit. Aha, eigenaar Jan Otten himself.”
Een vijftiger met lang sneeuwwit haar kijkt verrast op. “Meneer Salm! Kom verder!”
Het deurtje van het kassahokje zwaait open. Salm steekt zijn grijze hoofd naar binnen en ziet dat Otten op een tv’tje naar een reportage over Ajax aan het kijken was. “Hoe gaat het nu?” bast de voormalige Wallenmanager. “Mag je door?”
“Ik denk het wel,” klinkt het. “Ze zijn nog wel met Bibob bezig, maar als je na drie jaar nóg niks tegen me hebt, vind je het nooit meer. D’r ís ook niks.”
Salm: “Ik zit er inmiddels ver vanaf, hoor. Draai je een beetje?”
Otten hoest en schudt mismoedig het hoofd. “In de hele stad is het minder. De mensen lopen langs en gaan weer weg.”
Salm knikt begripvol. “Kijke kijke en niet kope. Jan, ik moet door. Veel succes verder.”
Otten, eerbiedig: “Da’s prima, meneer Salm. Leuk u even gesproken te hebben.”
Gezien de aard van Salms werkzaamheden in heden en verleden zou je verwachten dat iemand als Otten hem het liefst naar de strot zou vliegen. Nee dus. Salm, met een grijns: “Jan vindt me een klootzak, maar wel een fáire klootzak”. Navraag bij Otten leert later dat die analyse juist is. “Met het gemeentebeleid ben ik het vaak niet eens, maar Salm en ik zijn altijd volkomen open en eerlijk tegen elkaar geweest. Hij is een heel bijzondere man.”
Durft die bijzondere man ook naar binnen bij het Hells Angels-café Excalibur? “Ja hoor,” zegt Salm in eerste instantie. Maar even later: “Dat moest ik maar niet doen. Je moet weten waar de grens ligt.”

Drugsinformanten
De Hells Angels zijn een heikel onderwerp. “Ik was als Wallenmanager afpersingspraktijken op het spoor. Een Angel kwam elke zondag 150 gulden halen bij een sekshopeigenaar. Zei die man: ‘Kun je niet voor je geld gaan werken?’ Nou, toen was het mis. De politie raadde hem af om aangifte te doen. ‘Te gevaarlijk’. Dus kwam die ondernemer naar mij. Ik beloofde de kwestie ter sprake te brengen in mijn overlegcircuit met de politie. Vervolgens kreeg de sekshopeigenaar twee maanden geen bezoek meer van de Angels. Ik dacht: Jezus, is dit allemaal doorgeluld?! Zijn de Angels gewaarschuwd om een tijdje uit de buurt te blijven?”
“Dus ik naar het hoofd van de Amsterdamse Criminele Inlichtingen Dienst: ‘Help me alsjeblieft van dit rottige gevoel af en zoek low profile voor me uit hoe dit zit’. Werd ik drie weken later bij Ad Smit geroepen, de chef Binnenstad van de politie. Hij snauwde: ‘Jij beschuldigt mijn collega’s van corruptie!’ Smit had een dossiertje van me, rapporten over met wie ik allemaal contact had. Verdomme, dacht ik, word ik nog afgeluisterd ook. Ik zei: ‘Ad, ik acht jouw personeel veel te slim om voor een lullig bedragje dit soort dingen door te lullen. Wel ben ik bang dat er een soort onuitgesproken deal met de Angels is: als jullie het niet doller maken dan zo, hebben jullie van ons geen last.’”
Smit ontkende in alle toonaarden, maar van het gevoel dat er zo’n deal was, is Salm nog steeds niet af. “Kijk, de Angels hadden zo hun nut. Ze zorgden voor een stukje rust op de Wallen, en waren volgens betrouwbare bronnen bij de politie de grootste drugsinformanten van de politie. Het gaat heel ver dat ik dit zeg, maar misschien is die impliciete deal ook wel een van de redenen waarom Justitie er nooit in is geslaagd is om de Angels een echte klap uit te delen. Ik denk dat er in de politieorganisatie veel méér over hen bekend was. De Angels waren ook wel verdomd goed op de hoogte van de aanstaande politieacties.”

Job Cohen
Amsterdam en handhaving: het is niet altijd een vanzelfsprekende combinatie geweest. Salm heeft alle burgemeesters vanaf de jaren zeventig meegemaakt. De eerste was Wim Polak. “Die zag het niet slecht. Hij zei een keer: ‘Freek, we hebben te lang te vaak een argument gevonden om niet te hoeven optreden, met als resultaat dat we een hele wijk moeten terugveroveren’. Dat ging over de Staatsliedenbuurt, waar toen de kraakbeweging de baas was. De opmerking van Polak is een leidraad geworden voor de rest van mijn carrière.”
Daarna kwam Ed van Thijn. “Als vent fantastisch, maar dat multicultigedoe van hem: walgelijk. Hij was een slappe burgemeester. Ik had problemen met criminele illegalen in De Baarsjes. ‘Sorry Freek,’ zei hij, ‘tegen illegalen treed ik niet op. Ik wil niet als illegalenjager de geschiedenis in.’”
“Zijn opvolger Schelto Patijn paste op de winkel en deed dat prima. Amsterdam zit niet te wachten op een Jan Schaefer als burgemeester. Dan krijg je polarisatie, in een stad die al vol potentiële polarisatie zít.”
Daarom onderschrijft de hardliner Salm toch wel enigszins verrassend het uitgangspunt van de huidige burgervader Job Cohen. “Een burgemeester moet de boel een beetje bij mekaar houden. Alleen moet Job af en toe eens wat eerder een streep trekken: tot hier en niet verder. Amsterdam West, de Diamantbuurt, de Westermoskee, gelazer op taxistandplaatsen: Cohen grijpt pas in als het volledig uit de hand is gelopen.”
Salm zou dolgraag aan de slag gaan in de door schietpartijen geteisterde Bijlmer. “Onder onze verantwoordelijkheid is daar een illegale onderklasse ontstaan. Veel mannen zitten in de criminaliteit, veel vrouwen in de prostitutie; de onderkant van de escortbranche. Ze kunnen nu eenmaal niet bij Randstad aan de slag, nietwaar? De kinderen hebben daardoor nul kansen. Die situatie is een belangrijke voedingsbodem voor het geweld. Cohen móet dus aan de bak. We weten dit nota bene al een jaar of vijftien.”
“Mijn plan van aanpak? Eerst brengen we met alle instanties per blok in kaart wie er zou moeten wonen – in de gemiddelde wijk correspondeert dat in een kwart van de gevallen niet met de praktijk, in kwetsbare wijken zelfs in veertig à vijftig procent van de gevallen. Vervolgens gaan we de wijk rond met flyers en luidsprekerwagens: ‘Volgende week maandag gaan we flat voor flat controleren.’ Bij wat je dan tegenkomt aan illegalen, kijk je voor wie er een gedoogregeling in zit, de rest zet je het land uit. Criminele illegalen gooi je er natuurlijk sowiesó uit. Alles onder de zestien jaar wat maandag om 11.00 uur rondloopt op straat, vat je in de kraag: ‘Op welke school hoor jij?’”
Je mag het natuurlijk niet bij die ene controleronde laten, waarschuwt Salm. “Nee, je moet elk half jaar de thermometer in die wijk steken. Anders begint het gedonder gewoon weer opnieuw.” Maar hij vreest het ergste. “Zoals ik al zei: het lerend vermogen van de overheid is nihil.”

