De voorbije jaren doken er vaak snelle motoren op in videoclips van rappers. Goed voorbeeld doet volgen. Echter, wat te doen als je geen rijbewijs hebt maar wél wilt binken op zo’n racemonster? Motorhandelaren denken ook dan graag in oplossingen.

(gepubliceerd in Promotor, 2015)

Nog altijd op zoek naar een alternatief voor mijn dorstige Honda X11 loop ik motorzaken in en uit. Ik wil een fiets met de uitstraling van een VMax, de zithouding en het rijgemak van een Bandit, het koppel van mijn X11 en het verbruik van een V-Strom 650.

Inderdaad, die bestaat dus niet.

In de hoek van een motorzaak in een pittoresk Noord-Hollands plaatsje stuit ik op een Suzuki Hayabusa 1300. Opeens herinner ik me dat ik op de site van Motoplus heb gelezen dat zo’n monster 1 op 21 loopt. Ik bekijk het ding eens goed en besluit dat ik daar geen fluit van geloof.

Ik roep de verkoper erbij. Die kijkt verbaasd. ‘Haha, een Hayabusa 1 op 21? Dat lijkt me sterk. Sterker: dat lijkt me héél sterk.’

Ik knik en kijk nog eens goed naar het lange blauwe gevaarte, met die typerende rare kuif op zijn kont. Volledig over the top, zo’n ding. Ken ik iemand die hierop zou willen rijden? Ja, één, mijn vriend S., maar die heeft iets nóg belachelijkers: een Suzuki B-King Extreme.

‘Wie kopen zo’n Hayabusa nou eigenlijk?’ vraag ik de verkoper.

‘Jongens die graag op willen vallen,’ klinkt het droogjes.

Ik grijns. ‘Dat willen we allemaal.’

Hij vervolgt: ‘Ja, maar vaak is het… een bepaald slag…’

Ik, verbaasd: ‘Een bepaald slag?’

‘Eh, ja. Het zijn nogal eens jongens met zúlke armen’ – de verkoper houdt zijn handen minstens dertig centimeter van elkaar – ‘die het leuk vinden om er in spijkerbroek en strak T-shirt mee door de stad te scheuren.’

Geconditioneerd als ik inmiddels ben gaat er in mijn hoofd meteen een wekker af: dit klinkt als column-materiaal! Maar of het de toets der politieke correctheid kan weerstaan, is vers twee.

Ik wil meer weten. ‘Die jongens krijgt u hier over de vloer?’

‘Af en toe, ja. Rechtstreeks uit Amsterdam. Soms ook uit Rotterdam.’

‘En ze vallen vooral op dit soort motoren?’ Ik klop op de kont van de Hayabusa.

‘Yep. Dit vinden ze drie keer niks.’ Hij wijst op een Honda Transalp.

‘En hoe gaat dat dan? Ze willen een proefrit maken, neem ik aan.’

‘Klopt. Maar dát feest gaat vaak niet door.’

‘Omdat u het zaakje niet vertrouwt?’

‘O, ik wil graag van mijn handel af, maar ik mag nu eenmaal geen motor uitlenen aan iemand zonder rijbewijs. Dat is bij wet verboden.’

Ik knik begrijpend. De inhaalmanoeuvres die ik zulke jongens zie maken, ogen inderdaad niet altijd even geschoold. ‘En dan houdt het dus op?’

De verkoper glimlacht geheimzinnig. ‘Niet per se.’

‘Hoe lost u dat dan op? Gaat u zelf proefrijden met zo’n jongen achterop? Of zegt u: “Haal maar een vriend mét een rijbewijs”?’

‘Nee. Ik mag geen motor uitlenen aan iemand zonder rijbewijs, maar ik mag zo’n motor wel verkópen aan iemand zonder rijbewijs. Ik zet die fiets buiten en verder zoekt de koper het maar uit. Dan is het mijn zaak verder niet meer.’

Ik: ‘En die proefrit is dan dus niet meer nodig?’

‘Neuh. Dan zegt zo’n jongen: “Jij hebt hem toch getest? Nou, dan zal het wel goed zijn.”’

‘Aha. En de koopsom…’

De verkoper, met een grijns van oor tot oor: ‘Cash natuurlijk! Soms krijg ik een plastic tas met bankbiljetten. Geld met een luchtje, haha.’