woensdag 19 maart 2014

De koning van Alkmaar


AZ is dit seizoen onbetwist de beste club van Nederland. Vooral dankzij coach Louis van Gaal. Over de glorieuze comeback van een ‘gedateerde trainer’, die gelukkig nog steeds een bloedhekel heeft aan journalisten. “Vraag het dan nóg een keer, joh!”

door Boudewijn Geels

(gepubliceerd in HP/De Tijd, april 2009)



Met, pak hem beet, Bert van Marwijk of Ron Jans op de bank was het landkampioenschap van AZ lang niet zo leuk geweest. Een provincieclub die dankzij de miljoenen van de steenrijke voorzitter profiteert van een off year van de gevestigde orde: groot nieuws, absoluut. Maar geen mirakel.
Deze titel van AZ is dat wel. De Alkmaarse ploeg wordt namelijk gecoacht door een man die nog geen jaar geleden door iedereen was afgeschreven. Louis van Gaal was een ‘gedateerde trainer’. Een bullebak zonder een greintje zelfkritiek. Iemand die achter zijn rug werd uitgelachen door een deel van zijn spelers, übercoole partycrashers zonder enig voetbalhistorisch besef. Oké, Van Gaal won lang geleden een keertje de Champions League met Ajax. So what?
AZ eindigde het seizoen 2007/2008 als twaalfde. En dat terwijl AZ-voorzitter Dirk Scheringa op Van Gaals advies voor 29 miljoen euro aan nieuwe spelers had ingeslagen. De afgang van de krijgsheer Louis van Gaal was compleet.
Toen ook de twee eerste wedstrijden van het huidige seizoen verloren gingen, wisten alle analisten het honderd procent zeker: Van Gaal zal de kerst in Alkmaar niet halen. En ziedaar: zeven maanden later staat diezelfde Van Gaal met de kampioensschaal in zijn handen.
Aloysius Paulus Maria van Gaal, op 8 augustus 1951 geboren in de Amsterdamse Watergraafsmeer, is een hele grote, dat staat nu definitief vast. Op het afgelopen seizoen valt welbeschouwd maar één ding aan te merken: Van Gaals persconferenties waren veel minder spannend.

13-9-2008, ADO Den Haag-AZ: 3-0
Na het eerste duel van dit seizoen, thuis tegen NAC, ging ook het tweede verloren. Voor het journaille het zoveelste signaal dat Van Gaal afgelopen maart wel degelijk had moeten opstappen. Hij had zijn contract al ingeleverd, maar liet zich ompraten door een groep spelers die werd aangevoerd door international Stijn Schaars. Oliedom, want er was geen enkele chemie meer tussen de coach en zijn selectie. Dat was vanavond in Den Haag eens te meer gebleken.
De verslaggevers, altijd enigszins bevreesd voor een uitval van de journalistenhater Van Gaal, voelden zich tijdens de persconferentie sterk. Ze hóefden geeneens venijnige vragen te stellen. Gewoon inzoomen op Van Gaals gezicht was meer dan voldoende.
Hier zat een loser, dat zag iedereen.
Van Gaal blikte dof het kleine ADO-perszaaltje in en begon te spreken. “Het klinkt gek uit de mond van een coach die met 3-0 verloren heeft, maar ik heb eigenlijk een goed AZ gezien. Het was onze beste wedstrijd van het laatste half jaar.”
Ach ja, dat was Van Gaal weer in zijn rol van Mohammed Al Sahaf, de Iraakse minister van Informatie die tijdens de tweede Golfoorlog bleef volhouden dat Saddam Hoessein doende was de Amerikanen een vernietigende nederlaag toe te brengen terwijl achter hem de Amerikaanse tanks hun vierde ererondje door Bagdad inzetten. Zo zat Van Gaal er vorig seizoen praktisch elke week bij.
Maar toen werd hij nog boos als een verslaggever het waagde hem tegen te spreken, hetgeen enkele legendarische persconferenties opleverde. Nu had hij daar zichtbaar de energie niet meer voor.
De camera’s flitsen onbarmhartig. Elke fotograaf wilde de alleszeggende plaat voor bij het verhaal van Van Gaals ontslag.