Gezwabber
Misschien wordt het beter als Eberhard van der Laan het voor het zeggen krijgt. Salm noemt de huidige minister van Wonen, Wijken en Integratie ‘de hoop van de PvdA’. “Nu zwabbert de partij in tal van dossiers alle kanten op. Wouter Bos moet zijn laatste kans pakken en weer in de Kamer gaan zitten. Eberhard is een razendsnelle denker die ook in gewone mensentaal kan praten. En hij is net als ik hard voor wie wel kan maar niet wil. Je moet gewoon kunnen zeggen: ‘Ik sloof me te pletter voor je uit, maar je doet niet mee. Er gaan elke dag vliegtuigen, is het niet beter dat je opkrast?’ Juist de PvdA moet daar als volkspartij heel helder in zijn.”
Volgt een persoonlijke ontboezeming: “Na mijn echtscheiding, in 2006, was ik zo blut dat ik al mijn lidmaatschappen heb wegbezuinigd, dat van de PvdA incluis. Inmiddels kan ik me de contributie weer permitteren. Toch wacht ik nog even. Ik ben PvdA’er in hart en nieren, maar ik zie tot dusver weinig reden om weer lid te worden. Niemand heeft me daar ook toe opgeroepen trouwens. Ziehier de betrokkenheid van ‘mijn’ PvdA.”

‘Mr. Integratiedebat’ Paul Scheffer is ook over de grens een veelgevraagd spreker. On the road met een ondeugende positivo. ‘Geef Wilders weerwoord! Het conflict is een teken van integratie, niet van mislúkte integratie.’

door Boudewijn Geels

(gepubliceerd in HP/De Tijd, 13 maart 2009)

Ook bij het Amsterdamse Gerechtshof hebben ze er niets van begrepen. Terwijl de intercity de Belgische grens passeert, vist Paul Scheffer een notitieboekje en een leesbril uit zijn tas. Hij zoekt naar zijn aantekeningen over de oekaze van het Hof waarin staat dat Geert Wilders moet worden vervolgd wegens haatzaaien.

De publicist en wetenschapper, die tot dan toe op ontspannen wijze een soort minicollege had gegeven, klinkt plotseling oprecht verontwaardigd. “Hier heb ik het. Het hof verwijt Wilders, ik citeer, ‘eenzijdige, sterk generaliserende formuleringen met een radicale strekking’.” Scheffer kijkt op van zijn boekje. “Nou, zulke formuleringen komen we wel vaker tegen in de politiek, lijkt me. Heel veel onderdelen van de partijprogramma’s van de SP, GroenLinks, de ChristenUnie en de SGP kun je onder die noemer vatten.”

Hij leest verder. “Het hof stelt dat je best kritisch mag zijn, maar, komt-ie, ‘een uitzondering moet worden gemaakt voor beledigende uitspraken waarin een relatie met het nazisme wordt gelegd’.” (Wilders vergeleek de Koran met Mein Kampf, BG) Scheffer schudt verbijsterd het hoofd. “En al die antifascismecomités dan die van die vergelijking leven? Gaan we ook die verbieden? Hoe vaak ík al niet in een extreem-rechtse hoek ben geplaatst.”
Kern van de zaak volgens Scheffer: “Het gefulmineer tegen de islam van iemand als Wilders heeft een functie. Bied zo’n man weerwoord! Vecht het uit! Het conflict is een teken van integratie, niet van mislúkte integratie.”

Al honderden malen heeft hij zijn verhaal gehouden, maar het verrast hem altijd weer wat mensen er wel en niet uit oppikken. Neem de kopstukken van ‘zijn’ PvdA. Komend weekend verdedigen ze op het partijcongres in Utrecht hun integratienota. Het document is een gemiste kans, oordeelt Scheffer. “De essentie ontbreekt.”
Dat steekt hem des te meer omdat hij de opstellers vooraf nog uit de doeken had gedaan hoe hij tegen het onderwerp aankijkt. Toen zag hij iedereen nog instemmend knikken.

Scheffer verwacht niet dat de partij in Utrecht uit de impasse zal komen, maar ach, hij ziet wel wat er uitkomt. Hijzelf is dan op weg naar Gent voor een debat met de omstreden moslimfilosoof Tariq Ramadan. Veel leuker en bevredigender.

Het maken van de afspraak ging als volgt. De 54-jarige hoogleraar Grootstedelijke Problematiek: “Je wilt dus mee naar een debat in het buitenland? Mij best, keus genoeg. Volgende week maandag zit ik bijvoorbeeld in Genk en woensdag in Kortrijk. Is dat misschien iets?”

Wat gaat er precies gebeuren in Kortrijk?

“Geen idee. Wacht, ik zal het even googelen.”

Moet u googelen wat u in Kortrijk gaat doen?

“Ja. Ah, hier heb ik het. Ik ga, staat hier, een lezing geven over ‘De open samenleving en haar migranten’. De organisator is een onderwijsinstelling, KATHO.”

Klinkt prima. Kortrijk dus.

“Hm, wacht even, ik vind het leuk, maar als je dan toch mee wilt naar het buitenland dan is dit is misschien wel een beetje provinciaal. Twee weken geleden zat ik in Tel Aviv, dat was razend interessant. De 24ste moet ik naar Berlijn voor een debat met Grünen-voorzitter Cem Özdemir. Is dat niet veel leuker?”

Ayaan Hirsi Ali
De lijst van buitenlandse politieke partijen en organisaties die Scheffer uitnodigden, is lang en gevarieerd. Het bewijst dat de Amsterdammer net als Ayaan Hirsi Ali is uitgegroeid tot een internationale autoriteit. Zijn in 2007 verschenen boek Het land van aankomst, dat in Nederland aan zijn twaalfde druk (ruim 35.000 verkochte exemplaren) toe is, is inmiddels ook verschenen in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. Engeland, VS, Denemarken en Polen zullen volgen.

