Er zijn van die gênante momenten die je denkt te hebben gewist. Totdat iemand plotseling een laatje achterin je geheugen opentrekt.

(gepubliceerd in Promotor, oktober 2018)

 

Een Belg die tien jaar lang een Honda CX 500 Eurosport in zijn bezit had; that brings back memories. Ik zit rond het kampvuur van een Friese motorherberg en geniet van het sappige Vlaams. ‘De CX had zo’ne Pro-Link-vering, hè. En zo’n klein schermke van voren.’ Ik knik herkennend.

In 1985 – vijftien was ik – erfde ik mijn vaders witte CX 500 E. Talloze keren had ik bij hem achterop gezeten. Pas op mijn 23e had ik genoeg geld om mijn rijbewijs te halen en de CX laten reanimeren. Die eerste rit was een heel bijzondere. Ik merk dat ik 25 jaar na dato opnieuw kippenvel krijg.

‘De CX was niet mijn enige motor,’ vertelt de Vlaming. ‘Ik had er op het laatst negen. Dat komt zo: mijn ex-vrouw rookte. Na de scheiding dacht ik: die kosten zijn weg, dus kan ik over dat geld beschikken voor eten te kopen en zo. Nou, toen heb ik ook een Ducati gekocht, zo’ne Monster. En dan zo d’n ene na d’n andere erbij. Die schreef ik dan in, en dat was steeds 50 euro erbovenop. Dat telt niet op als ge samen een inkomen maakt, maar als ge alleen komt te staan is dat ietsje anders, hè.’

Ik vraag hoe de Belg de CX vond rijden. ‘Awel, goe. Als ge snelheid had. Met manoeuvreren vond ik hem log en zwaar.’ Ook dat herken ik. De Vlaming: ‘Ik parkeerde hem een keer op een grindpad. Maar het had geregend en dus zakte hij weg. Ik lag niet helemaal tegen de grond, maar ik kon hem nie d’r over krijgen om hem terug recht te zetten. Iemand moest komen helpen.’

Opnieuw gaat achterin mijn geheugen een luikje open…

 

Een week later breng ik mijn dochter van net elf naar bed. Ik mag – hoera! – nog steeds tien minuten naast haar komen liggen. ‘Pappa,’ vraagt ze, ‘heb jij wel eens iets doms gedaan bij een meisje?’

‘Zo vaak!’ antwoord ik geheel naar waarheid.

Zij: ‘Wat was het aller-, aller-, állerdomste?’

Ik slaak een dramatische zucht. ‘Dat was bij Meike.’

Ik vertel hoe ik als student journalistiek in Utrecht bij voorkeur op de motor naar school ging. ‘Om stoer te doen zeker?’ heeft dochterlief me feilloos door. Ik: ‘Ook ja, want de school was maar vijf minuten fietsen.’ Mijn nageslacht: ‘Stoer doen voor Meike?’ Weer zucht ik diep. ‘Voor álle meisjes. Maar zéker ook voor Meike.’

Tot in detail moet ik vertellen hoe ik mezelf voor schut zette. ‘Ik kwam maximaal stoer aangereden. Ik kon ook heel stoer parkeren en afstappen, in één vloeiende beweging. Alleen, ik zette de standaard die keer niet op de tegels maar net ernaast, in het zand. En jawel, daar ging pappa. Ik probeerde de motor tegen te houden, maar die was veel te zwaar. Dat zag er dus héééél stom uit.’

Mijn dochter, getroffen: ‘En Meike zag dat allemaal?‘

Ik knik ernstig. ‘Ja, want ik was expres met veel lawaai komen aanrijden. Dat gaan jongens later ook voor jou doen, let maar op.’

Mijn kroost kijkt me met een mengeling van afschuw en compassie aan. ‘Moest Meike keihard lachen?’

‘Nee, ze keek vooral heel erg verbaasd. Daarna liep ze hoofdschuddend verder.’

‘O jee,’ zegt mijn nageslacht, ‘dat is een nóg ergere reactie dan lachen. Het is niets geworden met Meike zeker?’

Ik glimlach. ‘Nee lieverd. En dat is maar goed ook, want daarom heb ik jou!’

Mijn dochter denkt even na. Dan, op zakelijke toon: ‘Het is maar goed dat je dit nooit hebt gedaan als mamma keek. Want dan had je me niet gehad.’