dinsdag 18 maart 2014

ProMotor: Contactsleutelblues

 

Na een leven vol mooie maar brakke gemotoriseerde tweewielers ging de columnist het nu echt anders doen. Panne was voor de onnozelen die zich hadden laten belazeren. De Honda X11 van zijn vriend S. was gegarandeerd goed. Tenminste, had S. beweerd.

(gepubliceerd in ProMotor, april 2014)


Eerst is er de verbazing: hij doet het niet!
Nog eens. Ik laat de sleutel van mijn stoere Honda  X11 weer in het contactslot glijden. Ik hoor een hoog gejank, van wat naar ik aanneem de startmotor is. Maar hij pakt niet.
Ik vloek. Dit heb ik weer: sinds twee weken een andere motor, morgen moet ik er mee op vakantie, en nu kapt hij er opeens mee. En hij startte altijd meteen. Logisch voor een motor die altijd binnen heeft gestaan en met slechts 26.000 kilometer op de teller. 
Mijn vriend S., van wie ik deze pitbull kocht, had er nooit problemen mee gehad. Zei hij.
Ik bel S.
Voicemail. Damn!
Opeens denk ik terug aan die andere tweewieler die ik, in 1986, via S. kocht: een rode Yamaha FS1. Ja, de verkoper - een vage kennis - was volkomen betrouwbaar, bezwoer S. 
Nee dus.
Maar dat was een afgeragde brommer, dit is een voor mijn doen gloednieuwe topmotor.
‘Amigo, dit is géén FS1!’ had de zich terecht nog steeds schuldig voelende S. me verzekerd.
Neen, maar op dit moment gaat mijn X11 precies even hard: nul kilometer per uur.

Een uur later kijkt een besnorde Wegenwachter goedkeurend naar mijn nieuwe aanwinst. ‘Mooi ding hoor. Start hem eens?’
Ik draai de sleutel om. Weer dat hoge geluid. En weer pakt hij niet. De ANWB-man: ‘Hm, en gisteren deed hij het wel?’
‘Nou en of,’ antwoord ik, ongerust over de twijfel in zijn stem.
De man in het geel denkt diep na. ‘Doe je nu iets anders dan je gisteren deed?’
‘Nee hoor. Alleen gebruik ik nu mijn reservesleutel.’
‘Aha. Geef die sleutel eens?
Ik overhandig de sleutel
Mijn redder: ‘Is deze wel eens eerder gebruikt?’
‘Volgens mij niet. Hij zat nog in plastic. Hoezo?’
‘Dan is het logisch dat hij het niet doet. Hij moet eerst worden ingelezen.’
‘Ge-wat?! Hoe doe ik dat?’
‘Niet. Dat moet de dealer doen.’
‘Ik heb dus een reservesleutel die het niet doet?’
‘Klopt.’
Ik, verbluft: ‘What’s the point?!’
‘Zo doen fabrikanten dat nu eenmaal.’
‘De reservesleutel van mijn vorige motor, een Vmax, werkte gewoon.’
‘Ja, maar deze is wat meer sophisticated, zal ik maar zeggen.’
‘Zo sophisticated dat hij het niet doet?’
‘Eh, ja.’
‘En als ik mijn eerste sleutel nou in, bijvoorbeeld, de Alpen was kwijtgeraakt en ik nietsvermoedend mijn reservesleutel had gepakt?’
De Wegenwachter, grijnzend: ‘Dan had je behoorlijk op je neus gekeken.’

De volgende ochtend meld ik me aan de balie van de grote Amsterdamse motorzaak. ‘Mijn reservesleutel moet worden ingelezen, of zoiets. Zou je dat even via de computer willen regelen?’
‘Dat gaat niet via de computer. Dat moet een monteur doen.’
‘Hoezo? Het is toch gewoon een kwestie van de sleutel activeren?’
‘Inderdaad.’
De motorhandelaar en ik kijken elkaar secondenlang zwijgend aan.
‘Okee,’ zeg ik dan. ‘Hoe lang is de monteur daar mee bezig?’
‘Ik denk zo’n twintig minuten. Maar hij heeft er pas over een half uur tijd voor. Op z’n vroegst.’
‘Gaat niet. Ik moet zo op vakantie. Ik dacht dat het een kwestie was van het nummer invoeren in de computer en klaar is kees.’
‘Nee dus. Wacht, ik kijk even of de monteur nu tijd heeft.’

De monteur wordt gehaald. Hij kijkt naar mijn motor. ‘Dat red ik inderdaad niet in tien minuten, sorry.’
‘Wat kost er dan zoveel tijd?’ vraag ik ongelovig.
‘Ik moet echt in het systeem zijn.’ Hij wijst op het motorblok.
‘Wáát?! Je maakt een dure, “sophisticated” motor, en doet er een reservesleutel bij die pas werkt nadat je het hele motorblok hebt opengehaald? Dat is toch bizar?’
De verkoper en de monteur staren me onbewogen aan. 
Dan, in koor: ‘Zo doen fabrikanten dat nu eenmaal!’


Tag Line