Scheffer kent Hirsi Ali goed; begin dit millennium behoorden beiden tot de rechtervleugel van de PvdA. Hirsi Ali liep over naar de VVD. Scheffer bleef PvdA-lid, maar stemde bij de laatste parlementsverkiezingen op de steile protestant Piet Hein Donner van het CDA, zijns inziens een veel ‘echtere’ politicus dan de ‘gemaakte’ Wouter Bos.

Zowel Hirsi Ali als Scheffer schuwt de harde diagnose niet. Er is echter één belangrijk verschil: Hirsi Ali meent dat een intolerant geloof als de islam en een vrije, seculiere Westerse samenleving nooit kunnen samengaan. Scheffer veronderstelt dat dat uiteindelijk, als de kruitdampen zijn opgetrokken, wel degelijk mogelijk zal blijken.
Hij verkondigt, kortom, een boodschap van optimisme. Van hoop.

Schelmachtig

Vanavond zal hij dat doen in het Belgische Kortrijk. Scheffer reist zoals altijd per trein, eerste klasse. Hij heeft geen rijbewijs. In de trein kun je nog eens rustig een boek lezen en wegdommelen met Mozart en Duke Ellington op

Een uur geleden kwam hij aansloffen op spoor 13 van Amsterdam CS. Vale blauwe spijkerbroek, zwart colbertje, zwarte overjas. Een jongensachtige verschijning. Brede grijns: “Zo zo, dit lijkt wel een schoolreisje. Heeft iedereen zijn krentenbollen mee?”

Hij doet gemiddeld twee van dit soort ‘schoolreisjes’ per week. Zeshonderd euro toucheert hij vanavond. “Normaal krijg ik 750 tot duizend euro – onderwijsinstellingen zitten nooit zo ruim bij kas. Maar vaak genoeg vraag ik niks, zoals onlangs bij een Marokkaanse vereniging in Utrecht of in een kerk in Slotervaart.” Ook heeft de organisatie een hotel voor hem geregeld. Weer die grijns. “Hopelijk bestaat er in Kortrijk zoiets als een nachtleven.”

Het is een grapje, maar toch ook weer niet. Behalve een devoot wetenschapper die zo ongeveer een boek per dag consumeert, is Scheffer ook een bon vivant. Een vriend omschreef hem in dit weekblad ooit als ‘een schelmachtige figuur die na een paar biertjes gaat belletje trekken’.
Helaas kunnen zijn reisgezellen dat vanavond niet proefondervindelijk vaststellen. Zij moeten wél terug naar Amsterdam.

Scheffer heeft zich niet speciaal op zijn optreden in Vlaanderen voorbereid. “Alleen al sinds de verschijning van Het land van aankomst heb ik zo’n 140 lezingen over migratie en integratie verzorgd. Een half uur concentratie voordat ik straks op moet, is voldoende.”

Het multiculturele drama
Mr. Integratiedebat, zo kan Scheffer sinds 29 januari 2000 gerust worden genoemd. Die dag publiceerde hij, in NRC Handelsblad, zijn geruchtmakende pamflet Het multiculturele drama.
Een linkse denker die kanttekeningen plaatste bij het multiculti-ideaal, dat was wat in die dagen. Niet alleen PvdA-dinosaurussen als Ed van Thijn vonden dat Scheffer veel te ver was gegaan, VVD-leider Hans Dijkstal riep dat ook. Toen meldde Pim Fortuyn zich aan het front en de rest is geschiedenis.

Nadat de LPF zichzelf had opgeblazen, benadrukten de gevestigde partijen zo vaak mogelijk dat ze veel van de Fortuyn-revolte hadden geleerd. Een ‘nieuwe Fortuyn’ was, kortom, niet nodig, luidde de impliciete boodschap van Jan Peter Balkenende, Wouter Bos (die met het ‘hebben’ van ‘een’ Scheffer ging koketteren) en toenmalig VVD-leider Jozias van Aartsen.

Er is kennelijk iets gruwelijk misgegaan. Op 1 maart kwam Geert Wilders’ PVV in de peilingen van Maurice de Hond met 27 zetels als grootste partij uit de bus. Wilders-haters zagen tot hun opluchting dat ook diens tegenvoeter Alexander Pechtold van D66 er met negentien virtuele zetels uitstekend voor stond.
Op zulke momenten lijkt het wel alsof het land in twee kampen verdeeld is: zij die ‘de moslims’ een groot gevaar vinden en zij die roepen dat het reuze meevalt met de problemen in de multiculturele samenleving. Het lijkt net voetbal: iedereen weet hoe het zit.

Deskundig
Zelfs zijn grootste tegenstanders zullen niet durven betwisten dat weinig mensen zo ter zake deskundig zijn als Scheffer. Het contrast met iemand als NRC-columnist Frits Abrahams is groot. Abrahams, woonachtig in de Amsterdamse grachtengordel, kuierde afgelopen september een middagje door Amsterdam-West. Hij werd niet bedreigd. Wel zag hij oude moslimmannetjes vreedzaam op een bankje zitten. Abrahams’ conclusie: er is niets aan de hand in West.

Nee, dan Scheffer. Als negen jaar lang praat hij over niets anders dan over migratie en integratie, op scholen, in moskeeën, bij vakbonden en in NOVA. “Ik snak onderhand naar de dag dat ik eens níet op dat onderwerp word aangesproken,” bekent hij ter hoogte van Antwerpen.

Hij beziet het geklungel van de Nederlandse politici met een mengeling van ergernis en verwondering. Het is hem bijvoorbeeld een raadsel waarom de andere partijen Geert Wilders niet op adequate wijze van repliek dienen. “Zo ingewikkeld is dat niet. Wilders doet zelf een beroep op de vrijheid van meningsuiting en roept tegelijkertijd dat de Koran moet worden verboden. Dat gaat dus niet samen. Punt.”

