Mijn oude school- en motormaat S. kreeg de schrik van zijn leven. Hij moet het met zijn 182 pk blijven doen.
Gepubliceerd in Moto73, juni 2026
Zijn huis van vijf verdiepingen is volledig afbetaald en mijn oude schoolmaat S. heeft al de grootste auto (een patserige BMW), de grootste tv (op de gok: 694 inch) en het grootste
leren bankstel (formaatje voetbalveld). Een Rolex vindt hij nutteloos en getuigen van wansmaak. Wat blijft er dan over om je geld aan te verbrassen? Inderdaad: motoren!
Welnu, S. heeft ook de grootste motor: een 2500 cc zware Triumph Rocket 3R. Die heb ik ook, maar hij heeft natuurlijk weer de overtreffende trap: een Rocket Storm, met 182 pk, waar ik het met ‘slechts’ 167 pk moet doen. En als je alles al hebt, wat wil je dan nog?
Inderdaad: méér.
Dus sprak S. met Triumphdealer Roké in Mijdrecht af dat ze een supercharger op zijn Raket gaan zetten. Kosten: 18.000 euro. Toen hij het voor het eerst zei, dacht ik dat ik hem verkeerd had verstaan. ‘Pfoeh, een heel bedrag, 8000 euro.’ Hij: ‘Bou, als het maar 8k zou kosten, zou iederéén met een supercharger rondrijden.’
Ik: ‘Weet je hoeveel arme kindertjes in Somalië daar van hun wieg tot hun graf elke dag drie copieuze maaltijden van zouden kunnen nuttigen?’
Hij: ‘Ik zal aan ze denken tijdens de drie nanoseconden die het me straks kost om op te trekken van nul tot 200 km/h.’
Roké bestelt de kit, een pomp die onder druk extra lucht in de verbrandingskamers perst, bij TTS Performance in Engeland. In Mijdrecht wordt de mapping vervolgens geoptimaliseerd. ‘Dat is heel specialistisch en tijdrovend werk,’ heeft S. me uitgelegd.
Ik: ‘En als het klaar is heb jij…’
Hij, glunderend: ‘Meer dan 300 pk!’
Dat was twee maanden geleden. Nu heeft S. slecht nieuws. ‘Roké belde net. Het gaat niet door. Het blijkt nog niet mogelijk om de supercharger te laten samenwerken met de motormanagementchip van de nieuwste Rockets. Shit!’
Ik kijk hem getroffen aan. ‘Jongen toch! Wil je hiermee zeggen dat je het met die lousy 182 pk moet blijven doen?!’
S. knikt bedrukt.
Omdat ik graag in oplossingen denk, probeer ik dit hartverscheurende verhaal van een vrolijk einde te voorzien. ‘Heb ik twee maanden terug op de foto’s nou goed gezien dat op de supercharger een plaatje met het woord “Supercharged” zou worden bevestigd?’
S. kijkt me onderzoekend aan. ‘Ja, en?’
Ik: ‘Als we nou es naar een 3D-printshop gaan, daar zo’n plaatje laten maken en dat op je blok plakken? Ik denk niet dat veel leuke meisjes je meteen als bluffer zullen herkennen. We kunnen er nog veel meer opzetten. “Turbo” bijvoorbeeld! Als dát geen indruk maakt…’
S. haalt bokkig zijn schouders op. ‘Héél grappig.’
Hypersensitief gevoelsmens als ik ben, besluit ik dat ik mijn vriend nu niet moet dollen. Hij had een droom, en die droom is hem afgepakt. ‘Gast, met 182 pk laat je nog steeds iedereen achter je hoor!’
S. zwijgt.
Ik besluit dat ik pesten toch leuker vind dan troosten. ‘Het kan wel met mijn drie jaar oudere Rocket? Dan zet ík hem er gewoon op. Wacht ik je telkens op bij de volgende benzinepomp.’
S. is er klaar mee. ‘Bou, dat zou de slechtst bestede 18.000 euro uit de motorgeschiedenis zijn. Al krijg je 3 miljoen pk onder je reet, zelfs een slak op krukken trekt jou er bij het stoplicht nog uit.’