Maar dat ontslag bleef uit. AZ begon namelijk te winnen. Zomaar opeens. Van PSV en van Heracles en van Willem II en van FC Twente en weer van PSV; het ging maar door. De spitsen Mounir El Hamdaoui, Ari en Moussa Dembélé deden iets dat ze vorig seizoen niet of nauwelijks deden: scoren. Zelfs de ijdele Italiaan Graziano Pellè, over wie analisten hadden gemeesmuild dat hij ‘nog geen lantaarnpaal voorbij komt’, prikte er af en toe eentje in.
El Hamdaoui kon ook niet precies aangeven waarom het nu opeens wél lukte. “Ik voel me fit. Ik voel me gewoon fit,” zei hij tegen Studio Sport. Uit zijn blik sprak zowel verwondering als blijdschap.
Volgens de analisten speelde AZ een stuk ‘realistischer’ dan vorig seizoen. Daarmee bedoelden ze: verdedigender. En inderdaad hield de verdediging, die vorig seizoen zo vaak aan stukken was gereten, keer op keer stand. Ook al omdat de pas 21-jarige Argentijnse doelman Sergio Romero domweg alle ballen tegenhield.
Wat eveneens het nodige scheelde was dat de grootste sfeerverziekers van vorig jaar, Boy Waterman, Ryan Donk en Kemy Agustien, er niet meer bij waren. Volgens de verhalen hadden de drie zo weinig respect voor Van Gaal meer gehad dat ze tijdens diens wedstrijdbesprekingen stiekem naar hun I-pod hadden geluisterd. Bovendien had keeper Waterman met onsmakelijke privébesognes in Story gestaan en zo nog eens extra onrust naar de kleedkamer gebracht.
Wat nog veel meer scheelde, was dat de hoogbegaafde middenvelders Stijn Schaars (tevens aanvoerder) en Maarten Martens weer meededen. Vorig seizoen waren ze langdurig geblesseerd geweest.
En wat misschien wel de doorslag gaf: na twee pechseizoenen had AZ eindelijk eens alle geluk van de wereld.

28-12-2008, AZ-NEC: 2-0
Het was de laatste wedstrijd voor de winterstop en Van Gaal had alweer gewonnen. Met de handen in de zakken stond hij, conform de voorschriften van de KNVB, eerst de betaalzender Eredivisie Live en daarna de NOS te woord. Met de NOS had hij vorig seizoen knallende ruzie gehad. Hij had de publieke omroep zelfs een tijdje in de ban gedaan. Sinds enkele maanden mocht hij weer geïnterviewd worden.
“Meneer Van Gaal, AZ is winterkampioen. Gefeliciteerd,” zei de Studio Sport-verslaggever.
Van Gaal, droogjes: “Ik ben nóg liever zomerkampioen.”
De journalist: “Het is wel een enorme luxe dat u zoveel goede aanvallers hebt, hè?”
Die kans liet Van Gaal zich niet ontnemen. Een wenkbrauw ging spottend omhoog. “Ik ben blij dat jullie nu zeggen dat het goede spelers zijn. Dat was verleden jaar wel anders. Toen hield ik vol dat het goede spelers zijn. Ik ben blij dat je dat nu bevestigt.”
De verslaggever had kunnen riposteren: “Verleden jaar bakten ze er niets van, mede omdat u ze toen heel anders liet spelen.” Maar hij zweeg.

Er is eigenlijk maar één journalist aan wie Van Gaal géén bloedhekel heeft: André Naber. Naber draagt vaak een pilotenjack, altijd een hip brilletje en is hoofdredacteur/directeur van een Noord-Hollands huis-aan-huisblad. Tijdens Van Gaals persconferenties stelt hij altijd minstens twee vragen. Dat is erg bijzonder, want verder vraagt er bijna nooit iemand iets. Zonder Naber zouden die persconferenties dus maar kort duren.
Hij heeft zijn eigen tactiek bedacht om het risico op een publieke vernedering zo klein mogelijk te maken. Als een van de weinigen gaat hij steevast helemaal vooraan zitten, zodat Van Gaal, die doorgaans op een podiumpje zit, zo hoog mogelijk boven hem uittorent. Als hij aan zijn vragen begint, buigt hij zich vaak een beetje voorover, zodat hij nóg kleiner lijkt. En waar een brutale vlegel als Jan Joost van Gangelen hem gewoon met ‘Louis’ aanspreekt, kiest de 59-jarige Naber altijd voor het beleefde ‘meneer Van Gaal’.
Zijn vragen zijn doorgaans van het kaliber: “Meneer Van Gaal, ik vond AZ in de tweede helft met name in de organisatie uitstekend spelen, maar aan de bal erg matig. Een van de mindere wedstrijden als ik naar mijn turflijstjes kijk. Hoe kijkt u tegen die analyse aan?”
Als je Van Gaal zó een kritische vraag stelt, wordt hij niet snel boos.
Na AZ-NEC lichtte Naber zijn succesvolle werkwijze toe. “In Van Gaals ogen hebben journalisten absoluut geen verstand van voetbal,” zei hij ernstig. “Dus als je heel erg je eigen mening in een vraag legt, zet hij zijn stekels op. Je moet daarom van tevoren heel goed nadenken hoe je het gaat aanpakken.”
Hoe vindt hij het om de enige journalist te zijn die Van Gaal, aan diens mimiek te zien, níet het liefste in mootjes zou hakken? Naber keek verlegen naar de grond. “Ach, dat weet ik niet hoor. Mijn kop is er ook wel eens afgegaan.”