Alexander Pechtold

“Het omgekeerde geldt uiteraard ook: als moslims godsdienstvrijheid opeisen, moeten ze die ook willen gunnen aan de critici van hun geloof. Pechtold, het spiegelbeeld van Wilders, laat na hen daarmee te confronteren. Pechtold is de meest welsprekende van al die politici – Ruud Lubbers is er ook zo een – die denken: kan Nederland niet gewoon weer worden zoals het was vóór Fortuyn? Nee dus, daarvoor is er met twee moorden te veel gebeurd. En grootschalige immigratie verandert een land nu eenmaal ingrijpend.”
Dat horen mensen niet graag, weet Scheffer. ‘Laatst riep een CDU-politicus: ‘Aber Herr Scheffer, ich wíll gar nicht das Deutschland sich ändert!’ Ik zei: we veranderen, alleen al omdat de moslims hier zullen blíjven.”
Hij herhaalt zijn mantra nog maar eens: “We moeten door het conflict héén. Pechtold en Lubbers willen terug naar de oude cultuur van conflictvermíjding. Het interessante aan Fitna was nou juist dat de posities veranderden. Een moskee in Gouda gooide zijn deuren open voor iedereen. Zo van: kom dan maar eens kijken hoe het hier is. Uiteindelijk voelde Wilders zich gedwongen de moslims te complimenteren met hun beheerste reactie op zijn film. Daar moet een rechter zich niet mee bemoeien.”

Gedoogcultuur
Scheffer is weliswaar PvdA-lid, maar hij laat zich door niemand annexeren. Hij benadrukt dat de cultuur van het gedogen Nederland tot een onveiliger en dus onvrijer land heeft gemaakt, en verschilt met de PvdA van mening over dubbele paspoorten. Scheffer vindt deze geen probleem, behalve in ‘specifieke functies wanneer er sprake kan zijn van conflicterende belangen’.
“Staatssecretaris van Justitie Albayrak had gezien haar portefeuille haar Turkse paspoort moeten inleveren. Anders dan Ahmed Aboutaleb kón ze dat ook.”

Bovendien hekelt hij het voorstel van PvdA-coryfee Ahmed Marcouch om islamonderwijs te geven op openbare scholen in Amsterdam-Slotervaart. Fel: “Marcouch zegt dat moslimkinderen anders zullen radicaliseren op schimmige koranschooltjes. Als je mensen zo voor een keuze plaatst, is dat vorm van chantage. De scheiding tussen kerk en staat is fundamenteel.”

Tegelijk pleit Scheffer er voor moskeeën niet langer weg te stoppen op industrieterreinen. “De vrijheid van godsdienst is een groot goed. Moslims moeten zo veel moskeeën kunnen bouwen als ze willen, waar ze dat willen.”

Hij gelooft dus heilig in het principe van de uitruil, of zoals hij het noemt wederkerigheid. “Misschien nog wel meer dan autochtonen verdelen moslims de wereld onder in wij en zij, in moslims en niet-moslims. Als moslimjongeren klagen dat ze worden gediscrimineerd op de arbeidsmarkt, zeg ik: jullie hebben een punt, maar kunnen we het dan ook over de ongelijke behandeling van gelovigen en ongelovigen of van mannen en vrouwen hebben? Dan voelen ze zich op z’n minst een beetje schaakmat gezet.”

Maar dat van die vrouwen en homo’s staat toch gewoon zo in de Koran? Niks aan te doen dus. Toch houdt Scheffer vol: “En ik merk dat er genoeg jongeren zijn die over zulke dingen willen nadenken.”

Grootvader

Op het weinig sprankelende station Kortrijk kijkt Scheffer opgetogen om zich heen. “Kortrijk, Genk, Wilp: anders kóm je toch nooit in zulke plaatsen? Meerdere keren heb ik serieus overwogen om in de politiek te gaan. Maar als ik hier in alle vrijheid ronddwaal, weet ik zeker dat ik er niet geschikt voor ben. Al die vergaderingen, nooit meer helemaal zelf kunnen bepalen wat je zegt of schrijft. Kom, we gaan een eetcafeetje zoeken.”

Het wordt het Theaterkaffee, gelegen aan een pittoresk plein. Scheffer bestelt garnalenkroketten en een glas witte wijn. “Als mijn hotel hier in de buurt zit, komt het vanavond wel goed.”

Al peuzelend vertelt hij dat hij samen met documentairemaker René Roelofs werkt aan een film over immigratie in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog. “Er komt ook een serie tv-programma’s voor de IKON. Ja, een beetje à la In Europa. René en ik hebben al prachtige archiefbeelden gezien. De eerste Surinamers in de Bijlmer, de krottenwijken rond Parijs in de jaren zestig; zo’n reis in de tijd is geweldig. Ik zal proberen niet telkens in mijn voice-over zeggen: ‘Tjongejonge, wat waren die mensen toen naïef.’ En ik ben nu bezig met een boek over het leven van mijn Duitse grootvader. Hij kende Thomas Mann en Stefan Zweig, dus het boek zal ook over Duitse literatuur gaan.”

Haat-liefdeverhouding
En nu graag nog even over de integratienota van de partij waarmee hij sinds jaar en dag een haat-liefdeverhouding heeft, de PvdA. Scheffer slaakt een zucht en doet vervolgens zijn plicht. Het goede aan de nota is dat de problemen in de multiculturele samenleving duidelijk worden benoemd, zegt hij. Het slechte eraan is dat het centrale idee van de wederkerigheid ontbreekt.

“Ella Vogelaars opvolger Eberhard van der Laan zei tegen me: ‘Die migranten zijn naar óns toegekomen. Dan moeten zíj zich toch meer aanpassen?’ Ik begrijp dat wel, maar ik heb er mijn hoop op gevestigd dat de schok van de immigratie ook de ontvangende samenleving aanzet tot zelfkritiek. We zitten nu middenin die zoektocht: hoe gaan we om met onze vrijheden? Je mag niet tolereren dat mensen die een neutrale overheid vertegenwoordigen geen vrouwen de hand schudden of geen homo’s trouwen, maar verder mogen mensen in een open samenleving kiezen voor een gesloten wereldbeeld. Imams moeten kunnen zeggen dat ze homoseksualiteit een afschuwelijke levensstijl vinden, zoals Wilders de ruimte moet krijgen om de Koran met Mein Kampf te vergelijken.”


Scheffer huivert van zinnen in de PvdA-nota als dat migranten ‘zonder voorbehoud’ voor Nederland dienen te kiezen. “Je moet altijd een kritische distantie houden ten opzichte van de samenleving.”

“Ik denk dat die nota uiteindelijk nogal haastig in elkaar is gezet. Dat er onvoldoende nagedacht is over de formuleringen. Ik vind het eigenlijk nogal amateuristisch, en dat na zoveel jaar van debat over zo’n wezenlijke kwestie.”

Heeft de partij hem dan niet gevraagd of hij ook het eindresultaat nog even onder de loep wilde nemen? “Nee. Of ik dat gedaan zou hebben?” Scheffer denkt even na en haalt dan de schouders op. “Waarom niet?”

Het is echter maar zeer de vraag of er een tekst te maken was geweest die én de ‘rechtse’ Wouter Bos én het ‘linkse’ Tweede-Kamerlid Paul Kalma én Scheffer had bekoord. Onder druk van multiculti-adepten als Kalma heeft de partijtop de nota inmiddels van zijn scherpste randen ontdaan. Toch zal er komend weekend op het congres in Utrecht nog stevig over worden gediscussieerd.

Industrieterrein

“Jezus, dit is natuurlijk veel te groot!” Geschrokken staart Scheffer naar het reusachtige auditorium waar hij zo zijn lezing moet geven. Er passen zeker zevenhonderd mensen in, wat betekent dat de zaal straks voor nog geen kwart gevuld zal zijn. De locatie zelf valt ook al tegen. KATHO is gevestigd op een soort industrieterrein. Ook Scheffers hotel bevindt zich kilometers buiten het gezellige centrum van Kortrijk.

Het zij zo. Scheffer zondert zich een tijdje af in een hoek van de zaal en laat zich dan aankondigen als ‘Pol Sjeffer, de man die het integratiedebat in Nederland op gang bracht’.

Zijn verhaal is een soort samenvatting van Het land van aankomst. Hij maakt lange zinnen met veel komma’s. Sommige studenten – ze zijn op een enkele uitzondering na lelieblank – slaan aan het droedelen. Tot een echt debat komt het niet. De vragenstellers, allen docent, zijn het namelijk roerend met Scheffer eens. “Is het uiteindelijk niet toch een assimilatieverhaal?” is de scherpste vraag. “Nee,” zegt de Nederlandse hoogleraar, “want dan zouden de moslims hun godsdienst moeten afzweren.”

‘Best wel boeiend’

Studente Sophie vertelt na afloop dat ze Scheffers verhaal ‘best wel boeiend’ vond. “Al praatte hij wel een tikje monotoon.” Heeft ze Het land van aankomst gelezen? “Neuh. Het staat wel op de lijst van verplichte literatuur, maar ik ben pas eerstejaars. Wij zijn nog maar net begonnen met discriminatie.”

Na zijn lezing vervoegt Scheffer zich in de bar van de school. Het was geen vuurwerk vanavond, erkent hij tussen twee teugen bier door. “Vlaamse studenten zijn doorgaans vrij timide. Toch blijf ik ook na al die keren nog nieuwsgierig waar ik terechtkom.”

Wat gaat hij nu doen? Opgewekt: “Straks naar mijn hotel, maar nu nog niet. Deze bar is nog drie kwartier open.”

Ajax heeft een begroting van 65 miljoen euro, die van AZ is 25 miljoen. Boven de ArenA hangt permanent een zwarte rookpluim, in Alkmaar is het al jaren rustig. Ajax staat vierde, AZ is de trotse koploper. Wat is het geheim van AZ? Of moeten we zeggen: wie? Een fan van het eerste uur gaat op onderzoek uit.

door Boudewijn Geels

(gepubliceerd in HP/De Tijd, december 2011)

Het kan niet.
Je kunt niet eerst kampioen worden, enkel en alleen doordat een of andere rijkaard tientallen miljoenen in je club pompt, en daarna, nadat de suikeroom helemaal en jij bijna failliet zijn gegaan, gewoon weer bovenaan staan.
De middenmoot, hoogstens de subtop – meer zit er met je gekrompen budget niet meer in. Met een beetje pech is het verval niet meer te stuiten en degradeer je uiteindelijk. Dat heb ik eerder zien gebeuren bij AZ. Destijds, in 1981, waren het de gebroeders Molenaar van warenhuis Wastora die de club kampioen maakten. Daarna bouwde Wastora de steun af, en als een betalende ramptoerist zag ik AZ steeds verder afglijden – in 1988 zelfs naar de eerste divisie.
Tweeënhalf jaar geleden deed cowboybankier Dirk Scheringa Alkmaar juichen. Wat was de stad blij met de sympathieke selfmade miljonair.
Ik ook. Prima vent, die Dirk. Ik had eind 2007 nog bijna een hypotheek bij hem afgesloten. Alleen omdat de innemende DSB-adviseur Esther – ze was twee keer bij me op bezoek geweest – op decision day niet bereikbaar was, koos ik voor de Postbank.
Soms moet je een beetje geluk hebben in het leven.
Toen DSB in oktober 2009 failliet ging, werd een curator de baas bij AZ. Mijn cluppie zou het in het vervolg gewoon weer moeten hebben van jonkies, gescout op de amateurvelden van Heerhugowaard, en van goedkope Scandinaviërs. Daar kun je best een keer vijfde mee worden, als alles meezit. Maar in geen geval kun je er maandenlang mee boven Ajax en PSV staan, clubs met een dik tweemaal zo hoge begroting, laat staan dat je een serieuze kampioenskandidaat kunt zijn.
Toch is dat wat er nu gaande is in Alkmaar. En dus is de vraag: hoe kán dat?

Donderdag 17 november, kwart over tien. De mist hangt als een klamme deken boven het AZ-stadion. Op het trainingsveld voor de hoofdingang is niemand te zien. Dat is gek, want op de clubwebsite staat dat het eerste elftal hier om 10.15 uur zal trainen. Trainer Gertjan Verbeek staat bekend als een liefhebber van stiptheid.
Ik pak de roltrap naar de receptie, die wordt bevrouwd door één medewerkster – haar collega is na het faillissement van DSB wegbezuinigd. Ik tref het, perschef Daan Schippers staat daar toevallig ook. Afspraken met clubmensen komen altijd tot stand via bemiddeling van de perschef. Maar ik heb Schippers niets gevraagd. Wat doe ik hier dan, zie je hem denken.
Ik leg hem uit wat ik kom doen.
“Oké.”
Kan hij interviews met clubbestuurders regelen?
“Ja. Maar Verbeek geeft geen interviews. Wel geeft hij elke vrijdagmiddag een persconferentie. Morgen is het vrijdag.”
Wil Schippers alvast iets belangwekkends zeggen?
De perschef kijkt bedenkelijk.
Ik stel wat vragen, onder meer over de verrassende benoeming van oud-AZ-trainer Louis van Gaal tot algemeen directeur van Ajax – boven de Amsterdam ArenA hangt sinds gisteravond een enorme paddenstoelwolk.
Schippers doet zijn uiterste best om niets belangwekkends te zeggen. Dat weet hij zelf ook. “Diplomatiek ben ik, hè?”
Hij glimlacht er schuldbewust bij.