14-02-2009, PSV-AZ: 2-2
Het was de wedstrijd dit het seizoen nog spannend had kunnen maken, als PSV gewonnen had. Maar de regerend landskampioen kwam in eigen stadion niet verder dan een gelijkspel.
Jan Joost van Gangelen van Eredivisie Live legde in de rust uit wat het grote verschil was tussen de Van Gaal van nu en die van een jaar geleden. “Louis heeft het op de rit. Als er een speler geblesseerd raakt, zet hij er gewoon een nieuwe in, en die speelt dan óók meteen goed.”
Van Gaal was dan ook een stuk minder gevaarlijk dan vorig seizoen, constateerde Van Gangelen: “Voor deze wedstrijd heeft Louis mijn voetbalplaatjesboek voor me gesigneerd. Ik weet niet of ik hem dat vorig seizoen ook had durven vragen, haha.”
“Weet je,” zei hij tot slot, “Van Gaal heeft nu al zo lang niet meer verloren dat we eigenlijk niet meer weten hoe hij is als het even níet precies gaat zoals hij het wil.”

5-3-2009, AZ-NAC: 1-2 (KNVB-beker)
Het was vanavond niet gegaan zoals Van Gaal wilde. NAC won in Alkmaar, net als in de eerste wedstrijd van dit seizoen. Dat betekende dat AZ niet meer de ‘dubbel’ kon winnen: de landstitel en de KNVB-beker. Maar wat veel belangrijker was: zou AZ vanaf nu verkrampen en, net als twee jaar geleden, ook het kampioenschap verspelen?
De coach voelde dat dé vraag in de lucht hing en blikte chagrijnig de gigantische persruimte van het DSB Stadion in. En jawel, daar kwam hij, van een journalist ergens achterin.
“Louis, moet nu eigenlijk de ervaring van twee seizoenen geleden komen bovendrijven?”
Van Gaal, ijzig kalm: “Dat zijn gevonden voorwerpen van de media. Jij bent er één van.”
De journalist: “Hoe bedoel je dat?”
Van Gaal: “Precies zoals ik het zeg.”
De verslaggever: “Hebben jullie dan geen ervaring opgedaan? In moeilijke situaties, onder druk? De vorige keer?”
Van Gaal, iets feller: “Dat zijn gevonden voorwerpen van de media. Jij vindt weer wat uit en daar moet ik dan weer op reageren. En dat doe ik niet.”
De journalist gaf niet op. “Maar is het geen voordeel dan, dat je die ervaring hebt opgedaan, aan het eind het seizoen?”
Van Gaal, nu ronduit geagiteerd: “Nee! Ik vind het een gevonden voorwerp van de media. Vraag het nóg een keer joh, en nóg een keer. En dan moet ik zeker boos worden?! Vraag het nog een keer dan. Alsjeblieft! Want je hebt het nu víer keer gevraagd.”
De journalist: “Nou, dan zijn we met dat onderwerp ieder geval klaar. Dankjewel.”
“Ja,” bromde Van Gaal.
“Goed,” zei AZ-perschef Daan Schippers onverstoorbaar, “dan zie ik u allen graag over twee weken bij de wedstrijd AZ-Feyenoord.”

Tussen twee wedstrijden door belde dit blad met Kees Kist, topschutter van het gouden AZ’67, dat in 1981 als laatste Ajax, Feyenoord en PSV wist af te troeven. Kist zei dat hij types als Waterman en Donk, de onruststokers van vorig seizoen, ‘er al veel eerder uitgetrapt’. “Maar ook hun medespelers hadden moeten ingrijpen. Bij ons pieste er vroeger ook wel eens een naast de pot, en zo’n jongen werd meteen aangepakt. Ik heb zelf ook wel es iemand bij de keel gegrepen.”
Kist gaf hoog op van AZ-voorzitter Scheringa. “Hij is Van Gaal altijd blijven steunen, ook toen het slecht ging. En dat betaalt zich nu uit.”
Ook zei Kist dat hij het maar raar vond dat hij in al die jaren nooit is benaderd om spitsentrainer van AZ te worden. “Ik heb natuurlijk veel meer ervaring dan de huidige spitsentrainer Shota Arveladze.”
Met die opmerking verzekerde Kist zich ervan dat Van Gaal hem nooit en te nimmer als assistent naast zich zal dulden. “Kist valt een van mijn mensen aan,” brieste de trainer tijdens een doordeweekse persconferentie. Wie aan zijn mensen komt, komt aan Van Gaal.