Bolides
Buiten loop ik over de parkeerplaats voor de spelers. Tweeënhalf jaar geleden stonden hier louter bolides van het soort waarmee vooral Ajacieden graag zo langzaam mogelijk voor tv-camera’s heen en weer rijden. Nu zijn de duurste wagens twee Audi’s A5. Tja, in Scheringa’s tijd was het salarisplafond naar verluidt een miljoen, nu ‘slechts’ vijf ton.
Voor het bordje ‘Technische staf 1’ staat een kolossale fourwheeldrive, een Audi Q7. Op de bijrijdersstoel ligt een flesje Spa blauw. Dat de asceet Gertjan Verbeek cola zou drinken is een absurde gedachte.
Tien minuten later slenteren de spelers richting trainingsveld. Assistent-trainer Martin Haar laat ze vast warmlopen. Na vijf minuten verschijnt ook Verbeek. Hij heeft zijn handen diep in de zakken van zijn lange jas gestoken en kijkt nors.

De enige toeschouwers zijn twee jongens van een jaar of twintig, een met rood haar en een ander met stekels. Ze behoren tot de Ben Side, de harde supporterskern, en komen hun ticket voor het stadion van Malmö FF halen. AZ speelt over twee weken tegen de Zweden in de Europa League.
Via AZ kan een geheel verzorgde reis worden geboekt. “No way,” zegt Stekel gedecideerd. “Laatst konden we met zo’n reis naar Wenen. Kosten: 355 euro per man. Met de bus! We kregen er zowaar één hotelovernachting bij.”  Zijn vriend knikt. “Doen we dus niet. Nu gaan we met twee negenmansbusjes. Kratten bier erin en klaar.”
Stelt het nog wat voor tegenwoordig, dat hardekernsupporter zijn? In de jaren tachtig vonden er in en rond het oude stadion De Hout hele veldslagen plaats. Logisch nadenken was toen nog streng verboden in Alkmaar. Het vak voor de vijandelijke supporters grensde aan de lange staantribune, waar de Ben Siders stonden – het zware vuurwerk vloog elke wedstrijd over en weer. Dus creëerde de club een vak voor de Ben Side aan de overzijde. Maar tot verbazing van het bestuur bleven de AZ-hoolies toch liever op hun oude stek, gezellig dicht op de collega-matjes uit Amsterdam/Utrecht/Den Haag. Die werden na afloop door de ME terug naar het NS-station geleid, een wandeling die de AZ- fans alle gelegenheid bood om de gasten eens fijn te stenigen.
Stekel en Roodhaar horen het allemaalmet glinsterende ogen aan. “Neuh,” zegt de eerste dan sip, “dat kan allemaal niet meer. Club en politie hebben alles volledig onder controle.”

Recht door zee
We kijken naar de training. Spits Charlison Benschop knalt de ene na de andere voorzet in het doel. “Hij ken het dus wel, scoren,” zegt Roodhaar droogjes. Het is een verwijzing naar de uitwedstrijd tegen Ajax, waarin Benschop geweldige kansen vermorste. Had hij er een benut, dan was de voorsprong op PSV (dat dit jaar een miljoenensteun van de gemeente Eindhoven ontving) en Ajax nu acht en veertien punten geweest in plaats van zes en elf.
Verbeek vinden beide hardekerners ‘een stuk chagrijn’. Ze vrezen dat zijn trainingsmethodes – de ex-amateurbokser is dol op krachttraining – vroeg of laat hun tol zullen eisen. AZ straks kampioen? De twee moeten het nog zien.
Het ‘stuk chagrijn’ laat zijn selectie pal voor de neus van de supporters een rondootje doen, een klassieker op de Nederlandse trainingsvelden. De spelers vormen een cirkel en spelen de bal razendsnel naar elkaar over. Degenen in het midden moeten de bal zien te onderscheppen. Tik tik tik, het gaat razendsnel. Verbeek ziet met een nauwelijks waarneembaar glimlachje dat de fans – hun aantal is gegroeid tot zes – bewonderend toekijken.
“Hee, er komen steeds meer ex-volleyballers aanwaaien hier!” schreeuwt Verbeeks assistent Martin Haar opeens. Drie meter achter ons steekt oud-international Peter Blangé grijnzend zijn hand op en vervolgt zijn gesprek. Naast hem staat een man in AZ-trainingspak. Ik besluit de conversatie af te luisteren.
Blangé: “… en dat valt natuurlijk ook anderen op. Maar ja, zoveel topfuncties zijn er niet te vergeven in de sport. En hij kan niks met dat politieke gekonkel bij een club als Ajax. Daar is-ie veel te recht voor z’n raap en recht doorzee voor.” “Klopt,” beaamt het trainingspak. Dan sloffen de twee richting de hoofdingang.
Mag HP/De Tijd Blangé ook iets vragen? De spelverdeler van de gouden olympische volleybalploeg van 1996 schudt het hoofd. “Nee. Ik ben hier incognito.”

Van Gaal
In de enorme persruimte van AZ – kom maar op met die WK-finale, dacht Scheringa – hebben zich een dag later negen journalisten verzameld. Ze drinken koffie en eten cake. Een paar meter voor hen zit Verbeek klaar voor zijn vaste vrijdagpersconferentie. Hij zit niet op het podium, maar hangt onderuitgezakt in een stoel die hij drie meter voor de journalisten heeft geposteerd.
De eerste vragen gaan – voetbaljournalisten zijn gewoontedieren – over de komende wedstrijd. De 49-jarige Verbeek hoort nu op ernstige toon te zeggen dat tegenstander Excelsior ‘niet mag worden onderschat’ en, hoewel laatste op de ranglijst, een ‘gevaarlijke ploeg’ is.
Verbeek zegt: “Excelsior heeft niet één speler die in dit AZ kan spelen. En dat kun je zelfs doortrekken naar de reservebank.”
Gewoon inmaken die handel dus. Fijn.
“Mits het ook mentaal goed blijft zitten,” tekent Verbeek daar wel bij aan.
Even later volgt de onvermijdelijke vraag over Ajax, de club waar Louis van Gaal, met AZ kampioen geworden in 2009, sinds eergisteren als splijtzwam fungeert. Verbeek hoort nu te zeggen dat hij niks over andere clubs gaat zeggen, en dus ook niet over Van Gaal.
Verbeek zegt: “Louis toont weer eens dat hij het goed met AZ voor heeft.”
Daar zijn de journalisten even stil van.
“Ja, dat is een nadenkertje hè?”
De journalisten grinniken.
“Louis zorgt weer voor commotie in Amsterdam. Verdeeldheid binnen een club is nooit goed.”
Verbeek vraagt de verslaggevers om ‘nou ’s vijf goeie algemeen directeuren te noemen in voetballand’.
“Bij AZ zit er een,” zegt iemand.
Verbeek knikt. “En noem er nou nog maar eens vier.”
De oproep blijkt retorisch bedoeld.
“Denk je dat Van Gaal eenzelfde soort algemeen directeur zal zijn als die van jullie?” vraagt een journalist. Verbeek schudt van nee. “Louis is sowieso een heel ander mens. En bij AZ mogen directieleden geen trainersdiploma hebben, anders is het risico veel te groot dat ze zich met de opstelling gaan bemoeien. Ik voorspel je: Van Gaal kan straks heus zijn mond niet houden. Als hem wordt gevraagd wat hij van de wedstrijd vond, zegt hij wat hij van de wedstrijd vond.”
Verbeek moet hardop lachen terwijl hij dat zegt.

Ajax-taferelen
Na afloop bekent Telegraaf-verslaggever Sieb Oostindië dat AZ hem verbaast. “Veel gerenommeerde spelers zijn vertrokken, maar dit elftal staat prima in de steigers.  Nu blijkt opnieuw dat Gertjan ontzettend goed is met jonge spelers. Bij Feyenoord moest hij in 2009 weg omdat de oudere vedetten hem te dominant vonden. Ze wilden ook niet steeds het krachthonk in. De spelers van AZ willen wél in zichzelf investeren. Iedereen is dan ook topfit.”
Het maximale uit jonge voetballers halen is ook Van Gaals specialiteit. In die zin hebben hij en Verbeek dus veel gemeen? Oostindië knikt. “Maar Louis was veel onberekenbaarder, ook richting de spelers. En hij hamert graag op normen en waarden, maar zelf… In 2007 bedreigde AZ’s reservekeeper Khalid Sinouh me met de dood. Scheringa bood ter bescherming zijn privéleger aan, Van Gaal heeft er nooit een woord over gezegd. Wel snauwde hij drie dagen later, toen een collega hem een kritische vraag durfde te stellen: ‘Godverdomme, wéér die Telegraaf!’”
De reporter schudt minachtend het hoofd. “Dan heb ik Gertjan toch een stuk hoger zitten.”
Echter, de belangrijkste verklaring voor het huidige succes van AZ is, zegt hij, niet zozeer Verbeek, als wel de beheerste wijze waarop de club wordt bestuurd. Toen Van Gaal een seizoen lang bar slecht presteerde, mocht hij gewoon blijven. Het jaar erop werd AZ kampioen. Zelfs toen DSB omviel bleef het rustig, zegt Oostindië. “Ajax-taferelen hoef je hier niet te verwachten.”
Maar AZ moet het nu wel doen zonder de miljoenen van Scheringa. Kan AZ de titelrace dan wel tot het einde van het seizoen volhouden, en mogelijk zelfs winnen? Oostindië, na enig nadenken: “Misschien wel. Mits er in de winterstop geen belangrijke spelers vertrekken.”

Frietkot
Het bezoek aan Woudestein, het stadionnetje van Excelsior, zorgt zondag 20 november voor een déjà vu; o ja, zó was het in de Alkmaarderhout voor in 2007 Scheringa’s mini-ArenA in gebruik werd genomen. De lage tribunes in een strakke rechthoekvorm rond het veld, het walmende frietkot, het aandoenlijke bedanken door de stadionspeaker van de kennelijk in grote getale opgekomen leerlingen van ‘basisschool Het Pluspunt’. En, alsof hij het zelf nauwelijks kan geloven: “De samenvatting van de wedstrijd is vanavond te zien in Studio Sport.”
Bij de ingang ontwaar ik NEC-trainer Alex Pastoor. Hij had verkering met het mooiste meisje uit mijn middelbareschoolklas en kwam vroeger vaak kijken bij AZ. Vorig seizoen coachte hij Excelsior. “Ha trainer!” roept een steward opgetogen. “Hee, hoe is het?” zegt Pastoor net zo blij terug. Handen ploffen op schouders. Alex is nog steeds de sympathieke (en rimpelloze) boy next door van 1986.
Ik denk terug aan de Louis van Gaal van 1986. Dat jaar begon hij zijn trainerscarrière, bij AZ. Ik ging soms kijken bij zijn trainingen, en weet nog hoe beducht de spelers toen al waren voor de man die kort daarvoor nog hun matig getalenteerde ploeggenoot was. Thuis heb ik een videoband waarop Hugo Walker de man met het waggelende loopje aan flarden commentarieert. “Knoeiwerk van Louis van Gaal,” bromt Hugo na weer een mislukte pass.
Over diezelfde Van Gaal gaat het nu, 25 jaar later, al de hele dag bij Ajax, waar de Ledenraad vergadert over zijn onverwachte  benoeming tot algemeen directeur. Een ‘bijl in de rug van Johan Cruijff,’ is de aanstelling  genoemd. Van klungelende middenvelder bij AZ tot aartsvijand van De Verlosser; niemand kan ontkennen dat Van Gaal het ver heeft geschopt.
De wedstrijd Excelsior-AZ slaat nergens op. De mist is zo dicht dat geen toeschouwer er iets van meekrijgt. In de rust – de stand is nog steeds 0-0 – neemt de scheidsrechter alsnog de beslissing die hij een uur vóór de wedstrijd al had moeten nemen: hij blaast de zaak af.
Verbeek reageert stoïcijns: “Ik vroeg aan de jongens aan de andere kant: ‘Hoe gaat het bij jullie?’ Ik had er namelijk niks van gezien.” De coach hoopt dat de wedstrijd in zijn geheel zal worden overgespeeld. Helaas, de KNVB beslist anders: AZ moet op 7 december voor slechts 45 minuten terug naar Rotterdam.