22-3-2009, AZ-Feyenoord: 0-0
AZ had niet gescoord. Ook in de vorige wedstrijden had de ploeg telkens maar één schamel doelpuntje gemaakt. Een teken dat de spitsen mentaal ‘blokkeerden’ nu het kampioenschap in zicht kwam?
Het spel zelf was ook weer niet best geweest. Vorige week, tegen FC Utrecht, had een journalist van een landelijke krant zelfs pseudo-wanhopig uitgeroepen: “Ik ga mijn bril afzetten, dan hoef ik dat slechte voetbal niet meer te zien!” Dirk Scheringa legde toen uit dat AZ ‘gewoon even in een wat mindere flow’ zat. Over kampioensschalen had de eigenaar en voorzitter van AZ, getraumatiseerd als hij was door de afloop van het seizoen 2006/2007 en een na strafschoppen verloren bekerfinale (ook in 2007), in Utrecht geen woord willen horen.
De persconferentie na AZ-Feyenoord duurde niet lang. Een verslaggever: “Louis, drie doelpunten in vier wedstrijden, is dat niet een beetje weinig voor een aanstaande kampioen?” Van Gaal wierp de vermetele vragensteller een vernietigende blik toe. “Ik zal je niet tegenspreken.”
Stilte.
Een onbekende journalist had het tafereel met enige angst gadegeslagen, maar deed doen toch waarvoor hij nu eenmaal werd betaald: een vraag stellen aan Louis van Gaal. Het ging over de positie van de Vlaamse spits Moussa Dembélé. Aan zijn tongval te horen was de verslaggever ook een Belg. Meteen zette Van Gaal een knop om; de journalist kreeg keurig antwoord. Op zulke momenten is Van Gaal op en top een professional.

4-4-2009, AZ-ADO Den Haag: 4-1
Achtervolger FC Twente had de avond ervoor onverwacht twee punten verspeeld bij NEC. Als AZ zou winnen van ADO Den Haag, zou de voorsprong op Twente elf punten bedragen. Dan kón het eigenlijk niet meer mis gaan. Bij winst op ADO Den Haag zou bovendien de cirkel van dit seizoen rond zijn. De laatste competitiewedstrijd die verloren ging, was op 13 september immers de uitwedstrijd tegen datzelfde Den Haag.
AZ kwam in de eerste helft met 0-1 achter. Het werd erg stil in het DSB-stadion. De bal wilde er, net als tegen Feyenoord, gewoon niet in. Soms heb je dat. Wie herinnert zich niet de dramatische halve finale van Oranje tegen Italië, tijdens het EK in 2000, toen Nederland de ene na de andere penalty miste. Misschien was het wel gewoon een wetmatigheid dat een ‘kleine’ club anno nu geen landskampioen wordt.
Maar zie: in de vijftigste minuut scoorde Dembélé 1-1. Zes minuten later maakte Martens 2-1. AZ begon te swingen, en het DSB-stadion swingde mee. Niks geen provinciaal gepruts, hier voetbalde een ongenaakbare kampioen. El Hamdaoui: 3-1. Van der Velden: 4-1.
Gallery play langs de A9.

Tijdens de persconferentie straalde Van Gaal een en al rust uit. Hij begon weer met zijn standaardopmerking dat hij ‘dacht’ dat ‘AZ een van zijn betere wedstrijden had gespeeld’. Meteen daarna verklaarde hij ronduit hij had ‘genoten’. Vragen over de naderende landstitel bleven uit, maar dat was niet erg. Ja, er waren nog vijf wedstrijden te gaan. Wedstrijden waarin in theorie nog rare dingen zouden kunnen gebeuren. De coach van de Alkmaarders besefte echter dat hij op deze mooie voorjaarsavond officieus kampioen van Nederland was geworden.
Louis van Gaal, de continu borrelende vulkaan, de veldheer die sinds zijn landstitel met Barcelona in 1999 geen prijs meer had gewonnen, is eindelijk weer de allerbeste.

Tag Line