Aanvaardbaar
“Nee, we bieden spelers niet het hoogste salaris. En volgens jou ook niet de leukste stad?” De ogen van Earnest Stewart (42) vernauwen zich. “Jij zegt het. Maar wat we wel bieden, is een trainer die je gegarandeerd een betere voetballer maakt. Co Adriaanse, Louis van Gaal, Ronald Koeman, Dick Advocaat en nu dus Gertjan Verbeek; wij betalen liever wat meer voor een trainer dan dat we bij wijze van spreken drie extra spelers contracteren.”
En dus, stelt Stewart, sinds anderhalf jaar directeur voetbalzaken van AZ, komen jonge talenten uit binnen- én buitenland dolgraag naar Alkmaar. Ze groeien er niet zelden uit tot international. De selectie kent er inmiddels veertien, uit alle windstreken.
Het elftal dat nu de rangrijst aanvoert, kostte een prikkie. De Zweedse vrijetrappenspecialist Rasmus Elm was met drie miljoen euro het duurst. Internationals als keeper Esteban (Costa Rica) en aanvaller Brett Holman (Australië) kostten niets, de door veel clubs begeerde Finse verdediger Niklas Moisander drie ton. Allen werden vroegtijdig door de AZ-scouts ontdekt en vervolgens op vakkundige wijze door de directie naar de kaasstad gelokt.
Onfeilbaar is men ook in Alkmaar niet. De onder Van Gaal ingevlogen Italiaanse spits Graziano Pellè bleek een miskoop en Van Gaals opvolger Ronald Koeman werd al na een half jaar wegens tegenvallende resultaten ontslagen. Maar vergeleken met de spilzucht in Amsterdam, waar jarenlang de ene na de andere miljoenenaankoop verpieterde op de reservebank – Marco van Basten sloeg als hoofdcoach 35 miljoen euro stuk – is AZ’s transferbeleid een toonbeeld van weloverwogenheid en succes.
Maar ja, AZ heeft dus niet meer de financiële power van drie jaar geleden. Na het faillissement van DSB moest er een schuld van veertien miljoen euro worden weggewerkt. AZ ligt op schema; er zijn geen acute financiële zorgen meer. Maar, erkent Stewart, als er een club komt die in de winterstop een vermogen voor, bijvoorbeeld, uitblinker Elm wil neerleggen, tja. “Alle spelers zijn te koop. Maar dan moet er wel een aanvaardbaar bedrag op tafel komen.” Hij en de algemeen directeur hebben daar ‘een bepaald idee bij’.
Het is een topper, die algemeen directeur, vindt Stewart. “Hij straalt rust uit en denkt altijd vier stappen vooruit. Vaak is het in de voetballerij pleisters plakken voor morgen, niet wetende wat er overmorgen gaat gebeuren.”

Maher
Op 25 november wint AZ thuis van FC Utrecht, met 2-0. De pas achttienjarige spelverdeler Adam Maher krijgt weer veel lof; hij geldt als dé ontdekking in de eredivisie van dit seizoen.
Maar AZ oogst niet alléén applaus. In Malmö speelt de ploeg op 30 november met 0-0 gelijk. Johan Derksen en Wim Kieft, die de wedstrijd op RTL 7 nabeschouwen, hadden dit niet verwacht en spreken van een ‘wanprestatie’.
Verbeek loopt boos weg uit een interview met RTL-verslaggever Marcel Maijer.
“Schandalig!” foetert Derksen.
Kieft is milder: “Die twee hebben eerder al eens ruzie gehad; Verbeek heeft gewoon een hekel aan Maijer.”
Ik besluit Verbeek het voordeel van de twijfel te gunnen. Mijn broer legde ooit een tuin aan bij Maijer en mocht de RTL-journalist ook niet erg.
Op 4 december loopt AZ bij het veel fellere Heerenveen tegen een nederlaag aan, en een forse ook: 5-1. Verbeek is na afloop de rust zelve. Hij gooit er een Cruijffiaanse wijsheid uit: “Hoe langer je ongeslagen bent, hoe dichter je bij de eerste nederlaag komt.”
Er is vooralsnog geen aanleiding tot paniek. Nummer twee, PSV, heeft namelijk ook verloren, van Feyenoord. En sowieso raken ze bij AZ dus niet zo snel van de leg.

Dienstbaar
Met een brede lach steekt de grote man van de club zijn hand uit. Het betreft niet Verbeek – hij is als trainer slechts een passant, en bovendien lacht hij zo weinig mogelijk. Nee, AZ’s grote man is ook létterlijk groot: 2,01 meter.
Toon Gerbrands (54) volleybalde jarenlang in de eredivisie en werd vervolgens herenbondscoach – in 1998 werd hij Europees kampioen. Nu is hij bezig aan zijn tiende seizoen als algemeen directeur van AZ. We nemen plaats in Restaurant Louis van Gaal, in de hoek waar Louis van Gaal graag met vrienden zit te kaarten onder grote foto’s van Louis van Gaal. Van Gaal zit dan altijd op zijn eigen stoel waar, op de leuning, ‘Louis van Gaal’ op staat.
Gerbrands is een en al hartelijkheid, maar maakt meteen duidelijk dat hij nul vragen over de crisis bij Ajax zal beantwoorden. “Dat doe ik tegen geen enkele journalist.”
Ik deel Gerbrands mee dat hij van iedereen die ik spreek de meeste credits voor het succes van AZ krijgt. Gerbrands hoort nu te antwoorden dat dat overdreven is omdat hij het heus niet alleen doet. En jawel. “Ik ben onderdeel van een team van tachtig man.”
Zo roemt hij de inzet van de voorzitter van de raad van commissarissen René Neelissen. “Nooit van gehoord?” Gerbrands glimlacht tevreden. “Mooi, zo hoort het ook. Niemand kent onze raad van commissarissen.” Toch een verwijzing naar Ajax; heel Nederland weet inmiddels wat de schoenmaat en favoriete kleur van Steven ten Have zijn.
Gebrands vertelt hoe spannend het was na het faillissement van DSB, eind 2009. Er vielen harde woorden in de gesprekken met de curator. Uiteindelijk besloot die de aandelen van AZ terug te geven aan de club – het was de uitkomst waar de directie op hoopte. Hij vertelt over het ‘leerproces’ dat hij heeft moeten doormaken. “Sommigen denken: ik ga een club runnen als een bedrijf. Maar dat kán helemaal niet. Een voetbalclub is namelijk emotie. Maar emotiemanagement, met allerlei ad-hoc- beslissingen, werkt evenmin. Het zoeken naar de juiste balans kost wel een paar jaar. Jaren waarin je hopelijk geen al te grote fouten maakt.”
De algemeen directeur vertelt hoe hij gelooft in ‘dienstbaar leiderschap’ (“Je hebt mij nog nooit in een praatprogramma gezien en ik kom nooit in de kleedkamer”) en over hoe hij het principe ‘afspraak is afspraak’ huldigt. “Verbeek kwam alleen naar AZ als ik zou blijven. Dus blijf ik.”
Oud-volleyballer Peter Blangé vindt hem niks voor Ajax, want veel te recht door zee. Gerbrands’ glimlach smelt weg. “Gaan we het nou tóch over Ajax hebben? Daar zeg ik dus niets over.”
Ajax kwam pas na een lange zoektocht uit bij Louis van Gaal als algemeen directeur, heeft voorzitter van de raad van commissarissen Ten Have verklaard. Dan kan het bijna niet anders of hij heeft ook Toon Gebrands gepolst – in 2005 maakte technisch directeur Martin van Geel al de overstap naar Amsterdam. Heeft Ajax hem inderdaad benaderd?
Gebrands kijkt de verslaggever strak aan. “Nee.”
De stilte die volgt, duurt vele seconden.|